4. Moderne technieken

zoals Flatterzunge: blaas in de blokfluit en spreek daarbij een langgerekte "rrr" uit. Er ontstaat een ratelend effect
 

zingen of zoemen in je blokfluit, terwijl je speelt

Vagn Holmboe: Trio opus 133 (1977)

Moritz Eggert: Außer Atem (1994)


Sputato, spicato
: zet de noot heel hard aan met de tong, een explosie van boventonen
 

over het labium wrijven (zingende zaag);
 

glissando;
 

kwarttonen: Door bepaalde vingerzettingen kan je nog kleinere verschillen maken dan halve tonen.

 

microtonen: Nog kleinere verschillen
 

flageolettonen: Neem de vingerzetting voor de g op de alt (alleen middelvinger van de linkerhand) en blaas heel zachtjes. Er klinkt een etherische g. Dit werkt ook voor lagerliggende noten.
 

dubbeltonen: Blaas een noot over, maar zo dat je de grondtoon ook nog laan horen. Er ontstaat een schril akkoord van twee tonen.
 

kopstuk spelen: met je hand het gat geleidelijk open en dicht doet. Hiermee laan je een vogelfluitje nabootsen.

 

ruistonen
 
 

Deze moderne technieken werden en worden door Hans- Martin Linde, Andriessen en de Japanse componisten toegepast en worden bij de jonge blokfluitleerlingetjes via de moderne blokfluitmethoden met de paplepel ingegoten.

 

Voor een overzicht in het Frans met mooie videoclipjes erbij kijken op de site van François Mützenberg:

www.cmusge.ch/recherche/zea/recorder.html

 

Een probleem bij het spelen op een blokfluit zijn de hele hoge tonen uit het zogenaamde  derde oktaaf:

Voor en altblokfluit gaat het daarbij om:

Het spelen van de hele hoge tonen vereist aparte greeptechnieken, f3 en a3 kunnen alleen maar gegrepen worden met het afsluiten van de klankbeker, bes3 ,b3  en c4 kunnen alleen maar gepeeld worden et een overmatige ademdruk 

Veel is in het verleden al nagedacht over afsluitkleppen van het voetstuk (Carl Dolmetsch o.a.), maar daar is nooit iets van gekomen, omdat de meerderheid van de blokfluitisten daar geen enkele behoefte aan had (Alec. V. Loretto: FoMRHI Quarterly 87, 1997).

De moderne altblokfluit, ontwikkeld door Paetzold en Tarasov met een driekleppig voetstuk dat spelen van e' in de diepte tot es4  in de hoogte mogelijk maakt, en het hele instrument een grotere stabiliteit verleent geeft weer uitzicht op hele nieuwe mogelijkheden in het gebruik van blokfluiten. Paetzold en Tarasov ontwikkelden op dezelfde basis een moderne sopraan, die inimiddels ook op de markt is (2006). Zie hierover ook hoofdstuk 7: Nieuwe ontwikkellingen