Componisten

vanaf 1730

 

Christian Joseph Lidarti (Wenen, 23 februari1730 – Pisa,1795), zoon van Giovanni Damiano Lidarti en Maria Götz, kreeg in het Cisterciënzer Klooster in Klagenfurtonderwijs en daarna op het Jezuïetencollege in Leoben. Hij leerde er de eerste beginselen van muziektheorie en klavecimbel en harp spelen. Aan de universiteit van Wenen ging Christian Joseph Lidarti filosofie en rechten studeren en ondertussen nam hij compositielessen bij zijn neef „Oom“Giuseppe Bonno, Maestro di Cappella aan de Universiteit en leerling vanLeonardo Leo. Al gauw besloot Christian Joseph Lidartizich helemaal aan de muziek te wijden. In 1751 ging Christian Joseph Lidarti naar Italië. Vijf jaar werkte hij als muziekleraar en componist in Cortona. In 1757 treffen we hem als leerling van Niccolò Jommelliin Rome. Vanaf 1784 was Christian Joseph Lidarti muzikant aan de Santo Stefano dei Cavalierikerk inPisa. Later werd hij er als Maestro di Cappella benoemd. In 1761 werd hij lid van de Accademia Filarmonica in Bologna en later ook van de Academie van Modena. Christian Joseph Lidarti was getrouwd met de adellijke Anna Vettoria Scorzi. Ze hadden zes kinderen.

Christian Joseph Lidarti componeerde

     6 concerten en andere orkestwerken

     1 mis

     1 serie lamentazioni voor Witte Donderdag

     7 motetten

     1 koorfuga

     4 composities voor gebruik in Joodse Synagogendiensten in Amsterdam

- oratorium/opera “Esther”, Purim 1774, op Hebreeuwse libretto van Rabbi Jacob Saraval, geredigeerd door Abraham Caceres. De feestopera is in 1999 pas teruggevonden door een Israëlische musicoloog. 

- Kol ha-neshama, synagogaal gezang, cantate voor sopraan, fluit, viool en basso continuo

- Bo'i be-shaloom, synagogaal gezang

     4 kamermuziekwerken voor grotere bezettingen

     58 triosonates

     2 sonates

     42 duetten

     1 klavecimbelsonate

     1 harpsonate 

 

Antonio Maria Gaspare Gioacchino Sacchini (Florence, 14 juni 1730  ̶  Parijs, 6 oktober 1786), studeerde aan het Conservatorio di Santa Maria di Loreto in Napels bij Francesco Durante

In 1758 werd hij aangesteld als onbezoldigd maestro di capello straordinario aan het Conservatorio di Santa Maria di Loreto en in 1761 werd hij secondo maestro (tweede kapelmeester), datzelfde jaar had zijn opera Andromaca de première in het Theatro San Carlo. In 1762 verhuisde hij naar Venetië, waar hij in 1768 werd hij benoemd tot directeur van het Conservatorio dell'Ospedaletto met o.a. Nancy Storage als een van zijn bekendste leerlingen.

In 1772 verhuisde hij naar Londen en in 1783 naar Parijs, waar hij tot het einde van zijn leven zou blijven.

Antonio Sacchini componeerde

     45 opera’s

- Renaud,  tragédie lyrique in drie actes, libretto  Jean-Joseph Lebœuf, gebaseerd op de Cantos XVII and XX of Torquato Tasso’s verhalende gedicht, 28 February 1783. De opera was populair en had 130 uitvoeringen.

- Oedipe, 1786, Franse opera, is zijn meesterwerk.

     2 symfonieën

     6 strijkkwartetten

     oratoria’s

 

Jean-Baptiste (Philibert) Cardonne (Versailles, Frankrijk, 26 juni1730 – ná augustus1792) was de zoon van een beambte van het Koninklijk Huis. Jean-Baptiste begon dan ook als koninklijke page en kreeg ondertussen een muziekopleiding van François Collin de Blamont. Hij bleek een wonderkind, dat op 13-jarige leeftijd een motet voor groot koor componeerde, dat voor koning Lodewijk XV werd uitgevoerd. In 1745 werd hij zanger en klavecinist in de koninklijke kapel van Versailles en in het Concert spirituel. Na 1750 zong hij in het Theaterkoor van de Markies de Pompadour. Hij viel erg in de smaak bij prinses Maria Josepha von Sachsenen bij de dochter van Lodewijk XV, voor wie hij Cembalosonaten en Arietten schreef.

In 1768 ging Jean-Baptiste Cardonne als hofbeambte met pensioen, een reden voor hem om maar eens opera's te gaan componeren. In 1780 werd hij als opvolger van Pierre-Montan Berton, maître de musique de la Chambre van de koning. Hij bleef dat in elk geval tot augustus 1792, ná die datum zijn er geen gegevens meer over hem te vinden.

Jean-Baptiste Cardonne componeerde

     5 opera's

     5 motetten, allen verloren gegaan

     6 triosonates voor 2 violen en bas, opus 1, 1764

     1 verzameling ariettes voor 1 of 2 violen en bas, 1765

     1 boek met sonaten voor klavecimbel en obligate viool, opus 3, 1765

- sonate in e kleine terts, opus 3 nr. 3, melancholiek.

     6 sonates voor klavecimbel en begeleidende viool

     1 sinfonie

     2 klavecimbelconcerten.

 

Tommaso Giordani (Napels, Italië omstreeks 1730 – Dublin, februari 1806) was de zoon van impresario, zanger en librettoschrijver Giuseppe Giordani senior (omstreeks 1695 – ná 1762) en groeide op in een muzikaal gezin. Zijn jongere broertje Giuseppe Giordani(1743–1798), “Giordanello" werd ook componist. Het gezin verhuisde omstreeks 1752 naar Londen, waar Tomasso in Covent Gardenaan het werk ging als zanger. In 1762 werd hij als zanger gesignaleerd in het Koninklijk Theater Haymarket. In 1764 verhuisde hij naar Dublin, waar hij een van de toonaangevende musici werd. Van 1784 tot 1798 was Tommasso Giordani organist van de St Mary's Pro-Cathedral in Dublin. Hij had aandelen in een operatheater en in een muziekhandel. Beiden leverden financieel verlies op.

Tommaso Giordanicomponeerde

     29 opera’s

- The Cottage Festival,  1796

     1 oratorium

- Isaac, 1767, libretto Pietro Metastasio

     2 cantates

     3 odes

     andere religieuze werken

- Te Deum, 1789

     20 concertwerken

     25 series van 6 kamermuziekwerken

- 6 soli per chitarra e clavicembalo e trio per chitarra, violino e basso, omstreeeks1780

     55 Italiaanse canzonette en Engelse liederen

     66 werken voor één of twee klavecimbels, piano’s of orgels

 

Francisco Javier García FajerEl Españoleto (Nalda,Logroño, Spanje, 2 december 1730 – Zaragoza,1809) studeerde als koorknaap muziek aan de koorschool van de Kathedraal La Seo in Zaragoza

Als jonge man verhuisde hij naar Italië waar hij van 1754 tot 1756 kapelmeester was in de kathedraal van Terni (Umbrië) en door de Italianen Lo Spagnoletto werd genoemd, wat hij, eenmaal terug in Spanje aanhield als El Españoleto.

Van 1756 tot zijn dood was Francisco Javier García Fajer maestro de capillavan de kathedraal La Seo in Zaragoza. Francisco Javier García Fajer kwam in 1809 bij de belegering van de Zaragoza door de Franse troepen in de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog (1808 – 1814) door de pest om het leven.

Francisco Javier García Fajer componeerde

     5 opera’s en intermezzi

     4 oratoria’s

     4 cantates

     86 missen

- Oficio de difuntos, requiemmis

     208 motetten

     83 psalmen

     7 geestelijke liederen

     3 Siete palabras: zettingen van de kruiswoorden van Christus

     42 vilancico’s

     1 Spaans lied 

 

Carlo Graziani (Asti, Italië, omstreeks 1730(?) – Potsdam,1787) werd op een gegeven moment bekend als virtuoos violoncellist. In 1747 speelde hij voor de Concert Spirituel. Daarna werkte hij tot 1762 in het orkest van La Pouplinière. Op 17 mei 1764 vinden we hem in Londen, waar hij in Hickford’s Rooms een concert gaf met de 7-jarige Wolfgang Amadeus Mozart. Op 16 en 23 september 1770 gaven Carlo Grazianien zijn vrouw, een zangeres, concerten in Frankfurt. Ze kregen daarna beiden een baan in Berlijn: Carlo Grazianials celloleraar en kamermuzikant van Frederik-Willem II van Pruisen (een getalenteerde cello-amateur, waar Beethoven zijn eerste cellosonates voor componeerde), zijn vrouw als operazangeres. In 1773 raakte Carlo Graziani zijn baan kwijt aan Jean-Pierre Duport. Hij ging in Potsdam wonen.

Carlo Graziani componeerde

     concerten voor violoncello en orkest, de manuscripten worden bewaard in Berlijn. 

- Celloconcert in C grote terts,  verrassend

     18 sonates voor violoncello en basso continuo

- 6 sonatas,opus 3,  snelle arpeggio’s, virtuoos passagewerk, dubbelgrepen en veelvuldige gebruik van hoge posities stellen hoge eisen aan de speler.

 

Karl Joseph (Carlo Giuseppe) Toeschi (Ludwigsburg, Duitsland, gedoopt 11 november 1731 – München, 12 April1788) was een zoon van de uit Italië afkomstige componist en violist Alessandro Toeschi (omstreeks 1700 – 1758) uit zijn tweede huwelijk. Allessandro Toeschi was samen met Johann Stamitz concertmeester van het Mannheimer Hoforkest. Karl Joseph Toeschi speelde als jong als violist in het Mannheimer Hoforkest mee. Op zijn 22ste was hij een veelgevraagde concertviolist.

In 1759 werd Karl Joseph Toeschi samen met Christian Cannabich concertmeester van het orkest. In 1774 werd hij kamermuziekdirecteur.

Karl Joseph Toeschi componeerde

     30 balletten

     66 symfonieën

     30 concerten

     35 fluitkwartetten

     talloze andere kamermuziekwerken.

 

Giulio Gaetano Gerolamo Pugnani (Turijn, Italië, 27 november 1731 - 15 juli 1798) was de zoon van gemeentesecretaris Giovanni Battista Pugnani. Hij kreeg vioollessen van Giovanni Battista Somis en Pasquale Bini. Op zijn tiende jaar werd hij tweede violist aan het Teatro Regio in Turijn, in 1748 kreeg hij er een officiële aanstelling. Met een koninklijk stipendium kon hij in 1749 en 1750 in Rome compositie studeren bij Francesco Ciampi. Vanaf 1752 was hij de eerste violist van het Turijnse hoforkest. In 1754 ging Pugnani op concertreis en speelde in het Concert Spirituel in Parijs, in Nederland, Duitsland en Londen. Als vioolvirtuoos kreeg hij veel lof toegewaaid.

Van 1767 tot 1770 was Gaetano Pugnani dirigent van het King's Theatre in Londen. hij werkte daar nauw samen met Johann Christian Bach en Carl Friedrich Abel. In 1770 keerde hij terug naar Turijn en werd in concertmeester en dirigent van het hoftheater. Zes jaar later werd hij daar muziekintendant en kamercomponist. Vanaf 1770 ging Pugnani vioolles geven. Zijn bekendste leerling was Giovanni Battista Viotti, met wie hij van 1780 tot 1782 opnieuw een lange concertreis maakte, die hem naar Zwitserland, Dresden, Warschau en zelfs Rusland bracht. Gaetano Pugnani is begraven op de begraafplaats van St. Peter in Vincoli.

Fritz Kreisler 'leende' de naam van Pugnani om een paar stukken bij een uitgever gepubliceerd te krijgen, maar in 1935 onthulde Fritz Kreisler dat het Praeludium en Allegro en Tempo di Minuetto composities van hemzelf waren.

Gaetano Pugnani componeerde

     6 opera's

     1 oratorium

     2 cantates 

     6 vioolconcerten

     symfonieën

     militaire marsen

     6 kwintetten

     6 strijkkwartetten

     12 trio’s

     30 sonates

- 6 Sonatas, opus 6, voor klavecimbel, viool òf fluit en begeleidende cello, 1767

 

František Xaver Dušek (Franz Xaver Duschek of Dussek, Chotěborky, bijJaroměř, Bohemen (nu Tsjechië), gedoopt 8 december 1731 – Praag, 12 february 1799), kreeg klavecimbelles in Wenen van Georg Christoph Wagenseilen ging omstreeks 1770 in Praag aan het werk als succesvol pianoleraar. Wolfgang Amadeus Mozart logeerde in zijn Villa Bertramka in Kosiře, vlak buiten Praag, en componeerde daar in 1787 de opera Don Giovanni. Dušek was leraar van Wolfgang Amadeus Mozart's zoon Karl Thomas Mozart, die een begaafde pianist werd, zonder er ooit zijn beroep van te maken.

František Xaver Dušek trouwde met zijn leerlinge Josepha Hambacher (7 maart 1753– 8 januari 1824), een beroemde pianiste en sopraanzangeres. Mozart schreef zijn concertaria Bella mia fiamma (K528) voor haar.

František Xaver Dušek componeerde

     29 pianosonates voor twee en vier handen

     9 andere pianowerken

     4 pianotrio’s

     1 pianokwartet

     1 pianokwintet

     4 pianoconcerten

     7 strijkkwartetten

     36 blaassextetten

     28 divertimenti voor 3 – 5 instrumenten

     4 serenata’s voor 3 – 5 instrumenten

     21 andere kamermuziekwerken

     40 symfonieën

     4 missen

     1 requiem

     5 motetten

     kinderliederen

 

Johann Christian Kittel (Erfurt, gedoopt 18 februari 1732 – 17 april 1809) studeerde aanvankelijk bij Jakob Adlung. In 1748 verhuisde Johann Christian Kittel naar Leipzig en was daar een gewaardeerde en de laatste leerling van Johan Sebastian Bach. Hij speelde orgelbegeleidingen bij Bachs’ uitvoeringen. Hij werd in 1751 aangesteld als organist en docent in Langensalza. In 1756 kwam hij terug in Erfurt als organist van de Barrevoeterskerk en in 1962 van de Predikerskerk. Johann Christian Kittel was een virtuoos organist, die bij zijn concerten veel publiek trok.

Onder zijn studenten waren Johann Wilhelm Hässler en Christian Heinrich Rinck.

Johann Christian Kittel componeerde

     2 series pianowerken

     8 series orgelwerken

- 2 delen Grosse Präludien

 

Gian Francesco de Majo (Napels, Italië, 24 maart 1732  ̶̶  17 november 1770) was de zoon van componist Giuseppe de Majo. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, van zijn oom Gennaro Manna en van zijn oudoom Francesco Feo. Toen hij 13 was, werd hij klavecinist aan de Koninklijke kapel in Napels en vanaf zijn 15de hielp hij zijn vader met diens verplichtingen als maestro di cappella. In 1758 werd Gian Francesco de Majo tweede organist van de Koninklijke kapel.

In 1761 tot reisde Gian Francesco de Majoals operacomponist door Noord-Italië, waarbij bij korte tijd studeerde bij Giovanni Battista Martini. Daarna reisde hij door naar Wenen, bracht tijd door in Mannheim en Madrid en keerde in 1765 weer in Italië terug.

Gian Francesco de Majo zette zijn werk als organist aan de Koninklijke kapel voort en volgde in 1767 zijn vader als maestro di cappella op. In 1760 had hij tuberculose opgelopen. Hij stierf daar na een lange lijdensweg uiteindelijk aan in 1670.

Gian Francesco de Majo componeerde

     21 operas

- Ricimero, re dei goti, 7 februari 1759, zijn eerste opera, libretto Pietro Pariati en Apostolo Zeno

- Alcide negli orti esperidi, 1764, in Wenen, voor de de kroning van Joseph II tot Heilige Roomse Koning; libretto Marco Coltellini    

     3 oratoria

     3 missen

     2 cantates

     23 motetten

     lamentationes

     aria’s

     kamermuziekwerken

     12 klavecimbelsonates

     1 sonate voor mandoline en basso continuo

 

Franz Joseph Haydn (ook Josef; de naam Franz gebruikte hij niet) (Rohrau, 31 maart 1732 ̶̶ Wenen, 31 mei 1809) stamde uit een tamelijk arme Oostenrijkse familie. Zijn vader Matthias was wagenmaker. Op achtjarige leeftijd werd hij sopraan in het knapenkoor van de Stephansdom in Wenen. Daar bleef hij negen jaar. Zijn stemwisseling trad namelijk pas zeer laat in. Hoewel zijn mentor Georg Reuter hem probeerde over te halen zich te laten castreren heeft Joseph geweigerd deze riskante ingreep te ondergaan. Hij had voor zichzelf al bepaald dat hij componist zou worden, wat zijn ouders zeer afkeurden. In 1755 kreeg Joseph Haydn een vaste betrekking als kapelmeester aan het hof van graaf von Morzin in Lukawitz.

In 1761 werd het orkest opgeheven en kwam Joseph Haydn naar Eisenstadt, bij vorst Paul II Anton Esterházy, en later bij zijn zoon Nicolaus I Jozef. In Esterhaza zou hij tot 1790 blijven. Als kapelmeester en hofcomponist had Joseph Haydn hier veel werk, want de Esterházy's waren grote cultuurliefhebbers. In 1782 ontmoette Joseph Haydn Wolgang Amadeus Mozart.

Na de dood van Nicolaus in 1790 ging Joseph Haydn naar Londen (1791-1792) en (1794-1795). Daar schreef hij de laatste 12 van zijn 106 symfonieën. In 1795 keerde hij definitief terug naar Wenen. Daar hield hij zich tot zijn dood in 1809 vooral bezig met religieuze muziek. Hij stond aan de basis van de vorming van de vierdelige symfonie en droeg bij aan de ontwikkeling van de sonatevorm. Hij ontwikkelde het strijkkwartet en gaf het zijn vorm door de vier strijkers op een gelijkwaardig niveau te plaatsen. Joseph Haydn werd twee keer begraven: in 1809, het jaar van zijn dood, in Wenen, en in 1820 in Eisenstadt, door de nazaten van vorst Esterházy. Bij de herbegrafenis bleek dat in Wenen de schedel van de componist verdwenen was. Vermoedelijk was het ontvreemd door lieden, die het goed dachten te kunnen verkopen aan frenologen, "wetenschappers" die dachten dat je uit de schedelvorm eigenschappen van personen kon aflezen, een opstapje naar de latere rassentheorie. Een schedel van een genie als Joseph Haydn was voor een frenoloog natuurlijk een ideaal studieobject. In 1895 werd de schedel geschonken aan het Wiener Gesellschaft der Muziekfreunde.  In 1954 werd het skelet van Joseph Haydn compleet herbegraven in zijn geboorteplaats Rohrau   Teun de Vries (1907 -2005) schreef in 1988 een roman over deze toestanden: Het hoofd van Haydn. 

Joseph Haydns werken worden zowel aangeduid met 'opus'-nummers als met het Hoboken-Verzeichnis classificatiesysteem.

Joseph Haydn componeerde

     24 opera’s.

- L'infedeltà delusa (De misleiding misleid), Hob. 28/5, burletta per musica, 26 juli 1773, libretto Marco Coltellini. Vespina (sopraan), een energieke jonge boerendochter jammert in de aria Ho un tumore in un ginocchio over een gezwel op haar knie, een hardnekkige oogonstekeing en een naar hoestje. Er zijn mensen die dat leuk vinden.   

- Il mondo della Luna, 1777, een prachtige opera, geschreven voor de bruiloft van de jongste zoon van Nicolaus Esterhazy, waarin Haydn alles uit de kast haalt.

- L'isola disabitata ("het verlaten eiland"), Hob. 28/9, azione teatrale in due parte, Haydns 10de opera, 1779, libretto Pietro Metastasio. De ouverture wordt nogal eens apart uitgevoerd. Se non piange un'infelice, slotaria van Constanza van het tweede bedrijf.

- Orlando paladino  (Kamerheer Orlando), Hoboken 28/11, dramma eroicomico (opera met heroïsche en komische elementen) in drie bedrijven, 6 december 1782. Libretto Nunziano Porta, gebaseerd op het libretto, Le pazzie d’Orlando, van Carlo Francesco Badini, dat weer geïnspireerd was door het verhalende gedicht  Orlando furioso van Ariosto. Tijdens Haydns leven was het zijn populairste opera.

- Armida abbandonata, Hob. XXVIII/12, opera in drie bedrijven, libretto Torquato Tasso’s gedicht Gerusalemme liberata (Jeruzalem bevrijd). 26 February 1784. Bekende aria van Armida: 2de akte, scene 12: “Odio! Furor! Dispetto!

- L'Anima del filosofo, ossia Orfeo ed Euridice (De ziel van de filosoof, of Orpheus en Euridice), Hoboken 28/13, opera in vier bedrijven, de laatste die hij schreef. Libretto Carlo Francesco Badini, gebaseerd op de mythe van Orpheus en Euridice zoals verteld in Ovidius Metamorphoses, 1791, nooit opgevoerd tijdens Haydns leven. Prins Esterházy overleed in 1790, in Engeland hadden ze liever symfonieën van Haydn, de partituur van de opera is nooit helemaal afgemaakt, sommige delen van partijen ontbreken.  9 juni 1951 werd de opera voor het eerst uitgevoerd, onder meer met Maria Callas, en daarna waren er diverse uitvoeringen.  Mooie aria’s va Euridice (sopraan) en van Genio (sopraan), de begeleider van Orfeo (tenor) in de onderwereld.

     3 oratoria

- Il ritorno di Tobia  (De thuiskomst van Tobit), oratorium in twee delen, Hoboken XXI:1, 1775, libretto Giovanni Gastone Boccherini, naar het laatste hoofdstuk van het deuterocanonieke Bijbelboek Tobit. Het koor van de Hebreeërs (tweede deel; nr. 13c, het "stormkoor"): Svanisce in un momento (In een ogenblik verdwenen). In 1809 is het "stormkoor" gepubliceerd als motet op zowel Latijnse als Duitse tekst: Des Staubes eitle Sorgen.

- Die Schöpfung (De Schepping), Hoboken XXI/2) oratorium voor koor, orkest en drie of vijf zangsolisten. 1798, een meesterwerk. Dit oratorium beschrijft en illustreert muzikaal het scheppingsverhaal volgens het Bijbelboek Genesis en is daarnaat gebaseerd op het boek Psalmen en John Miltons Paradise Lost. Baron van Swieten vertaalde de Engelse teksten in het Duits. Haydn gaf zelf aan dat voor Engelssprekend publiek de Engelse versie de voorkeur had. De drie aartsengelen Raphaël (bas), Uriël (tenor) en Gabriël (sopraan) vertellen het scheppingsverhaal. In het laatste deel stappen Adam (bas) en Eva (sopraan) als gelukkig paar nog de paradijselijke wereld in. Mooie aria's. Uriël openingsaria nr. 3 "Nun schwanden vor dem heiligen Strahle", dondert er op los,  aria nr. 9, sopraan-aria van Gabriël in Bes grote terts: “Nun beut die Flur das frische Grün” (Nu is de aarde bekleed met het frisse groen), een wonderschone siciliano, waarin de schepping van de plantenwereld wordt gevierd. De schepping van het licht beslaat acht minuten van de spannendste muziek ooit geschreven. 

- Die Jahreszeiten  (Hoboken-Verzeichnis XXI/3), 1801, voor orkest, koor en drie solisten, libretto Baron Gottfried van Swieten, de Nederlandse hofarts aan het keizerlijke hof in Wenen naar de Engelse gedichtencyclus The Seasons van James Thomson (1700-1748), vertaald naar het Oostenrijkse platteland. In 1803 maakte dichter en filosoof Johannes Kinker een Nederlandse vertaling. pachter Simon (bas), zijn dochter Hanne (sopraan) en jonge boer Lucas (tenor) bezingen de schoonheid van de natuur en het landleven in de kringloop van de seizoenen. Een echt muzikaal feest met mooie toonschilderingen. De symfonische ouverture belooft al statige dramatiek. Hilarische momenten: kwakende kikkers, een kraaiende haan, onweer. Een compleet drinkgelag in de herfst, met een vanwege dronkenschap verkeerd beantwoorde canon.

     15 missen

- Missa Cellensis in honorem Beatissimae Virginis Mariae  in C grote terts, Hoboken XXII:5, 1766/1773, in eerste instantie in 1766 gecomponeerd nadat Joseph Haydn kapelmeester was geworden bij Eszterháza. Tot 1970 was de mis bekend als Missa Sanctae Caeciliae (Caecilia Mis), een later aan de mis toegeschreven titel. In 1768 was Haydn de originele partituur kwijtgeraakt. Later in 1773 schreef hij de mis uit zijn herinnering op en breidde hem nog wat uit. In 1970 zijn in Roemenië fragmenten van de originele partituur teruggevonden, met daarop de oorspronkelijke mistitel.

- Missa in tempore belli (Mis voor tijden van oorlog, Hoboken XXII:9) in C bijgenaamd  Paukenmis, gecomponeerd voor de priesterwijding van Joseph Franz von Hofmann in de Piaristenkirche Maria Treu te Wenen. 1796, aan het eind van de Eerste coalitieoorlog.  Ongebruikelijk prominente partijen voor trompetten en pauken roepen de dreiging van en de overwinning in de oorlog op. De Paukenmis is de negende mis die Haydn componeerde en behoort tot de zes zogenaamd grote symfonische missen die Haydn aan het eind van zijn carrière componeerde en die algemeen als een samenhangende collectie worden beschouwd. De zes symfonische missen zijn gecomponeerd of – zoals in het geval van de Paukenmis – later gebruikt voor de vieringen rond de naamdag van de echtgenote van Nicolaas II, Prinses Maria Josepha Hermengilde Esterházy.

- Missa in Angustiis  ("Mis voor benauwde tijden”) of "Nelson Mis", geschreven voor de verjaardag van Prinses Esterhazy, 1798, Hob. XXII:11; wegens politieke en financiële onzekerheid (Napoleon had het Oostenrijkse leger verslagen en bedreigde Wenen) had Nicolaas II de houtblazers van zijn orkest ontslagen, dus Haydn moest het met strijkers, trompetten, slagwerk en orgel doen. De bijnaam “Nelson mis” komt van het feit Admiraal Horatio Nelson op de uitvoeringsdag, 15 september 1798, de vloot van  Napoleon een vernietigend nederlaag bezorgde in de Slag bij de Nijl. Toen Lord Nelson twee jaar later paleis Ersterhazy bezocht, werd de mis opnieuw uitgevoerd.

- “Harmoniemis” in Bes grote terts, Hob. XXII:14, 1802, Haydn’s laatste grote werk. De bijnaam “harmoniemis” komt vanwege de grote inzet van blaasinstrumenten: naast koor, slagwerk, strijkers en , 2 fagotten, orgel worden er in het orkest fluit, 2 hobo’s, 2 klarinetten, 2 fagotten, 2 hoorns en 2 bestrompetten gevraagd.

     150 kleine kerkelijke werken

- motet Insanae et vanae curaei, ook op Duits tekst: Des Staubes eitle Sorgen. contrefact van Hoboken XXI:1/13c, 1775: het koor  Svanisce in un momento uit het Oratorium Tobit (zie aldaar) indrukwekkend koorwerk voor gemengd koor en orkest.

- "Grand Te Deum",  in C grote terts voor gemengd koor en orkest, 1800, Hoboken XXIIIc, nr.2

     Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze; eind 1786 gecomponeerd voor orkest in opdracht van markies / priester Jose Sáez de Santamaria in Cádiz. Uitgever Artaria gaf de orkstversie uit, maar wilde ook graag uitgaven voor minder instrumenten. Haydn maakte een versie voor strijkkwartet en gaf toestemming voor een klavierversie "per il clavicembalo o Forte Piano"; klinkt mooi op een "tangentenpiano", waarbij de snaren met "tangenten", smalle houten staafjes worden aangeslagen. Later verschenen er van andere bewerkers meer instrumentale en vocale bezettingen van het het negendelige, meditatieve werk. Het werk begint me een Intrada, dan volgen 7 sonates, elk gewjd aan een volgend kruiswoord. Het eindigt met Il Terremoto, Presto e con tutta la forza, ‘aardbeving, snel en met alle beschikbare kracht’, een stuk dat de aardbeving direct na Jezus’ overlijden uitbeeldt (naar Mattheus 27:51 en volgende).

     30 concertaria's

- Solo e pensoso (“alleen en in gedachten”), Hoboken, XXIVb:20, 1798, air de concert voor sopraan en orkest, Tekst:  Petrarca, Sonnett XXVII

     4 cantates

- Ariadne auf Naxos, cantate voor sopraan met piano, 1789, Hoboken XXVIb:2; cantate in 7 delen

     106 symfonieën

- symfonie nr. 4 in D grote terts , Hoboken 1/4, tussen 1757 en 1761.

- Symfonie nr. 6 in D grote terts, Hoboken 1/6, Le matin  (de morgen), voorjaar 1761, de eerste symfonie die Joseph Haydn schreef na zijn benoeming aan het hof van prins Nikolaus Esterházy court. De eerste van drie symfonieën, die gekenmerkt worden door ongebruikelijk virtuoze orkestpartijen. De bijnaam “de morgen” is niet van Haydn zelf, maar werd als vrij snel gebruikt en is afgeleid van de langzame opening van het eerste deel, dat onmiskenbaar een zonsopgang verbeeldt.  

- Symfonie nr. 7 in C grote terts, Hoboken I/7, "Le midi" (de middag), 1761, heeft niks met de middag te maken, maar is zo genoemd omdat de vorige symfonie “de morgen” heette. 

- Symfonie nr. 8 in G grote terts, Hoboken I/8, "Le soir" (de avond), 1761, heeft niks met de middag te maken, maar is zo genoemd omdat de eerste symfonie van e trilogie “de morgen” heette. 

- Symfonie nr. 22 in Es grote terts, Hoboken I/22, 1764, “de filosoof”, Haydns meest gespeelde vroege symfonie. De bijnaam “de filosoof” komt van een copy van de symfonie, in 1790 in Modena gevonden, slaat misschien op de melodie en het contrapunt van het eerste deel, tussen de waldhoorns en de Engelse hoorns, dat wat debatterig (“filosofisch”) overkomt.

- Symfonie nr. 26 in d kleine terts, Hoboken 1/26, 1768, voor de Paasweek. Het is een Sturm und Drang symfonie, waarin Haydn een oude gregoriaanse melodie over het lijden van Christus in opneemt, vandaar de bijnaam van de symfonie: “Lamentatione”, niet van Haydn zelf.

- Symfonie nr. 31 in D grote terts, “Hoornsignaal”, 1765, gecomponeerd voor Nikolaus Esterházy. De bijnaam komt door de ongebruikelijke grote hoornsectie van vier hoornisten.

- Symfonie nr. 39 in g kleine terts, Hoboken 1/39,1765. De vroegste kleine terts symfonie van Joseph Haydn, met onder meer vier hoorns, geassocieerd met zijn Sturm und Drang-periode. De invloedrijke symfonie inspireerde de g kleine tertssymfonieën van Johann Christian Bach (opus 6, nr 6) en Wolfgang Amadeus Mozart (nr. 25).

- symfonie nr. 42 in D grote terts, Hoboken 1/42, 1771

- Symfonie nr. 44 in e kleine terts, 1771. Bijnaam Trauer-Sinfonie (rouwsymfonie), omdat Joseph Haydn wilde dat het derde deel Adagio op zijn begrafenis zou worden gespeeld. Droefmooi pareltje. Alleen bij zijn begrafenissen nooit uitgevoerd.

- Symfonie nr. 45 in fis kleine terts, 1772, Afscheidssymfonie (“Abschieds-Sinfonie”), omdat de musici protesteerden tegen de verplichte jaarlijkse verhuizing tussen het zomerpaleis bij Fertod (Hongarije) en het winterpaleis in Wenen. Tijdens het laatste deel (adagio) stoppen de muzikanten één voor één met spelen, blazen hun kaars uit, nemen hun partituur mee en verlaten het podium verlaten, totdat nog maar 2 violisten overblijven. Vorst Esterhazy waar Haydn als kapelmeester in dienst was had bij verordening de plicht een periode in Wenen door te brengen. Voor de musici die vrouwen en kinderen achter moesten laten was deze volksverhuizing echter een doorn in het oog.

- Symfonie nr. 46 in Bes grote terts, Hoboken I/46, 1772,

- Symfonie nr. 47 in G grote terts,  Hob. I:47 1772 ??, “‘de palindroom”, vanwege het derde deel: "Minuetto al Roverso" waarvan het tweede deel hetzelfde is als het eerste, maar dan achterstevoren, het trio van het menuet is op dezelfde manier geschreven.

- Symfonie nr. 49 in f kleine terts, 1768, Hoboken 1/49),  La passione (De passie), omdat de symfonie heel  traag start, in een kleine terts toonaard staat en er veel Sturm und Drang-elementen in voorkomen.

- symfonie nr. 64 in A grote terts, Hoboken 1/64 , tussen 1773 en 1775. De symfonie heeft als bijnaam Tempora mutantur, afkomstig van Haydn zelf, die het boven de autografe orkestpartijen schreef. Tempora mutantur, nos et mutamur in illis (De tijden veranderen en wij veranderen mee) is een traditionele Latijnse spreuk.

- Symfonie nr. 77, Hoboken 1/77, 1782. In de finale gebruikt Haydn voor het eerst de sonate-rondovorm (een vermenging van de sonatevorm en de rondovorm).

- Symfonie nr. 78 in c kleine terts, Hoboken 1/78, 1782, vormt een soort trio met de symfonieën 76 en 77, die Haydn alledrie schreef voor een tripje naar Londen, dat niet doorging.

- Symfonie nr. 79 in F grote terts , Hoboken 1/79, 1784. met de symfonieën nr. 80 en nr. 81  vormt deze symfonie een soort trio van gelijke structuur. Haydn experimenteert vrij en blij met ritmes, pauzes, tutti, minimale polyfonie, gebruikelijke dissonanten, thema’s, variaties en dansstructuren.  

- Symfonie nr. 80 in d kleine terts, Hoboken 1/80, een van de weinige late symfoniën van Haydn in een kleine terts toonaard

- Symfonie nr. 81 in G grote terts, Hoboken 1/81, 1784 

De Parijse symphonieënreeks (nr. 82 - 87) schreef  Joseph Haydn in opdracht van graaf d’Ogny voor het orkest van de Loge Olympique in Parijs. Beste CD-opname: 6 Parijse symfonieën, Orkest van de 18de eeuw olv Frans Brüggen, Philips:

- Symfonie nr. 82 in C grote terts (net als Mozarts 41ste)

- Symfonie nr. 83 in g kleine terts (net als Mozarts 40ste), bijgenaamd "la poule" (de kip), omdat je in het tweede thema van het eerste deel Allegro Spiritoso een klokkend hennengeluid kunt horen

- Symfonie nr. 84 in Es grote terts (net als Mozarts 39ste)

- Symfonie nr. 85 - La Reine,  1785, verwijst naar Koningin Marie Antoinette, die er een voorkeur voor had

- Symfonie nr. 86 in D grote terts, 1786, het hoogtepunt van de reeks, het meest majestueus in de snelle delen, het meest diepzinnig in de langzame, wat wil je ook met een tweede langzaam deel dat capriccio (largo) heet; het menuet is ook rijker en heeft meer allure dan in zijn andere symfonieën.

Zijn laatste 12 symfonieën schreef Joseph Haydn voor of tijdens zijn verblijf in Engeland. Ze worden dan ook wel de Londense symfonieën genoemd. Onder meer zijn dat

- Symfonie nr. 92 - Oxford

- Symfonie nr. 94 - The Surprise

- Symfonie nr. 96 - The Miracle

- Symfonie nr. 97 in C grote terts, Hoboken I/97, 1792, tijdens Haydns eerste reis naar Londen.

- Symfonie nr. 98 in Bes grote terts, HobokenI/98, 1792, tijdens Haydns eerste reis naar Londen.

- Symfonie nr. 99 in Es grote terts, HobokenI/99,1793in Wenen in voorbereiding voor zijn tweede reis naar Londen.

- Symfonie nr. 100 - Military

- Symfonie nr. 101 - De Klok, in het tweede deel Andante is het tikkende klokritme opwekkend maatbepalend

- Symfonie nr. 102 - Miracle

- Symfonie nr. 103 - Paukenroffel

- Symfonie nr. 104 - Londen

     48 concerten

- 5 concerti en 8 notturni voot twee lire organizatte, een soort draailieren, speciaal geschreven voor de koning van Napels

- 3 orgelconcerten

- 14 concerten voor klavecimbel, orgel of piano

Orgelconcert in C grote terts Hob. XVIII/1

Klavierconcerto nr. 2 in D grote terts, Hob. XVIII/2, Haydns populairste pianoconcert, 1767, briljant

Klavierconcerto nr. 3 in F grote terts, Hob. XVIII/3, met hoorns en strijkers, 1771

Klavierconcerto nr. 4 in G grote terts, Hob. XVIII/4, 1770

Dubbelconcerto nr. 6 in F grote terts, voor klavier (orgel of piano), soloviool en strijkers, Hob. XVIII/6, 1766, zonnig

Klavierconcerto nr. 11 in D grote terts, Hob. XVIII/11, meer kleur door toevoeging van hoorns en hobo's, 1780

- 4 vioolconcerten, waarvan het tweede verloren is gegaan

vioolconcertnr. 1 in C grote terts, fatto per il luigi, Hob. VIIa:1, 1765 ?,  voor de beroemde violist Alois Luigi Tomasini die spoedig daarna concertmeester werd van het  Esterházy-orkest

vioolconcert nr. 3 in A grote terts, 1765 ?, Hob. VIIa:3.

vioolconcert nr. 4 in G grote terts, Hob. VIIa:4, gepubliceerd 1769, onderhoudend, bruisende finale

- 5 celloconcerten, waarvan het derde verloren is gegaan, en het auteurschap van het vierde en vijfde twijfelachtig.

celloconcerto nr. 1 in C grote terts, Hob. VIIb/1, 1761-65 voor zijn vriend Joseph Franz Weigl, de eerste cellist van Prince Nicolaus's Esterházy Orkest. Het concert is pas in het Praags Nationaal Museum door musicoloog  Oldřich Pulkert ontdekt in 1961.

celloconcerto nr. 2 in D grote terts, opus 101, Hob. VIIb/2, 1783 gecomponeerd voor Antonín Kraft, een cellist van Prince Nicolaus's Esterházy Orkest. combinatie van rococo-achtige elegantie met glimlachende melancholie. Ongekend palet aan stemmingen. Soort opera voor cello. CD "The Cello Concertos",  Harriet Krijgh, Capriccio C5139.

- 4 hoornconcerten

hoornconcerto nr. 1 in D grote terts, Hob. VIId:3, 1762, briljante solopartij

concerto voor twee hoorns in Es grote terts, Hob. VIId/6

- Concerto per il Clarino, Hob. VIIe/1, trompetconcert in Es grote terts, 1769, geschreven voor zijn vriend Anton Weidinger, die een trompet met ventielen ontwikkelde, waar je chromatisch op kon spelen. Voor 1830 waren er alleen ventielloze natuurtrompetten.

     68 strijkkwartetten

- 6 strijkkwartetten  opus 3, Hoboken nr. III:13 tot 18, zijn niet van Haydn, maar gecomponeerd door Romanus Hofstetter, heeft musicoloog Alan Tyson in 1965 uitgevogeld, inclusief het

 kwartet opus 3 nr. 5 in F grote terts "Serenade", met een prachtig tweede deel: Andante cantabile

- 6 strijkkwartetten  opus 20, 1772, “zonnekwartetten” een mijlpaal in de ontwikkeling van het genre, die Haydn de erenaam ”vader van het strijkkwartet" bezorgde. Haydn was de eerste componist die streefde naar volledige gelijkwaardigheid van alle vier de stemmen. Ongelofelijke variatie en klankrijkdom. Sturm und drang

kwartet nr. 23 in f  kleine terts, opus 20, nr. 5, FHE nr. 47, Hoboken nr. III:35

kwartet nr. 24 in A grote terts, opus 20, nr. 6, FHE nr. 48, Hoboken nr. III:36

kwartet nr. 25 in C grote terts, opus 20, nr. 2, FHE nr. 44, Hoboken nr. III:32

kwartet nr. 26 in g kleine terts, opus 20, nr. 3, FHE nr. 45, Hoboken nr. III:33; het vierde deel Allegro di molto valt herhaaldelijk onvoorspelbaar stil

kwartet nr. 27 in D grote terts, opus 20, nr. 4, FHE nr. 46, Hoboken nr. III:34

kwartet nr. 28 in Es grote terts, opus 20, nr. 1, FHE nr. 43, Hoboken nr. III:31

-6 strijkkwartetten opus 33, zomer en herfst 1781, "Russische kwartetten”, omdat Joseph Haydn de kwartetten opdroeg aan groothertog Paul van Rusland. De kwartetten werden voor het eerst gespeeld op Kerstdag 1781 in het Weense appartement van groothertogin Maria Feodorovna.

kwartet nr. 29 in G grote terts ("Hoe gaat het met je?"), opus 33, nr. 5, FHE nr. 74, Hoboken nr. III:41

kwartet nr. 30 in Es grote terts ("De Grap"), opus 33, nr. 2, FHE nr. 71, Hoboken nr. III:38

kwartet nr. 31 in B kleine terts, opus 33, nr. 1, FHE nr. 70, Hoboken nr. III:37

kwartet nr. 32 in C grote terts ("De Vogel"), opus 33, nr. 3, FHE nr. 72, Hoboken nr. III:39, versieringsnootjes tussen nootherhalingen bij de opening van het eerste deel geven een vogelgeluidkarakter, vandaar de bijnaam.

kwartet nr. 33 in D grote terts, opus 33, nr. 6, FHE nr. 75, Hoboken nr. III:42, vol muzikale grappen.

kwartet nr. 34 in Bes grote terts, opus 33, nr. 4, FHE nr. 73, Hoboken nr. III:40

- 6 strijkwartetten opus 50, "Pruisische kwartetten”, 1787

kwartet nr. 36 in Bes grote terts, opus 50, nr. 1, FHE nr. 10, Hoboken nr. III:44

kwartet nr. 37 in C grote terts, opus 50, nr. 2, FHE nr. 11, Hoboken nr. III:45

kwartet nr. 38 in Es grote terts, opus 50, nr. 3, FHE nr. 12, Hoboken nr. III:46

kwartet nr. 39 in fis kleine terts, opus 50, nr. 4, FHE nr. 25, Hoboken nr. III:47

kwartet nr. 40 in F grote terts ("Droom"), opus 50, nr. 5, FHE nr. 26, Hoboken nr. III:48

kwartet nr. 41 in D grote terts ("De Kikker"), opus 50, nr. 6, FHE nr. 27, Hoboken nr. III:49

- 12 strijkkwartetten opus 54, opus 55 en opus 64, "Tost-kwartetten", 1788  en 1790, gecomponeerd voor de hofviolist en latere Weense koopman Johann Tost. Hij verkocht de kwartetten aan verschillende uitgevers.

  De Tostikwartetten set I, opus 54 zijn prachtige strijkkwartetten:

kwartet nr. 42 in C grote terts, opus 54 nr. 2, Hoboken nr.III:57, met een quasi-improvisatorische Hongaarse zigeunermelodie in het tweede deel in c kleine terts: Adagio

kwartet nr. 43 in G grote terts, opus 54 nr. 1, Hoboken nr. III:58

kwartet nr. 44 in E grote terts, opus 54, nr 3, Hoboken nr. III:59

kwartet nr. 45 in A grote terts, opus 55 nr. 1, Hoboken nr.III:60

kwartet nr. 46 in f kleine terts, opus 55 nr. 2 ("scheermes"), Hoboken nr. III:61, Haydn zou het kwartet voor een scheermes hebben geruild met een Engelse uitgever. 

kwartet nr. 47 in Bes grote terts, opus 55 nr 3, Hoboken nr. III:62

  De Tostikwartetten set II, opus 64

kwartet nr. 48 in C grote terts, opus 64 nr. 1, Hoboken nr.III:65

kwartet nr. 49 in b kleine terts, opus 64 nr. 2, Hoboken nr. III:68

kwartet nr. 50 in Bes grote terts, opus 64 nr; 3, Hoboken nr. III:67

kwartet nr. 51 in G grote terts, opus 64 nr. 4, Hoboken nr.III:66

kwartet nr. 52 in Es grote terts, opus 64 nr. 6, Hoboken nr. III:64

kwartet nr. 53 in D grote terts (“de leeuwerik”), opus 64, nr 5, Hoboken nr. III:63

- 6 strijkkwartetten opus 71 en opus 74, "Apponyi”-kwartetten, 1793, gecomponeerd voor graaf Anton Georg Apponyi, een bekende van Haydn’s werkgevers, die er hem 100 ducaten voor betaalde

kwartet nr. 54 in Bes grote terts, opus 71 nr. 1, Hoboken nr.III:69

kwartet nr. 55 in D grote terts, opus 71 nr. 2, Hoboken nr.III:70

kwartet nr. 56 in Es grote terts, opus 71 nr. 3, Hoboken nr.III:71

kwartet nr. 57 in C grote terts, opus 74 nr. 1, Hoboken nr.III:72

kwartet nr. 58 in F grote terts, opus 74 nr. 2, Hoboken nr.III:73

kwartet nr. 59 in g kleine terts (ruiterkwartet),  opus 74 nr. 3, Hoboken nr. III:74

- 6 strijkkwartetten op. 76, Erdödy kwartetten, 1797. De bijnaam  is te danken aan de opdrachtgever: de Weense graaf Joseph Erdödy. Het gaat hier om de mooiste en beste werken op kamermuziekgebied van  Haydn: ingenieuze variaties, complexe fuga’s, invloeden uit de volksmuziek (uit Kroatië o.a.), volmaakte ensemblestructuur en een hoge mate aan doorzichtigheid. Het expressiebereik is opvallend groot. De reeks behoort tot de populairste kwartetten van Haydn;

kwartet nr. 60 in G grote terts, opus. 76, nr. 1, FHE nr. 40, Hoboken III:75. Het openingsdeel Allegro con spirito is een Alla Breve dat de toonaard G grote terts in en uit loopt. Lastig te spelen.

kwartet nr. 61 in d, opus  76 nr. 2 "Kwintenkwartet," Hob. III:76, vanwege de overheersende dalende reine kwinten in het eerste deel

kwartet nr. 62 in C, opus 76 nr. 3 "Keizerkwartet"  (vanwege de verwerking daarin in het beroemde variatiedeel over het Oostenrijkse volkslied “Gott erhalte Franz den Kaiser”) Hob. III:77

kwartet nr. 63 in Bes, opus 76 nr. 4 "Zonsopgang" Hob. III:78, met een thema dat de dageraad symboliseert.

kwartet nr. 64 in D grote terts, opus 76 nr. 5 "Largo" Hob. III:79, het tweede deel Largo cantabile e mesto is uitzonderlijk lang. Het derde deel Menuet en trio, is op het thema van het Largo gebaseerd. het slotdeel, een stormachtig Finale. Presto eindigt met dezelfde drie cadensachrige figuren waar het ook mee begint.

kwartet nr. 65 in Es, opus 76 nr. 6 "Fantasie" Hob. III:80

CD: Leipziger Streichquartett MDG 307 1683-2: sublieme uitvoering

- 2 strijkkwartetten opus 77 „Lobkowitz-Quartette“, 1799

kwartet nr. 66 in G grote terts, opus 77, nr. 1, "Komplimentierquartett" Hob. III: 81

     45 pianotrio’s, voor viool, cello en piano

- pianotrio no. 11 in E grote terts, Hoboken XV/34, 1771

- pianotrio no. 39 in G grote terts, Hob. XV/25, 1795. Haydn's meest bekende pianotrio, bijgenaamd  “alla Zingarese” of "Gypsy". Levendiger muziek bestaat er niet. De drie trio's 38,39 en 40 werden opgedragen aan Rebecca Schroeder

- pianotrio nr. 41 in Es kleine terts, Hoboken 15/31, 1797

- pianotrio nr. 43 in C grote terts, opus 86 nr. 1, Hoboken XV/27, 1797, de trio’s 43 tot 45 waren opgedragen aan Theresa Jansen (Bartolozzi), een eminent pianiste in Londen

Joseph Haydn schreef drie trio's voor dwarsfluit, cello en piano:

- pianotrio no. 28 in D grote terts, opus 67 nr. 2, Hob. XV/16, 1790. Verrassende harmoniek maakt het spannend.

- pianotrio no. 29 in G grote terts, opus 67 nr. 1,  Hob. XV/15, 1790

- pianotrio no. 30 in F grote terts, opus 73,  Hob. XV/17, 1790

     66 Divertimenti voor 4 en meer stemmen

- Zes fluitkwartetten voor fluit, viool, altviool en cello, opus 5, nr 1-6, Hob II: D9, G4, D10, 1, D11, 1

     11 Divertimenti voor 3 stemmen

     13 Divertimenti met piano

     126 baryton-trio’s, voor bariton, altviool en cello (drie ervan zijn met viool inplaats van altviool) 

Nicolaus I Jozef Esterházy blonk uit op dit gamba-achtige strijkinstrument

     12 verschillende (series) werken voor baryton

- 7 Divertimenti a otto voci, opus 31, voor baryton, twee violen, altviool, cello, violone en twee hoogst virtuoze, bijna onspeelbare hoornpartijen; Hoboken X: 1-6 en 12; CD: Haydn Sinfonieta Wien onder leiding van Manfred Huss BIS-CD 1796/98

     6 duo's (sonates) voor viool en altviool: "6 Violin  Solo mit  Begleitung einer Viola"; 1777, Hoboken VI:1-6

     62 pianosonates (eigenlijk voor klavecimbel, alleen de laaste vier zijn voor piano geschreven)

- Sonate nr. 2 in C grote terts, Hoboken XVI:7, 1766

- Sonate nr. 9 in D grote terts, Hoboken XVI:4, 1765

- Sonate nr. 30 in D grote terts, Hoboken XVI:19; 1767, speelse ritmiek in de opening

- Sonate nr. 38 in F grote terts, Hoboken XVI:23, 1773

- Sonate nr. 39 in D grote terts, opus 13 nr. 4, Hoboken XVI:24, 1773

- Sonate nr. 40 in Es grote terts, Hoboken XVI:25; 1773

- Sonate nr. 41 in A grote terts, Hoboken XVI:26; 1773

- Sonate nr. 43 in e kleine terts, Hoboken XVI:28, 1776

- Sonate nr. 44 in F grote terts, Hoboken XVI:29, 1774

- Sonate nr. 46 in E grote terts, opus 13 nr. 4, Hoboken XVI:31, 1776

- Sonate nr. 47 in b kleine terts, Hoboken XVI:32, 1776

- Sonate nr. 58 in C grote terts, Hoboken XVI:48, 1789

- Sonate nr. 59 in Es grote terts, Hoboken XVI: 49, 1789, prachtig stuk

     12 andere werken voor piano solo

- Fantasia (Capriccio) in C grote terts, Hob. XVII/4, voor klavecimbel

- Andante met variaties in f kleine terts (Un piccolo divertimento), Hoboken XVII:6, 1793, één van Haydns populairste pianowerken. Een set van dubbele variaties: het eerst thema staat in f kleine terts en het tweede in F grote terts. Twee variaties van elk thema en een uitgebreide coda.

- Adagio in F grote terts, Hoboken XVII:9

     76 liederen voor zangstem en piano

     400 bewerkingen van volksliedjes  uit Schotsland, Wales en Ierland

 

Johann Christoph Friedrich Bach (Leipzig, Saksen, Duitsland, 21 juni1732 – Bückeburg, 26 januari1795) was de vierde zoon (en het negende kind) vanJohann Sebastian BachenAnna Magdalena Bach. Hij had muziekles van zijn vader en van zijn neef Johann Elias Bach. Vanaf1750werkte hij als musicus inBückeburg, bij graafWillem van Schaumburg-Lippe, eerst alsklavecinist, vanaf1758alsconcertmeester.

Hij trouwde in 1755 met de zangeres Lucia Elisabeth Münchhausen (1728–1803) in 1755, de graaf was peetvader van hun zoonWilhelm Friedrich Ernst Bach. lJohann Christoph Friedrichl leidde zijn zoon op in de muziek, zoals zijn vader dat bij hem had gedaan. Wilhelm Friedrich Ernst werd muziekdirecteur bij Frederick William II van Pruisen.

In 1778 reisde Johann Christoph Friedrich met zijn zoon Wilhelm naar Engeland om zijn broer Johann Christian op te zoeken.

Een belangrijk deel van zijn in handschrift overgeleverde werk, dat zich sinds 1917 in het Staatliches Institut für Musikforschung te Berlijn bevond, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernietigd.

Johann Christoph FriedrichBachcomponeerde

     8 oratoria,

     20 symfonieën,

     15 klavecimbelconcerto's,

     5 andere concerto’s

     9 kerkcantates

     11 motetten voor 4 stemmen en basso continuo

- Gloria Sei Dir Gesungen, feestelijk kerstmotet.

     8 wereldlijke cantates

     50 kamermuziekwerken

- Sonate in A grote terts voor fluit, viool en basso continuo, 1770

     5 liederen

     112 klavecimbelwerken

 

Anton Fils (Fieltz, Filtz) (Eichstätt, Beieren, Duitsland, 22 september 1733 - Mannheim, 14 maart 1760) was de zoon van cellist Johann Georg Fils († 1749), aan het bisschoppelijke hof in Eichstätt. Na zijn opleiding aan het gymnasium schreef hij zich in als student in de rechten aan de universiteit van Ingolstadt. In 1754 werd hij benoemd als cellist aan Mannheimer Hofkapelle van  keurvorst Carl Theodor von der Pfalz. In 1757 trouwde hij met Elisabeth Range. Ze kregen een dochter: Anna Margaretha.

Hij is gestorven doordat hij de gewoonte had, levende spinnen te eten, waarvan hij beweerde dat ze naar aardbeien smaakten. 

Anton Fils componeerde

     8 missen

     10 andere religieuze werken

     30 symfonieën

     28 concerten

     24 triosonates

 

François-Joseph Gossec (ook: Gaussé, Gossé, Gosset of Gossez) (Vergnies, in Henegouwen,  17 januari 1734 – Passy bij Parijs, 16 februari 1829) zong, toen hij 6 jaar was, mee in het koor van de bedevaartskerk te Walcourt bij Charleroi in België en later in de St.-Aldegondekerk te Maubeuge, in het huidige Frankrijk. In Maubeuge werd hij lid van een klein orkest van de St.-Pieterskerk dat door muziekdirecteur Jean Vanderbelen geleid werd. Van hem kreeg hij zijn eerste lessen viool, piano, harmonie en compositie. In 1742 werd hij opgenomen in het koor van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (Antwerpen) en kreeg daar lessen van André-Joseph Blavier. In 1751 ging hij met een aanbevelingsbrief van Blavier naar Parijs bij Jean-Philippe Rameau, de orkestleider van het privéorkest van Alexandre-Joseph Le Riche de la Pouplinières. Jean-Philippe Rameau nam hem aan als lid van zijn orkest.

In 1754 werd Jean-Philippe Rameau opgevolgd door Johann Stamitz als dirigent van het muziekensemble. Johann Stamitz maakte François-Joseph Gossec, die vaak zelf dirigeerde, vertrouwd met de ontwikkelingen van de Mannheimer Schule: een homofone schriftuur in de symfonie, indrukwekkende dynamische effecten en een speciale rol voor klarinetten, bassethoorns en andere blaasinstrumenten. Na het vertrek van Johann Stamitz naar Mannheim in 1756 werd François-Joseph Gossec dirigent van het orkest tot aan de dood van de la Pouplinières in 1762.

In 1758 was hij getrouwd met de zangeres Marie-Elisabeth Georges. In 1760 kregen zij een zoon.

Van 1762 tot 1769 had hij de leiding van de kapel van de prins van Condé Louis-Joseph de Bourbon te Chantilly en vanaf 1766 eveneens de leiding van de kapel van de prins van Conti Louis-François de Bourbon.

Van 1769 tot 1773 was hij directeur van het orkest Concert des Amateurs, dat zich vooral met de uitvoering van eigentijdse composities bezighield en in heel Europa beroemd werd.

Tussen 1773 en 1777 was hij samen met Simon Leduc en Pierre Gaviniès directeur van de Concerts Spirituels. Dit bood hem de kans zijn eigen composities en die van zijn vrienden ten gehore te brengen. In 1775 kreeg hij een onderscheiding als 'maître de la musique'.

Vanaf 1778 werkte hij aan de Academie de Musique als koordirigent en vanaf 1780 als tweede directeur. In 1784 kwam hij aan het hoofd te staan van de nieuw gestichte École de chant.

François-Joseph Gossec hing enthousiast de ideeën van de Franse Revolutie aan. Toen in 1795 het beroemde Conservatoire de Musique gesticht werd, werd hem samen met Jean-François Lesueur, Étienne Nicolas Méhul, Luigi Cherubini en André Ernest Modeste Grétry de inspectie van het instituut opgedragen.

Gossec werd aangesteld als de officiële componist van de Franse Revolutie.

François-Joseph Gossec componeerde

     21 opera’s

- Thésée, opera in 4 aktes, 1782, libretto Etienne Morel de Chéfdeville, naar Philippe Quinault. Tragische rol van Medea, sopraan, de kindermoordenares. Spannende opera. Belangrijke rollen voor Égée (Aegeus), bas-bariton, koning van Arthene, prinses Églé, sopraan, onder de hoede van koning Égée opgevoed; Thésée (Theseus), counter-tenor, onbekende zoon van koning Égee; opmerkelijk moment: scene met demonen die Églé achtervolgen

     3 balletten

     35 symfonieën

- Trois grands symphonies, opus 8, met 2 altviolen en hobo’s of klarinetten verplicht en hoorns ad libitum, 1765

+ Symfonie in Es opus 8 nr. 1, ongekend moderne manier van instrumenteren.

- Symphonie voor 17 stemmen in F grote terts, 1809

     3 andere orkestwerken

     8 revolutie-werken voor harmonieorkest

- Marche lugubre in d klein, 1793,  naar aanleiding van de dood van Honoré Gabriel de Riqueti, comte de Mirabeau in september 1790. Het werd een standaardwerk in het muziekrepertoire ten tijde van de revolutie.

- Marche des marseillos, fraai lyrisch arrangement van de Marseillaise, 1793

     38 andere  werken voor harmonieorkest

- Marche lugubre in d klein, 1793,  naar aanleiding van de dood van Honoré Gabriel de Riqueti, comte de Mirabeau in september 1790. Het werd een standaardwerk in het muziekrepertoire ten tijde van de revolutie.

     9 geestelijke werken

- Requiem - Grande Messe des Morts, 1760, dit werk maakte Gossec op slag beroemd.

- Te Deum, 1779, gecomponeerd bij de zwangerschap van Marie-Antoinette van Oostenrijk (Maria Antonia Josepha von Habsburg-Lothringen).

- Te Deum, 1790, voor mannenkoor en harmonieorkest voor de federale ceremonie op het Champ de Mars ter gelegenheid van de 14 juli.

     5 series van steeds zes kamermuziekwerken

     6 werken voor zangstemmen a cappella of met contrabasbegeleiding

 

Franz Ignaz Beck (Mannheim, Duitsland, 20 februari1734 – Bordeaux, 31 december1809) kreeg de eerste lessen van zijn vader Johann Aloys Beck (gestorven in 1742), hoboist en rector van de koorschool aan het Palatinate Hof in Mannheim. Later kreeg hij onderrricht vanJohann Stamitz, de dirigent van het briljante Mannheimer hoforkest. Na eend uel, waarbij zijn tegenstander fingeerde dood te zijn, verliet hij Duitsland. In Venetië trad Franz Ignaz Beckop als violist en studeerde hij compositie bij Baldassare Galuppi. Na drie jaar vetrok hij met Anna Oniga, zijn latere vrouw en de moeder van zijn zeven kinderen naar Napels. Ongeveer in 1757 verhuisde Franz Ignaz Becknaar Frankrijk, waar hij in Marseille dirigent van het theaterorkest werd. In 1761 vertrok hij naarBordeaux. Hij werd er aangesteld als dirigent in het theater gezelschap van Maarschalk Graaf van Richelieu, dat er vanaf 1780 in een nieuw Grand Théâtre optrad. Franz Ignaz Beck werkte in Bordeaux ook als organist aan de St Seurin en als docent.

Tijdens de revolutie schreef Franz Ignaz Beck patriottische en revolutionaire muziek. In de nadagen van de revolutie verviel hij tot armoede. Van zijn zes dochters stierven er twee jong. Zijn enige zoon was commandant van een Frans oorlogsschip tijdens de Napoleontische oorlogen en bracht lange tijd in Engelse gevangenschap door.

Franz Ignaz Beck behoorde tot de Mannheimer school.

Franz Ignaz Beck componeerde

     3 opera’s

     24 symfonieën

     6 ouvertures

     4 religieuze werken

- Stabat Mater voor solisten, gemengd koor en orkest, 1783

     18 pianosonates

 

Joseph Schmitt (Gernsheim am Rhein, gedoopt 18 maart 1734 – Amsterdam, 28 mei 1791) was een leerling van Carl Friedrich Abel. Hij was priester en omstreeks 1763 koormeester in een klooster bij Eberbach. In 1774 was hij in Amsterdam, waar hij een bekende componist, concertorganisator, uitgever en docent werd. Anderen hebben zijn werk onder de naam van Haydn uitgegeven. Hij werd wel de “Hollandse Haydn" genoemd. Van 1788 tot zijn dood in 1791 was Joseph Schmitt dirigent van het orkest Felix Meritis.

Joseph Schmitt componeerde

     symfonieën

- symfonie In Bes, opus 6  nr. 2

     kamermuziek

- zes triosonates opus 11 voor 2 violen of viool/altviool en cello, 1781.

 

Johann Friedrich Wilhelm Wenkel (Wenckel) (Niedergebra, bij Nordhausen, Duitsland, 25 november 1734 – Uelzen,? 1792) kreeg les van zijn vader en zijn grootvader en daarna van C.G. Schröter in Nordhausen en organist CarlWilhelmMüller in Halberstadt. In 1756 kreeg hij een baan als zangleraar aan de Realschule in Berlin. In 1761 werd hij benoemd als muziekdirecteur aan de kerken in Stendal in de Altmark, en in 1768 verhuisde hij naar Uelzen als vicekapelmeester en organist. Als componist oriënteerde hij zich aan het leerwerk van Johann Joachim Quantz.

Johann Friedrich Wilhelm Wenkel componeerde

     sonates voor viool en fluit

     duetten voor violen en fluiten

- Duetten für zwo Flöten traversen

     werken voor zangstem en klavecimbel

     klavecimbelwerken