Componisten

vanaf 1923

 

Friedrich Zehm (*Neusalz/Oder, Duitsland, 22 januari 1923 – Wiesbaden, 4 december 2007) kreeg in Stettin op 8-jarige leeftijd zijn eerst pianolessen van Hansmaria Dombrowski. In 1941 begon hij met een studie aan het Mozarteum in Salzburg: piano bij Walther Lampe en muziektheorie bij Friedrich Frischenschlager. In 1942 moest hij in militaire dienst naar het Oostfront in de Kaukasus en werd daar zwaar gewond, het kostte hem een oog. Na de oorlog ging hij toch met zijn muziekstudie door aan de muziekhogeschool Freiburg: piano bij Edith Picht-Axenfeld en compositie bij Harald Genzmer. Van 1952–1956 was hij werkzaam als privémuziekdocent, van 1956-1963 als muziekcriticus in het Duits-Amerikaanse Instituut Carl-Schurz-Haus in Freiburg en van 1963–1985 als criticus en redacteur bij Uitgeverij B. Schott´s Söhne in Mainz.

Friedrich Zehm componeerde 200 werken

     5 theatermuziekwerken

     12 orkestwerken

- Divertimento ritmico, voor orkest, strijkorkest of blokfluitenkoor met slagwerk, 1970

     13 concerten

- Concerto per flauto dolce, archi e percussione ("voor blokfluit, strijkers en slagwerk"), 1971

     2 werken voor accordeon- en mandolineorkest 

     1 werk voor zangstem en orkest

     4 werken voor zangstem en kamerensemble

     8 (series) werken voor koor en instrumenten

     13 (series) werken voor koor a cappella

     74 (series)kamermuziekwerken

- Vier boeken Vortragsstücke für 2-3 Blockflöten, slagwerk ad libitum, 1971

- Sieben  Stücke für  2 Altblockflöten,  1975

     10 (series) liederen voor zangstem en piano of harp

     23  (series) pianowerken voor twee handen

     7  (series) pianowerken voor 4 tot 8 handen

     8 orgelwerken

     3 klavecimbelwerken

     6 werken voor een ander instrument solo

     3 hoorspelscores

     1 filmscore.

www.zehm.eu

 

Simeon ten Holt (Bergen aan Zee, 24 januari 1923 – Alkmaar, 25 december 2012) was het derde kind van kunstschilder Henri F. ten Holt en Catharine Cox. Na zijn studie piano en muziektheorie bij de Bergense componist Jacob van Domselaer vertrok Simeon ten Holt in 1942 naar Amsterdam, waar hij trouwde en een gezin stichtte. In 1949 ging hij naar Parijs. Aan de École Normale volgde hij lessen bij Arthur Honegger en Darius Milhaud. Zijn vrouw en twee kinderen waren in Nederland achtergebleven. In 1954 keerde hij terug naar Nederland en ging in zij geboorteplaats Bergen wonen. In de loop van de jaren vijftig componeerde hij Bagatellen en een aantal stukken volgens de door hemzelf ontwikkelde diagonaalgedachte: de Diagonaalsuites.

Vanaf 1961 raakte Simeon ten Holt beďnvloed door het serialisme. Cyclus aan de waanzin (1961) was daarvan de eerste uiting. Hij publiceerde ook in het tijdschrift Raster, en experimenteerde hij met elektronische muziek en muziektheater.

In de jaren zeventig werkte Simeon ten Holt jarenlang aan het minimal musicstuk Canto ostinato (voltooid in 1976, voor het eerst uitgevoerd in 1979): een avondvullend stuk voor twee tot vier piano's waarin veel beslissingen aan de musici worden overgelaten.

Volgens dezelfde op herhaling en tonaliteit gebaseerde gedachte ontstonden in de loop der jaren meer lange pianostukken: Lemniscaat (1983), Horizon (1985), Incantatie IV (1990) en Méandres (1999). Simeon ten Holt noemde de stukken afspiegelingen van zijn eigen innerlijk. Hij volgde een door het innerlijk kompas gestuurde richtlijn.

Simeon ten Holt was getrouwd met met de Belgische Colette Noël, die na het horen van het begin van Canto Ostinato haar man verliet en de partner werd van Simeon.

Simeon ten Holt componeerde

     25 werken of series werken voor 1 tot 4 piano’s

- 20 Bagatellen, 1954, in een stijl tussen Chopin, Bartók en Janácek; wel de fundamenten onder Canto Ostinato;

- Soloduiveldans I, 1959

- Diagonaalsonate, 1959

- Cyclus aan de Waanzin, 1961-1962

- Aforisme II, 1974

- Canto Ostinato, voor 1 of meer toetsinstrumenten (1976 – 1979), hčt meesterwerk; er is in 2011 een documentaire over gemaakt: door Ramón Gieling: Over Canto; het werk heeft een enorme impact (gehad) op veel mensen; vermoedelijk is het de enige echt populaire vaderlandse klassieke compositie. In elk geval het populairste stuk van een eigentijdse Nederlandse componist. De partituur bestaat uit 106 secties, aantal herhalingen en volgorde moeten de muzikanten zelf bepalen, dus geen uitvoering is ooit dezelfde als een andere.

- Natalon in E, 1980

- Lemniscaat, voor toetsinstrumenten, 1983, bevat opvallende stiltes

- Horizon, voor toetsinstrumenten, 1985

- Soloduiveldans II , 1986

- Soloduiveldans III, 1990

- Incantatie IV, voor toets- en andere instrumenten, 1990, een complexer werk voor bijvoorbeeld drie piano's.

- Eadem sed Aliter (hetzelfde maar anders), 1995

- Schaduw noch prooi, 1995, voor 2 piano's
- Méandres, voor 4 piano's, 1997

- Soloduiveldans IV, 1998. In de serie duivelsdansen klinkt steeds meer virtuositeit en steeds meer Simeon ten Holt.

     7 kamermuziekwerken

- Palimpsest, voor strijkseptet (4 violen, altviool, cello en contrabas) ,1992, 1993 gereviseerd

- Capriccio, voor solo viool, 1999, Simeon ten Holts' laatste werk; daarna had hij geen inspiratie meer

     3 (series) elektronische muziekwerken

- Aforisme I-VI, 1974

     3 vocale werken

- ..A/ .TA-LON, voor mezzo-sopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten

     3 andere werken

 www.simeontenholt.com

 

Erhard Karkoschka (Duitstalige enclave van Moravská Ostrava, Tsjecho Slowakije, 6 maart 1923 - Stuttgart-Heumaden, Duitsland, 26. Juni 2009) studeerde aan de Muziekschool in Stuttgart en de Universiteit van Tübingen compositie, directie en muziekwetenschap. Hij promoveerde op een analyse van de compositietechnieken in de vroege werken van Anton Webern. Na zijn afstuderen was hij tot en na de Tweede Wereldoorlog violist in het Bayreuth Symfonieorkest.  Vanaf 1948 doceerde hij aan de Staatshogeschool voor Muziek en Uitvoerende Kunsten in Stuttgart. Van 1958 tot 1968 dirigeerde hij koor en orkest aan de Universiteit van Hohenheim.  Hij richtte aan de Muziekhogeschool van Stuttgart in 1962 het Ensemble Neue Musik op dat los van de Muziekhogeschool in 1976 verder ging onder de naam Contac-Ensemble. Van 1973 tot zijn pensionering in 1987 gaf Erhard Karkoschka leiding aan de Studio voor Elektronische Muziek in de Muziekhogeschool van Stuttgart.

Erhard Karkoschka schreef een standaardwerk over muzieknotatie: "Das Schriftbild der neuen Musik", 1965.

Erhard Karkoschka componeerde

     2 multimediaprojekten

     6 scenische kamermuziekwerken

- mit / gegen sich selbst, 1969, voor een fluitist, 5 blokfluiten en geluidsband 

     8 werken in vrije bezetting

     12 orkestwerken

     5 (series) koorwerken a capella

     20 (series) werken voor zangstem(men) en instrument(en)

     17 kamermuziekwerken

- N quarto: Papafrebe, 1995, voor blokfluitkwartet met slagwerk

     8 orgelwerken

     3 werken voor een ander solo-instrument

     19 elektronische werken   

http://www.erhardkarkoschka.de

 

 

György Sándor Ligeti (Târnăveni, Roemenië, 28 mei 1923 – Wenen, Oostenrijk, 12 juni 2006). Zijn ouders waren Hongaarstalige Joden. György Ligeti kreeg zijn eerste piano-onderricht op 13-jarige leeftijd. Een jaar later voltooide hij zijn eerste kleine composities in de stijl van Edvard Grieg. In 1941 verhuisde Ligeti met zijn ouders naar Cluj, waar hij vanaf 1941 aan het conservatorium muziektheorie en orgel studeerde bij de componist Ferenc Farkas. In 1943 kwam een abrupt einde aan Ligeti's studie. De jonge Joodse componist werd opgepakt en naar een werkkamp gestuurd. Hij overleefde, maar zijn vader en broer niet. De nazi's in vermoordden bijna zijn hele familie. Zijn moeder en hijzelf waren de enige overlevenden.

Na de oorlog vervolgde Ligeti in 1945 zijn muziekopleiding aan de Ferenc Liszt-Akademie voor muziek van Boedapest bij Ferenc Farkas, Pál Járdányi en Sándor Veress. Toen hij de Akademie binnenstapte, was hij vastbesloten zijn grote voorbeeld Béla Bartok te ontmoeten. Maar de vlag hing halfstok. De meester was kort tevoren in New York overleden. 

In het communistische Hongarije van na de Tweede Wereldoorlog stuitte Ligeti op veel tegenwerking van de autoriteiten. Ligeti's vroege composities brachten hem geregeld in aanvaring met het communistische regime. Zo werd het tiende deel van zijn pianowerk 'Musica Ricercata' verboden omdat het 'te decadent' zou zijn. In 1950 werd Ligeti benoemd tot docent muziektheorie aan het conservatorium van Boedapest. Hij bleef dat tot zijn vlucht uit Hongarije naar aanleiding van de Hongaarse Opstand van 1956. Na zijn vlucht uit het communistische Hongarije in 1956 groeide hij uit tot een gevierd en vooruitstrevend componist, met grote invloed op de hedendaagse muziek. Hij woonde tot zijn dood afwisselend in Oostenrijk en Duitsland en kreeg ook het Oostenrijkse staatsburgerschap.

Ligeti was getrouwd met Vera had een zoon: Lukas.

Ligeti ontwikkelde de zogenaamde "klankvlakkencompositie" en de "micropolyfonie", een componeertechniek die bestaat in het creëren van dichte, microtonale klanktexturen. Hij was een van de grootste componisten uit de 20e eeuw.

Regisseur Stanley Kubrick gebruikte zijn muziek voor '2001: A Space Odyssey' (1968), 'The Shining' (1980) en Eyes Wide Shut' (1999)

György Ligeti componeerde

     1 opera

- Le grand macabre, 1977, gereviseerd in 1996, opera in twee actes. Libretto György Ligeti in samenwerking met Michael Meschke, gebaseerd op het toneelstuk La balade du grand macabre van  Michel De Ghelderode. De opera is in allerlei talen uit te voeren, er hoeft dan weinig aan de noten te worden bijgesteld. De opera begint en eindigt met een liefdespaar, Amanda en Amando, die beiden, hoewel het een “heteroseksueel” paar betreft door een vrouwelijke sopraan moeten worden gezongen.  

Drie coloratuur arias van de chef van de “Gepopo”, de Geheime Politieke  Politie, een coloratuursopraan, zijn als Mysteries of the Macabre in 1992 gearrangeerd door Elgar Howarth in samen werking met de componist voor sopraan en kamerensemble. In de loop van de jaren zijn er allerlei andere versies ontstaan.

     5 (theater)werken voor instrumentalisten en zangers

- Aventures, 1962, theater waarin muziek, spraak en beweging gelijkwaardige parameters vormen

- Nouvelles Aventures, 1965,

- Mysteries of the Macabre , drie aria’s uit de opera Le Grand Macabre voor coloratuur sopraan en orkest, 1992

     1 requiem

     14 orkestwerken

- 'Apparitions', 1959,

- 'Atmospheres', 1961, draait om klankkleur, geschreven voor een enorm orkest, zonder slagwerk; Stanley Kubrick gebruikte de muziek in 1968 voor de film "2001: A Space Odyssee"; maar het stuk is een film op zich; buitengewoon spannende muziek;

- Počme symphonique voor 100 metronomen, 1962

- Celloconcerto, 1966, micropolyfonie, griezelig mooi, Space Odysseemystiek

- Lontano, 1967

- Kammerkonzert voor 13 instrumenten, 1969, herzien in 1970

- Melodien, 1971

- Pianoconcerto, 1986, je hebt er een paar extra handen voor nodig

- Vioolconcerto, 1990, een toverbal van geniale vondsten, met in het orkest een ocarina en een afwijkend gestemde viool en altviool. Het tweede deel, Aria, laat de viool hartstochtelijk zingen. Geschreven voor violist Saschko Gawriloff.

     10 kamermuziekwerken

- Sonata voor violoncello solo, 1953, nog tonaal, maar mocht van de Unie van Componisten in Rusland niettemin niet gepubliceerd en uitgevoerd worden. Pas in de 80-er jaren van de vorige eeuw was de sonata te horen en werd toen al snel vast onderdeel van het cellorepertoire.

- Zes bagatellen voor blaaskwintet, 1953, zijn de op verzoek van het Jeney Quintet door György Ligeti gearrangeerde nummers III, V, VII, VIII, IX, en X van zijn Musica ricercata cyclus voor piano.

- Strijkkwartet nr. 1, Métamorphoses nocturnes, 1954, een achtbaan, schiet van het ene uiterste naar het andere.

- Strijkkwartet nr. 2, 1968, kwetterende staartmeesjes, lekkende kranen en wrede dissonanten. Derde deel van het vijfdelige werk: Come un meccanismo di precisione, precisiebombardement van pizzicato’s, vijfde deel Allegro con delicatezza, Philipp Glass-achtig zoemen en af en toe een welluidend fragment of een fascinerend virtuoos unisono.

CD “Labyrinth” Dudok Kwartet, Resonus RES 10180

- Ten pieces  voor blaaskwintet, 1968

- Hoorntrio "Hommage ŕ Brahms", voor hoorn, viool en piano, 1982, erg aangrijpend is het laatste deel: Lamento;

- Sonata voor altviool solo, 1994, zesdelige expressieve sonate; het eerste deel Hora Lunga, is een gedragen volksmuzikale mijmering voor één snaar met kwarttonen en onaardse flageoletten; het prestissimo con sordino brandt gaatjes in je oren.

     19 koorwerken

- Lux Aeterna (eeuwig licht), voor 16 solozangers, 1966; tekst uit de requiemmis; beroemd geworden door het gebruik in Stanley Kubrick's film 2001: A Space Odyssey uit 1968. Ligeti verklankt eeuwig licht als een klankprisma waarin het weefsel van stemmen voortdurend verandert.

     3 werken voor orgel

- Volumina,  1962, akoestisch voortgebrachte ruisklanken die in grafische partituren werden vastgelegd

     7 werken of series werken voor piano solo

- Musica ricercata, cyclus van 11 stukken voor piano, 1953. Op verzoek van  het Jeney Quintet, heeft György Ligeti zes delen gearrangeerd  voor blaaskwintet als "Zes bagatellen voor blaaskwintet",

- 18 Études, gecomponeerd tussen 1985 en 2001. In de lijn van Frédéric Chopin, Franz Liszt en Claude Debussy schept Ligeti in deze cyclus een nieuwe pianistiek, romantisch qua virtuositeit, hoewel nieuw, nu al klassiek.

Boek 1: etude 1 - 6 (1985),

Boek 2: etude 7 - 14 (1988–1994),

etude 10: Der Zauberlehrling (de tovenaarsleerling)

etude 13: L'escalier du diable (De duivelstrap) – een snelle toccata, die polymetrisch op en neer loopt en eindigt in een spektakel van bellen die rinkelen in verschillende maat- en toonsoorten.

Boek 3: etude 15 – 18  (1995–2001).

     6 werken of series werken voor piano vierhandig

     1 werk voor klavecimbel

www.gyorgy-ligeti.com

 

Karel Goeyvaerts (Antwerpen, 8 juni 1923  ̶  3 februari 1993) studeerde aan de conservatoria in Antwerpen en Parijs (1947-1951) en was onder andere leerling van Darius Milhaud en Olivier Messiaen. In 1951 nam hij deel aan de Darmstädter Ferienkurse en ontmoette daar Karlheinz Stockhausen, waarmee hij een vriendschappelijke relatie opbouwde.

Tot 1970 was Karel Goeyvaerts vooral werkzaam als vertaler, daarna werkte hij in Gent in het instituut voor psychoakoestiek en elektronische muziek als redacteur van de Vlaamse radio voor elektronische muziek. Vanaf 1974 tot 1987 deed hij dat voor de sector eigentijdse muziek.

Karel Goeyvaerts componeerde

     1 opera

- "Aquarius", 1992, een soort initiatieritueel bij het aanbreken van een nieuw astrologisch tijdperk.

     6 orkestwerken

     10 werken voor groot ensemble

- Zum Wassermann, 1984, verzelfstandigd ensemblestuk uit zijn opera Aquarius

     5  werken voor zangstemmen en orkest

     1 koorwerk

     8 kamermuziekwerken

     2 werken voor piano

     4 elektronsiche muziekwerken

     4 werken voor instrument en elektronica

 

Anton Heiller (Wenen, Oostenrijk, 15 september 1923  ̶  25 maart 1979) kreeg zijn eerste orgel- en piano-onderricht van zijn vader. In de jaren dertig kreeg hij orgellessen van Wilhelm Mück, de organist van de Weense Stephansdom.

Van april 1941 tot juni 1942 studeerde hij aan de Muziekhogeschool van Wenen orgel, piano, klavecimbel en muziektheorie. Daarop moest hij naar het leger.

Na de Oorlog werd hij in 1945 docent orgel en basso continuo aan de Weense Muziekhogeschool en vanaf 1949 kerkmuziek en compositie. In 1950 nam hij de leiding van het Collegium Musicum für zeitgenössische Musik.

Tijdens de jaren zestig en tot aan zijn dood leidde hij talrijke jonge organisten op in de Muziekhogeschool van Wenen. Bij het componeren had Anton Heiller Paul Hindemith als vriend en mentor.

Anton Heiller was getrouwd met de pianiste Erna Heiller die in 2007 overleed. Hijzelf kreeg in 1994 een beroerte die gedeeltelijk zijn linkerhand verlamde. Toen hij stierf was hij pas 55. Hij werd begraven op de Centrale begraafplaats van Wenen (Gruppe 40, Nummer 133).

Anton Heiller componeerde

     9 orgelwerken of series orgelwerken

     10 missen,

     koorwerken

     5 motetten

     2 cantates

     3 oratoria

     1 ballade

     1 orgelconcert

     1 concert voor orgel klavecimbel en  kamerorkest

     1 werk voor 2 piano’s

     3 werkjes  voor klavecimbel

     1 kamermuziekwerk

 

Bert Kaempfert (geboren Berthold Kämpfert) (Hamburg, Duitsland, 16 oktober 1923  ̶  Majorca, 21 juni 1980) begon zes jaar oud al piano te spelen. Hij studeerde op de muziekschool in Hamburg piano, klarinet, saxofoon en accordeon. Hij begon zijn carričre als saxofonist bij het radio-orkest van Hans Busch in Danzig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in gevangenschap in Denemarken waar hij verliefd werd op een jonge Deense. Uit deze relatie werd zijn oudste dochter Renate geboren. Tijdens die periode formeerde hij zijn eerste bigband Pik Ass (Schoppenaas). Na de oorlog ging hij met deze band op de schnabbeltour langs Amerikaanse officiersclubs in Noord-Duitsland.

In 1961 was hij verantwoordelijk voor de opnames van de zanger Tony Sheridan, die werdt begeleid door een tot dan toe onbekende band: The Beatles.

Bert Kaempfert stierf plotseling op 56-jarige leeftijd op Majorca ten gevolge van een beroerte. Tot aan zijn dood werden er wereldwijd 150 miljoen platen met zijn melodieën verkocht.

Bert Kaempfert componeerde

     400 nummers

- A Swinging Safari, 1962

- African Beat, 1962, de muziek van het sprookje de Indische waterlelies in de Efteling, waar het wordt gespeeld door een kikkerorkest en een ganzenemsemble.

- Living it up, 1963, de tune van de Vlaamse jeugdserie Kapitein Zeppos.

- Strangers in the Night werd met Frank Sinatra een wereldhit.

- Spanish Eyes werd met Al Martino een wereldhit.

http://www.kaempfert.de

 

Ned Rorem (*Richmond (Indiana), Verenigde Staten, 23 oktober 1923) bracht zijn jeugd door in Chicago. Ned Rorem studeerde aan de University of Chicago Laboratory Schools en het America Conservatory te Chicago bij onder meer Leo Sowerby. Daarna studeerde hij piano en compositie aan de Northwestern-universiteit en vanaf 1943 aan het Curtis Instituut in Philadelphia bij Rosario Scalero. In 1948 sloot hij zijn studies af in New York City aan de Juilliard School of Music. Van 1948 tot 1957 reisde Ned Rorem door Europa en Noord- Afrika

Ned Rorem componeerde

     9 opera's

     4 symfonieën

     15 concerten

     13 andere werken voor orkest

     1 werk voor harmonieorkest

     1 oratorium

     2 cantates

     16 (series) religieuze werken

     400 liederen op Engelse en Franse teksten.

- How Like a Winter, 2013, voor mezzo-sopraan, contrabas en piano, op teksten van William Shakspeare (sonnetten 97,98,99)

     8 orgelwerken

     16 (series) pianowerken

- Six friends, 2006

     4 werken voor een ander solo-instrument

 

Robert Frederick Graettinger (Ontario, Californië, Verenigde Staten, 31 oktober 1923 – Los Angeles,12 maart 1957) leerde saxofoon spelen op de Westlake School of Music in Los Angeles en begon daar ook muziek te arrangeren. In 1940 speelde hij onder meer samen met Benny Carter. In 1947 bood hij Stan Kenton een korte compositie aan: "Thermopylae", die besloot het op de plaat te zetten.

Robert Graettinger ging compositie studeren bij Russell Garcia.

Hij overleed al op 33-jarige leeftijd, aan longkanker.

Robert Graettinger componeerde op de grens van jazz en klassieke muziek

     12 orkestwerken:

- Thermopylae, 1947, voor jazzorkest

- House Of Strings, 1950, voor strijkorkest

- Incident In Jazz, 1950, voor jazzorkest

- City of Glass II,1951,een vierdelig symfonisch gedicht voor jazzorkest.

- This Modern World, 1953, voor jazzorkest

     3 kamermuziekwerken

 

Luigi Nono (Venetië, Italië, 29 januari 1924  ̶  8 mei 1990) studeerde aan het Conservatorium te Venetië waar hij kennis maakte met de dodecafonie. Hij trouwde in 1955 met Arnold Schönbergs dochter Nuria. Luigi Nono was toonaangevend componist van elektronische, aleatorische en seriële muziek.

Nono was socialist. In 1952 werd hij lid van de communistische partij. Zijn avant-garde muziek was een revolte tegen de bourgeois cultuur. Hij keerde hij zich af van normale concertgenres ten voordele van opera en elektronische muziek, en bracht hij de muziek naar de fabrieken. In zijn werk zijn vaak politieke teksten verwerkt. Veel van zijn werken hebben een politieke strekking:

Vanaf 1956 hield hij zich in toenemende mate bezig met elektronische muziek, eerst aan de "Elektroakustische Experimentalstudio" in Gravesano bij Hermann Scherchen.

Na 1980 werkte hij in de "Experimentalstudio der Heinrich Strobel-Stiftung des Südwestfunks" in Freiburg, waar hij zich resoluut bekeerde tot live electronics. Hij interesseerde zich in toenemende mate voor de eigenschappen van klank als zodanig.

Luigi Nono componeerde 60 werken, waaronder

     Il canto sospeso, voor sopraan, alt en tenor, gemengd koor en orkest, 1956, tekst: Lettere di condannati a morte della Resistenza Europea (laatste brieven van terdoordveroordeelden uit het Europese verzet tegen het Nazisme), Uitgave Einaudi, 1954, het werk bracht Luigi Nono internationale faam;

     Diario polacco, 1958

     Intolleranza, 1960

     Intolleranza, 1961

     La fabbrica illuminata, 1964

     Ricorda cosa ti hanno fatto ad Auschwitz, 1966

     Non consumiamo Marx, 1969

     Ein Gespenst geht um in der Welt, 1971

     Canto per il Vietnam, 1973

     Al gran sole carico d'amore, 1975

     Como una ola de fuerza y luz voor sopraan, piano, orkest en geluidsband, 1971-1972, in een half uur worden alle gradaties tussen verstilling en woest-expressieve kakafonie doorlopen;

     Al gran sole carico d'amore, 1972-1975

     ...sofferte onde serene...; voor piano en geluidsband, 1974-1977

     Fragmente - Stille, an Diotima, 1980

     Quando Stanno Morendo. Diario polacco nş 2, 1982

     Guai ai gelidi mostri, 1983

     Omaggio a Kurtág, 1983

     Prometeo, 1984, Tragedia dell'ascolta (treurspel van het luisteren), zijn laatste opera, op teksten van Aischylos, Walter Benjamin en Rilke. Luigi Nono zet de verschillende versies van het verhaal naast elkaar. Er is nauwelijks een plot. Het publiek zit in een soort schip, een ark, waarvan de wanden dienen als podium voor de muzikanten. Er is een andere afstand tussen het publiek en de musici dan in een normale concertzaal. De muziek komt van alle kanten, van dichtbij en veraf.

     Caminantes... Ayacucho (1986-1987)

     No hay caminos, hay que caminar... ("Reiziger, er zijn geen wegen, maar we moeten voortgaan", inscriptie op de muur van een kloostergang in Toledo)  voor 7 instrumentengroepen, 1987,

     La Lontananza Nostalgica Utopica Futura voor viool, live elektronica en lessenaars, 1988,

     Hay que caminar; voor twee violen, 1989.

 

Ludwig Otten (*Zandvoort, 24 februari 1924  ̶  Velp, 9 april 2016) was de jongste zoon in een muzikaal gezin met vijf kinderen. Zijn vader speelde viool, zijn moeder zong, zijn 10 jaar oudere broer Johan werd concertpianist. Na het Christelijk Lyceum in Haarlem studeerde hij piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Johanna Wagenaar, muziektheorie bij Martin Lürsen en compositie bij Sem Dresden en Henk Badings.

In 1949 studeerde hij af op piano en in 1952 op muziektheorie. In 1952 werd Ludwig Otten pianodocent aan de Muziekschool in Deventer; In 1965 trouwde hij met Marie-Louise Herckenrath (1943-2011) Zij kregen drie kinderen: Frits Otten (1966), Egbert Otten (1970) en Erin Otten (1986). In 1965 ontving Ludwig Otten de Gulden Adelaar, de cultuurprijs van Deventer. Vanaf 1970 tot aan zijn pensioen in 1989 doceerde Ludwig Otten muziektheorie aan het Rotterdams Conservatorium. Ludwig Otten had altijd een buitensporige voorliefde voor Maurice Ravel. Hij woonde vanaf 2000 in Almen en vanaf september 2015 in Velp.

Ludwig Otten componeerde

     12 (series) orkestwerken of grote ensembles

     15 werken voor koperensembles

     37 kamermuziekwerken

     6 werken voor zangstem en instrumenten

     10 (series) pianowerken

 

Stephen Dodgson (Londen, Engeland, 17 maart 1924 – 13 april 2013) diende tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Koninklijke Marine. Van 1947 tot 1949 studeerde Stephen Dodgson hoorn en compositie aan het Royal College of Music. Vanaf 1949 tot 1982 doceerde hij er zelf  compositie rn muziektheorie. Vanaf 1957 presenteerde hij regelmatig BBC–radioprogramma’s.

Dodgson is familie van  Lewis Carroll (Charles Dodgson).

Stephen Dodgson componeerde

     5 werken voor gitaarensemble

     12 gitaarwerken

     35 kamermuziekwerken

     7 orkestwerken

     7 pianowerken

     3 werken voor een ander soloinstrument

 

Enrico Nicola "Henry" Mancini (Cleveland, Ohio, Verenigde Staten,16 april 1924 – Los Angeles, Californië, 14 juni 1994) werd geboren in de "Little Italy"-omgeving van Cleveland en grooeide op in de staalindustriestad Aliquippa in Pennsylvania. Hij was het enige kind van Quinto Mancini, die uit de Abruzzen in Italië voor werk naar Amerika was geëmigreerd. Henry Mancini kreeg vanaf zijn 8ste piccololessen en vanaf zijn 12de pianolessen. Quinto en Henry Mancini speelden samen fluit in de Aliquippa Italiaanse immigranten band "Sons of Italy". Nadat Henry de Aliquippa High School in 1942 had afgerond studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1943 moest hij vanwege de Tweede Wereldoorlog in het Amerikaanse leger. In 1945 hielp hij mee met de ontzetting van een concentratiekamp in Zuid-Duitsland. Na de oorlog, in 1946 werd Henry Mancini pianist in het Glenn Miller Orkest en studeerde compositie bij Ernst Krenek en Mario Castelnuovo-Tedesco. In het Glenn Miller Orkest ontmoette Henry Mancini zangeres Virginia "Ginny" O'Connor. Ze trouwden en kregen drie kinderen

Vanaf 1952 werkte Henry Mancini voor de muziekafdeling van Universal Pictures, waar hij in zes jaar aan meer dan 100 filmscores bijdroeg. Vanaf 1958 werkte hij als onafhankelijk componist/arrangeur. Ook was hij een uitstekende symfonie-orkestdirigent.

Henry Mancini overleed aan leverkanker.

Henry Mancini componeerde

     150 filmscores

- "The Glenn Miller Story", 1953

- "Experiment in Terror", 1962, met de melodie "The Good Old Days" jarenlang gebruikt als herkenningmelodie voor het VARA consumentenprogramma "Koning Klant".

- "The Pink Panther", 1963, Het "Pink-Panther"-filmthema is zijn bekendste compositie.

- Breakfast at Tiffany's, 1961, met het beroemd nummer "Moon River"; zowel dat nummer als de soundtrack kregen een Oscar

- "The Magnificent Seven"

     45 TV-scores

- "Peter Gunn", televisieserie van 1958 tot 1961 in Amerika.

- "Cade's County",

- "Thorn Birds"

- "Hotel".

     90 albums met jazz- en popnummers

- "76 Trombones", jarenlang gebruikt als herkenningsmelodie voor de Dik Voormekaar Show.

www.henrymancini.com

 

José Manuel Joly Braga Santos, (Lissabon, Portugal, 14 mei 1924 – 18 juli 1988) begon op zijn vijfde jaar voor de aardigheid viool te spelen. Hij bleek behoorlijk begaafd. Hij studeerde viool en compositie bij Luís de Freitas Branco (1890–1955) aan het Nationaal Conservatorium van Lissabon.

Na de Tweede Wereldoorlog studeerde Joly Braga Santos directie bij Hermann Scherchen en Antonino Votto, en compositie bij Virgilio Mortari.

Joly Braga Santos doceerde compositie aan het Nationaal Conservatorium van Lissabon, waar hij de Leerstoel Muziekanalyse introduceerde. Hij was dirigent van het Oporto Symfonieorkest en een van de oprichters van de Juventude Musical Portuguesa (Portugese Muzikale Jeugd). Daarnaast was hij muziekjournalist en muziekrecensent voor een aantal Portugese en buitenlandse dagbladen en tijdschriften. Hij overleed in Lissabon aan een beroerte.

Joly Braga Santos componeerde

     8 muziektheaterwerken

     3 balletten

     6 symfonieën

     22 andere orkestwerken

- celloconcerto, opus 60, 1987, prachtig werk, intense lyriek

     8 (series) koorwerken, a capella of met begeleiding van orkest of instrumenten

     14 (series) kamermuziekwerken

     9 (series) pianowerken

     5 filmscores

     3 arrangementen

 

Jaap Geraedts (Den Haag, 12 juli 1924 – 31 augustus 2003) begon met muziekles van zijn vader Henri Geraedts, componist, muziekpedagoog en koordirigent. Van 1943-1952 studeerde hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Henk Badings (compositie), Hendrik Andriessen en Sem Dresden (instrumentatie), Johan Feltkamp (fluit) en Willem van Otterloo en Jan Koetsier (orkestdirectie). Daarna studeerde Jaap Geraedts aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel van 1947 tot 1949: compositie bij Léon Jongen, contrapunt bij Jean Absil en fluit bij Francis Stoefs.

Jaap Geraedts was docent fluit aan de Toonkunst Muziekschool in Leiden vanaf 1952. Vanaf 1975 was Geraedts artistiek adviseur van het Nederlands Kamerorkest.

In 1999 ontving hij de Stadspenning van de gemeente Den Haag. Jaap Geraedts overleed op 31 augustus 2003.

Jaap Geraedts componeerde

     10 (series) koorwerken a cappella

     3 werken voor koor en piano of orgel

     3 werken voor koor, (solisten) en orkest

- Campina Vocalis,1998  voor 1000 stemmen en koperblazers, ter gelegenheid van de opening van het nieuwe stadhuis in Den Haag.

     5 orkestwerken

     9 liederen voor zangstem en piano

     14 kamermuziek

- Sonatine voor fluit en piano, 1953

     5 (series) pianowerken

- Kleine kersttriptiek, 1954, 3 paraphrasen over oud-Nederlandse kerstliederen 

     3 werken voor instrumenten solo

 

Maurice Jarre (Lyon, Frankrijk, 13 september 1924 – Los Angeles, Verenigde Staten, 29 maart 2009) was de zoon van Gabrielle Renée en André Jarre, een technisch directeur van de radio. Maurice Jarre begon ook met een ingenieursopleiding aan de Sorbonne, maar ging als snel, tegen de zin van zijn vader aan het Conservatoire de Paris compositie, harmonie en percussie studeren. Na zijn studie werd hij directeur van het Théâtre National Populaire en schreef hij zijn eerste filmscore in Frankrijk in 1951.

Maurice Jarre is vier keer getrouwd, die huwelijken eindigden in een scheiding. Met Francette Pejot, waarmee hij na de Tweede Wereldoorlog trouwde, kreeg hij een zoon: Jean Michel Jarre, een Franse componist en pionier in elektronische muziek. In 1965 trouwde Maurice Jarre met de Franse actrice Dany Saval. Zij kregen een dochter: Stephanie Jarre. Maurice Jarre trouwde daarna met de Amerikaanse actrice Laura Devon (1967–1984), wiens zoon, Kevin Jarre, scriptschrijver voor films, hij adopteerde. Van 1984 tot zijn dood was hij getrouwd met Fong F. Khong. Maurice Jarre stierf 28 March 2009 na een gevecht met kanker.

Maurice Jarre componeerde

     opera’s

     toneelmuziekwerken

     orkestwerken

     balletten

     170 filmscores en TV scores

- Lawrence of Arabia (1962),

- Doctor Zhivago (1965) waarin de lyrische melodie "Lara's Theme" (later de melodie van de song "Somewhere My Love"), hij kreeg hier zijn tweede Oscar voor.

- A Passage to India (1984).

     synthesizermuziek

 

Mimis Plessas (*Athene, Griekenland, 12 oktober 1924) was de zoon van een man, afkomstig uit Zkynthos en een vluchtelinge uit Klein-Azië. Als zesjarige kon hij al als een volwassene piano spelen. Als 15-jarige was hij eerste solist bij de Griekse Staatsradio. Mimis Plessas begon in 1952 muziek te componeren.

Mimis Plessas componeerde

     opera’s

- Zeus,1998

     operettes

     musicals

     toneelmuziek

- Animal Farm,  naar aanleiding van het boek van George Orwell, 1993

     oratoria

- O kosmas o Aitolos, libretto Iakovos Avlitis, 1999

     orkestwerken

- O choros ton planiton, symfonische suite

     liedjes

- O dromos, verzameling op teksten van Lefteris Papadopoulos

     filmscores

     Tvscores

 

Egil Hovland (Rĺde, Noorwegen, 18 oktober 1924 – Fredrikstad, 5 februari 2013) verhuisde op zijn vierde jaar met zijn gezin naar Fredrikstad. Zijn vader dirigeerde daar een kerkkoor en Egil kreeg al snel orgelles. Op zijn 18de verving hij al de organist van de Glemmen-kerk in Fredrikstad. Egil Hovland studeerde aan het conservatorium te Oslo orgel en kerkmuziek bij Arild Sandvold en Bjarne Brustad, en daarna compositie in Kopenhagen in Denemarken bij Vagn Holmboe, in Tanglewood in de Verenigde Staten van Amerika bij Aaron Copland en in Florence in Italië bij Luigi Dallapiccola. Vanaf 1949 was Egil Hovland organist en dirigent in de Glemmen-kerk in Fredrikstad. Vanwege zijn muzikale verdiensten werd hij in 1983 tot Ridder in de Koninklijke orde van Sint Olav benoemd. Egil Hovland was een van de productiefste hedendaagse Noorse componisten.

Egil Hovland componeerde

     26 kerkopera’s, kerkballetten, muziek voor bijbelspelen en andere kerkelijke werken

     3 symfonieén

     7 concerten

     13 andere orkestwerken  

     2 werken voor harmonie–orkest

     9 werken voor koor en/of zangers en orkest of instrumenten

- Magnificat voor alt, altdwarsfluit en harp

     14 koorwerken.

     10 kamermuziekwerken

Cantus II, voor blokfluit en piano, opus 83/1, variaties op een kerstlied

     21 (series) orgelwerken

     6 pianowerken

 

Wilford Lawshe “Bill” Holcombe (*Trenton, New Jersey, 9 november 1924 – 25 april 2010) studeerde vanaf 1941 aan de Universiteit van Pennsylvania in Philadelphia muziektheorie en compositie bij onder meer Harold Bennett. Daarna studeerde hij aan de Juilliard School of Music fluit, muziektheorie en instrumentatie. Bill Holcombe publiceerde ook onder onder de pseudoniemen: Wilfred Lawshe, Seth Markham en Wes Tompkins.

Bill Holcombe componeerde

     30 orkestwerken

     40 werken voor harmonieorkest

- Christmas Jazz Suite

     13 kamernuziekwerken

     7 (series) werken voor fluit solo

     15 filmscores 

 

Axel Borup-Jřrgensen (Hjřrring, Denemarken, 22 november 1924 – 15 oktober 2012) groeide op in Zweden, waar de familie in 1927 heen emigreerde. Eenmaal volwassen studeerde hij vanaf 1946 aan de Koninklijke Deense Muziekacademie in Kopenhagen piano en instrumentatie bij Poul Schierbeck and Jřrgen Jersild.

Axel Borup-Jřrgensen componeerde

     orkestwerken

- Sommasvit (Sommen suite), opus 24, voor strijkorkest, 1957

- Nordisk Sommerpastorale, opus 51

- Marin, opus 60, een meesterwerk met 44 onafhankelijke strijkersstemmen

     kamermuziekwerken

- Birds Concert, opus 91, No. 9, voor sopraanblokfluit

- Fantasia, opus 75, voor sopraninoblokfluit en klavecimbel, 1975

- Notenbuchlein fur Anna Elisabeth, opus 82, voor sopraanblokfluit

- Architraves, opus 83, voor sopraanblokfluit

- Nachtstuck, opus 118, voor tenorblokfluit

- Zwiegesprach, opus 131, voor sopraanblokfluit en klavecimbel

- Periphrasis, Op. 156, voor blokfluit en slagwerk

- Pergolato, opus 182, voor altblokfluit

     pianowerken

     orgelwerken

 

Noël Dayton Lee (Nanking, China, 25 december 1924 – Parijs, 15 juli 2013) was de zoon van Amerikaanse ouders. Hij kreeg op zijn vijfde jaar zijn eerste pianolessen in Lafayette, Indiana en had al op zijn zesde zijn eerste openbaar concert. Hij studeerde compositie aan de Harvard-universiteit in Cambridge bij Walter Piston, Irving Fine en Tillman Merritt. Daarna studeerde hij compositie aan de Longy School of Music of Bard College en piano aan het New England Conservatory in Boston. Na de Tweede Wereldoorlog studeerde hij nog met een studiebeurs in 1948 in Parijs bij Nadia Boulanger.

In 2002 werd hij in Frankrijk genaturaliseerd.

Noël Lee componeerde

     10 orkestwerken

     1 werken voor harmonieorkest,

     1 oratorium

     1 cantate

     4 koorwerken (met piano)

     20 kamermuziekwerken

     80 (series) liederen

     14 (series) pianowerken

- sonatine, 1959

     1 orgelwerk

     4 filmscores