Componisten

vanaf 1932

 

John Towner Williams (*Flushing Queens, New York, 8 februari 1932) was de oudste zoon uit het gezin van Esther en Johnny Williams. Zijn vader, een jazzdrummer, was een van de oorspronkelijke leden van het Raymond Scott Quintet en was later percussionist in het CBS Radio Orchestra en in het NBC's Your Hit Parade. Vanaf zijn zevende jaar leerde hij John piano spelen; later ook trombone, trompet en klarinet.

In 1948 verhuisde het gezin naar Los Angeles, waar zijn vader freelancer was bij veel filmstudio-orkesten. Nadat John Williams in 1950 afgestudeerd was aan de North Hollywood High School, volgde hij cursussen piano en compositie aan de UCLA en privélessen bij pianist-arrangeur Bobby van Eps.

Nadat hij in 1951 werd opgeroepen voor militaire dienst, ging hij voor drie jaar naar de United States Air Force, waar hij voor het luchtmachtorkest dirigeerde en arrangeerde.

Na zijn ontslag uit militaire dienst in 1954 studeerde hij in New York aan Juilliard School piano bij Rosina Lhevinne. Om aan de kost te komen, werkte hij 's avonds als pianist in jazzclubs. Na dat jaar keerde hij terug naar zijn familie in Los Angeles.

In 1957 werd hij in aangenomen door Columbia Pictures, één van de grote filmmaatschappijen, in dirigent Morris Stoloffs Pictures Orchestra, waar zijn vader ook lid van was. Het was de opzet tot het schrijven van tientallen filmscores.

In 1974 werd John Williams benaderd door de nog jonge regisseur Steven Spielberg, die, naar aanleiding van de score voor The Reivers, aan John Williams vroeg of hij zijn debuutfilm wou voorzien van muziek. Williams stemde in en dit was, zonder dat ze het zelf wisten, het begin van een lange samenwerking, één van de langste in de geschiedenis van de film. Williams heeft sindsdien op één na (The Color Purple) alle films van Steven Spielberg van muziek voorzien.

Toen George Lucas in 1977 iemand zocht voor de muziek van zijn film Star Wars, raadde Steven Spielberg hem John Williams aan.

Op 10 januari 1980 verklaarde het Symphony Management dat het een driejarig contract had gesloten met John Williams, die zo de negentiende dirigent werd van de Boston Pops. Hij was er twaalf jaar lang dirigent, tot hij in 1993, op zijn 61e, met pensioen ging.

Zijn echtgenote, met wie hij al negentien jaar getrouwd was, stierf in 1974 aan hersenbloedingen. Williams trouwde een tweede maal op 9 juni 1980 in King's Chapel House in Boston met Samantha Winslow, een fotografe en binnenhuisarchitecte die hij in Hollywood al vijf jaar kende. Hoewel hij in Boston woont, houdt hij de banden met Los Angeles strak door zijn interesse in filmmuziek en omdat zijn familie er woont. Zijn zoons Joseph en Mark hebben er hun muzikale carrières.

John Williams componeerde

     1 musical

     15 concerten

- The Five Sacred Trees, fagotconcert, 1995, gecomponeerd voor Judith LeClair, eerste fagottist van de New York Philharmonic. De inspiratie voor het werk komt van de schrijfsels van de Britse dichter en romanschrijver Robert Graves. Elk van de vijf delen vertegenwoordig een boom uit de oude Keltische mythologie. Melodieus en sfeervol werk.

- Escapades voor Altsaxofoon en orkest, 2002, afkomstig uit de Catch Me If You Can filmscore. Melodierijkdom

     19 andere orkestwerken

     3 kamermuziekwerken

     1 werk voor cello solo

     1 werk voor gitaar solo

- Rounds, 2012, geschreven voor de Parkening International Guitar Competition

     100 filmscores (5 Oscars)

- Jaws reeks 1-2, 1975, 1978, 1987

- Star Wars beide trilogieën; deze belangrijke bijdrage aan eigentijdse filmmuziek heeft vanaf geleid tot een groot aantal concerten: Star Wars in Concert , 1977, 1983, 2002, 2005, spectaculair.

- Close Encounters of the Third Kind, 1977

- E.T. the Extra-Terrestrial, 1982

- Superman, 1983, 1987

- Indiana Jones, 1984, 1989, 2008

- Home Alone, 1990, regie Chris Columbus

- JFK, 1991

- Schindler's List, 1994, met als thema een emotionele vioolsolo, gespeeld door Itzhak Perlman; ontroerend smartelijk en betoverend.

- Jurassic Park reeks 1-3, 1993, 1997,

- SevenYears in Tibet,  1997, regie Jean-Jacques Annaud, mooie cellosolo van Yo-Yo Ma

- Saving Private Ryan, 1998

- Harry Potter, 2001, 2002, 2004, 2005, 2007, 2008, 2010

- Catch me if you can, 2002, regie Steven Spielberg

- Lincoln, 2012, regie Steven Spielberg

     muziek voor 4 Olympische Spelen: 1984, 1988, 1996, 2002

     13 TVscores/TV thema’s

www.johnwilliams.org

 

Michel Legrand (*Parijs, Frankrijk, 24 februari 1932) is de zoon van componist en orkestleider Raymond Legrand (1908-1974). Michel Legrand studeerde aan het conservatorium van Parijs onder andere bij Nadia Boulanger. Deze studie sloot hij in 1952 met succes af. In 1951, 19 jaar oud, schreef hij al arrangementen voor het orkest van zijn vader en begon een carrière als begeleider en arrangeur van en voor topsterren.

Michel Legrand werkte daarnaast als jazz- en klassiek pianist, dirigent en componist.

Michel Legrand is de broer van zangeres Christiane Legrand, lid van de Swingle Singers, een neef van dirigent Jaccques Hélian en zangeres Victoria Legrand, lid van het indierockduo Beach House, en de vader van amazone Eugénie Angot.

Op het moment (2016) verdeelt Michel Legrand al jaren lang zijn tijd tussen Amerika en Frankrijk.

Michel Legrand componeerde

     songs

- La valse des lilas, zijn eerste beroemde lied

     2 musicals

     150 filmscores (12 oscarnominaties)

- Les Parapluies de Cherbourg, 1964, filmdebuut Catherine Deneuve

+ Duet: Duo de Guy et Geneviève

- The Thomas Crown Affair", 1968, oscar voor de muziek

+ Windmills of your Mind, zijn beroemdste filmsong

+ Les moulins de mon coeur, ook een prachtig en beroemd lied

- Summer of 42, 1971, Oscar voor de muziek

- Yentl, 1983, Oscar voor de muziek

+ Papa can you hear me, tekst Alan Bergman en Marilyn Bergman.

     21 TVscores

     jazzstandards

- "What Are You Doing the Rest of Your Life?,"

- "Watch What Happens,"

- "The Summer Knows,"

- "You Must Believe in Spring,"

 

Gerhard Braun (*Heidenheim an der Brenz, Duitsland, 27 februari 1932 – Stuttgart, 14 februari 2016) studeerde hoofdvak blokfluit aan de Muziekhogeschool Stuttgart. Daarna studeerde hij compositie bij Konrad Lechner in Darmstadt. Als fluitist werd Gerhard Braun in de zestiger en zeventiger jaren van de 20ste eeuw bekend door een reeks spectaculaire uitvoeringen van avant-gardistische fluitmuziek.Vanaf 1971 tot 1995 was Gerhard Braun dwarsfluit- en blokfluitdocent aan de Staatshogeschool voor Muziek in Karlsruhe. In 1976 richtte Gerhard Braun samen met Nikolaus Delius, Hermann Moeck en Bernard Böhm het vaktijdschrift TIBIA voor houtblazers op en bleef 25 jaar redacteur.

Gerhard Braun componeerde

     1 kameropera

     2 orkestwerken

     4 werken voor groot ensemble

     11 werken voor zangstem en instrumenten

     koorwerken

     49 kamermuziekwerken

- Discorsi II – Kleine Scene voor 2 blokfluitistes (Alt, Basset), 2007

- flautando,  2011, miniaturen voor 1 -3 dwarsfluiten

     30 werken voor blokfluit solo

- Nachtlied, voor altblokfluit, 1995

- Tenebrae, requiem voor altblokfluit in G, in momoriam voor Konrad Lechner, 1991

- Das Männlein im Walde - Kinderliedvariaties voor sopraanblokfluit, 2000, 12 bewerkingen van traditionele en bekende kinderliederen, mooi werk;

- Grenzgänge, voor "Helder-tenorblokfluit", 2006

- pKdTs - Oder Die Einsamkeit Des Flötenspielers, voor "Helder-tenorblokfluit",1996

- Die Gläserne Flöte, 2013, "een muzikaal sprookje", virtuoos werk voor "Helder-tenorblokfluit" van plexiglas, gebouwd door de firma Mollenhauer; uiterst virtuoos werk;

     9 werken voor fluit solo

- Mondlied I, 1997

     16 andere werken voor een soloinstument

- An Daphne, aulodie voor hobo, 1996

- Noahu,  voor zangstem, 1998

 - Styx I, voor tenorsaxofoon, 1999

- Signaturen, 9 korte stukken en een toegift voor trompet, 2001

- Verwandlungen, vijf kleine stukken voor Engelse hoorn, 2001

- Tuba-Tabu I , voor tuba, 2003

- Katarakt, voor accordeon, 2003

     4 (series) leerboeken voor blokfluit

     3 (series) leerboeken voor dwarsfluit

voor een totaaloverzicht van zijn werken met blokfluiten, zie bij de blokfluitgeschiedenis van deze site: Enkele Componisten in Alfabetische volgorde

www.schunder.de/sites/braun/gerhardbraun.html

 

Arie J. Keijzer (*Oude Tonge, 6 juni 1932)  studeerde orgel bij Piet van den Kerkhoff, Adriaan Engels, George Stam en Siegfried Reda.  Van 1965 tot 1994  was hij verbonden aan het conservatorium van Rotterdam als hoofdvakdocent orgel en improvisatie.

Arie J. Keijzer componeerde

     orkestwerken

     oratoria. 

     kamermuziekwerken

- Sonatine voor panfluit en orgel, 2015, heerlijk stuk met prachtig begin voor de panfluit

     orgelwerken

- grote koraalfantasie ‘Ein feste Burg’.

- zesde symfonie voor orgel, 2012, opgedragen aan zijn vrouw Tini

     pianowerken

 

Lalo Boris Schifrin (geboren als Boris Claudio Schifrin) (*Buenos Aires, Argentinië, 21 juni 1932) kreeg op 6-jarige leeftijd pianolessen van Enrique Barenboim, de vader dirigent en pianist Daniel Barenboim. Later kreeg hij ook pianolessen van Andreas Karalis en Juan-Carlos Paz en ontwikkelde hij een enthousiasme voor jazzmuziek. Vanaf 1950 studeerde Lalo Schifrin aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs bij Olivier Messiaen en Charles Koechlin. Zijn studie financierde hij door als jazzpianist op te treden in Parijse nachtclubs.

Terug in Argentinië richtte hij een jazzorkest op. Van 1960 tot 1964 was Lalo Schifrin aan het werk als arrangeur en pianist bij het nieuwe kwintet van Dizzy Gillespie. Als pianist werkte hij ook mee met Ástor Piazzolla, Sarah Vaughan, Ella Fitzgerald, Stan Getz, Quincy Jones en Count Basie.

In 1963 vroegen de Metro-Goldwyn-Mayer Studios Lalo Schifrin de muziek voor de film Rhino! te componeren. Het werd de start voor 100 filmscores.

Van 1987 tot 1992 was Lalo Schifrin chef-dirigent van het Orchestre Philharmonique de Paris. Van 1989 tot 1995 was hij dirigent van het Glendale Symphony Orchestra. Daarnaast gastdirigent bij tientallen orkesten over de hele wereld.

Lalo Schifrin componeerde

     1 jazzmis

     2 (series) werken voor solisten, koor en orkest

     26 (series) orkestwerken

     1 werk voor harmonieorkest

     2 werken voor jazzorkest

     2 (series) koorwerken

     3 kamermuziekwerken

     9 gitaarwerken

     1 werk voor slagwerker

     17 (series) TVscores

- Mission:  impossible, 1966 tot 1973

     100 filmscores

- Dirty Harry,  regie Don Siegel, 1972, 1973

- Enter the Dragon, regie Robert Clouse, 1973

www.schifrin.com

 

Hugh Wood (*Parbold, Lancashire, Groot-Brittannië, 27 juni 1932) groeide op in een muzikaal gezin en werd in zijn tienertijd door de componist Alan Bush gestimuleerd om wat met zijn muzikale vermogens te gaan doen. Na militaire dienst in Egypte studeerde hij geschiedenis aan het New College in Oxford, maar hij besteedde daar in Oxford de meeste tijd aan muziek en schreef theatercomposities. In 1954, verhuisde hij naar Londen om privé compositie te studeren bij William Lloyd Webber, Anthony Milner, Iain Hamilton en Mátyás Seiber. Om in zijn onderhoud te voorzien werd hij muziekdocent op scholen, waaronder het Morley College en de Royal Academy of Music in Londen.

Hugh Wood componeerde

     3 orkestwerken

     8 concerten

- vioolconcerto, 1972, tam concerto

     7 werken, ook concerten voor groot ensemble

     18 kamermuziekwerken

     4 pianowerken

     1 werk voor een ander solo–instrument

     7 koorwerken a cappella

     3 werken voor koor en orkest

     16 werken voor zangstem(men) en instrument(en) 

 

 

Per Nørgård (*Gentofte, Denemarken, 13 juli 1932) studeerde aan Det Kongelige Danske Musikkonservatorium (DKDM) te Kopenhagen bij Vagn Holmboe en Finn Høffding. Hij behaalde zijn einddiploma compositie in 1955. Na zijn debuutconcert in 1956 ging hij naar Parijs en studeerde bij Nadia Boulanger.

Van 1958 tot 1961 was Per Nørgård docent muziektheorie en compositie aan Det Fynske Musikkonservatorium te Odense en vervolgens werd hij in dezelfde vakken docent aan zijn alma mater, het DKDM in Kopenhagen. In 1965 verhuisde hij naar Det Jyske Musikkonservatorium te Aarhus, waar hij een compositieklas oprichtte, die zich al spoedig ontwikkelde tot een centrum voor een ideologievrije muziekopleiding in Noord-Europa. In 1995, na meer dan dertig jaren, trok Per Nørgård zich terug uit zijn functie als muziekpedagoog. Tot zijn leerlingen behoren de Deense componisten Karl Aage Rasmussen, Bent Sørensen, Hans Abrahamsen en Anders Nordentoft en de Zweedse operacomponist Hans Genfors.

Op zoek naar de "sensibele chaos" (Novalis) ontdekte Nørgård de door hem zo genoemde oneindigheidsreeks. Uitgaand van een aselectief interval, kan dit - door een regelmatig voortzettingsprincipe - een eindeloze lijn in gang zetten, die zich losmaakt van verdere hiërarchieën van "zelf-gelijke" dochter-reeksen: bouwstof voor 'fractale' klankstructuren. In het werk voor kamerorkest Rejse ind i den gyldne skærm (Reis in het gouden scherm) wordt het klankgebeuren dat zich quasi volgens natuurwetten ontplooit geleid door een dergelijke oneindigheidsreeks.

Oneindigheidsreeks in G groot (de eerste 32 noten) 

Per Nørgård  componeerde

     6 opera's

     5 balletten

     7 symfonieën

     2 vioolconcerten

- "Helle Nacht", vioolconcert nr. 1, 1987

- Borderlines, vioolconcert nr. 2, 2002, wee contrasterende tonaliteiten, licht en donker van karakter;

     1 pianoconcert 

- Spaces of Time, pianoconcert, 1991, een soort symphonisch gedicht

     25 andere orkestwerken

     6 werken voor harmonie-orkest

     1 oratorium

     1 cantate

     16 werken voor stem(men) en orkest of instrumenten

     28 koorwerken

     10 strijkkwartetten

- Quartetto breve, strijkkwartet nr. 1, 1952, herzien in 1987

     23 andere kamermuziekwerken

     8 werken voor orgel

     9 werken voor piano solo

     1 werk voor klavecimbel

     1 werk voor beiaard

     3 werken voor harp

     10 werken voor gitaar

     3 werken voor accordeon

     10 werken voor slagwerk

     6 filmscores

     7 werken elektronische muziek

 

Wojciech Kilar (Lwów, Polen 17 juli 1932 – Katowice, 29 december 2013) was de zoon van een gynecoloog en een theateractrice. Hij verhuisde al jong naar van zijn geboorteplaats Lwów (nu Lviv in Oekraïne) naar Katowice. Daar studeerde hij privé bij Wladyslawa Markiewiczówna piano. Vanaf 1950 studeerde Wojciech Kilar aan de "Karol Szymanowski" piano en compositie bij Boleslaw Woytowicz aan de Muziek Academie en rondde die studie in 1955 cum laude af. Daarna studeerde hij tot 1958 aan de Muziekacademie in Krakau en in 1959 en 1960 in Parijs bij Nadia Boulanger met een subsidie van de Franse regering. In april 1966 trouwde Wojciech Kilar met pianiste Barbara Pomianowska. In 2012 kreeg Kilar van president Komorowski de Orde van de Witte Adelaar, de hoogste onderscheiding van Polen.

Hij overleed op 81-jarige leeftijd in zijn woonplaats.

Wojciech Kilar componeerde

     8 theatermuziekwerken

     5 symfonieën

     20 andere orkestwerken

     Missa pro pace, ging in 2001 in aanwezigheid van paus Johannes Paulus II in première in de audiëntiezaal van het Vaticaan.

     Magnificat, 2006

     5 werken voor koor en orkest

     1 werk voor zangstem en orkest

     3 koorwerken a cappella

     3 kamermuziekwerken

     1 serie liederen voor zangstem en piano

     talloze pianowerken

     100 filmscores

- Brams Stokers Dracula (Francis Ford Coppola), 1992

- Requiem voor pater Kolbe, 1994

- The Ninth Gate (Roman Polanski), 1999, het openingsthema is een beroemde vocalise geworden.

- The Pianist (Roman Polanski), 2002

 

Tera de Marez Oyens (Woltera Gerharda Wansink) (Velsen, 5 augustus 1932– Hilversum, 29 augustus 1996) studeerde aan het conservatorium in Amsterdam, met als hoofdvak piano. Hier werd haar talent voor het componeren ontdekt.

Ze werd cantrix van de hervormde gemeente te Hilversum. Hierdoor heeft ze zich intensief bezig gehouden met de kerkmuziek.

In de jaren zestig ging heeft zij zich bezighouden met woordtoonkunst en elektronische muziek. Pente Sjawoe is een voorbeeld van een werk waar woordtoonkunst een belangrijke rol in speelt.

In 1977 werd ze docente aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle. Bij haar lessen werkte ze vooral aan de ontwikkeling van de eigen stijl van studenten. Maar ze bleef ook eigen stukken schrijven en werd na de dood van haar tweede echtgenoot fulltime componiste.

Tera de Marez Oyens was echtgenote van achtereenvolgens Gerrit de Marez Oyens en  Menachem Arnoni.

Hoewel ze al ernstig ziek was, trad ze in 1996 nog met Marten Toonder in het huwelijk. Ze overleed op 29 augustus van dat jaar te Hilversum.

Door de Stichting Tera de Marez Oyens Fonds is de Tera de Marez Oyensprijs, een aanmoedigingsprijzen voor nieuwe componisten ingesteld. Aan de prijs is geen leeftijdsgrens verbonden. De prijs anno 2009 bedroeg € 2000.

Tera de Marez Oyens componeerde

     20 werken voor (school)orkest

     2 werken voor strijkorkest

     6 werken voor koor en (kamer)orkest

     10 elektronische muziekwerken

     5 kinderopera’s

     1 oratorium

     18 werken voor zangstem(men) en piano of andere instrumkenten

     57 kamermuziek

3 strijkkwartetten

     20 koorwerken

     1 werk voor orgel

     6 werken voor piano

     2 werken voor 2 piano’s

     14 liederen voor het Liedboek voor de Kerken (1973)

 

Johannes Wilhelmus "Willy" Hautvast (*Maastricht, 31 augustus 1932) is de zoon van een beroepsmusicus en de broer van Guus Hautvast, hoboïst in het Promenade-Orkest. Willy Hautvast studeerde aan het Maastrichts conservatorium klarinet.

Hij werd klarinettist en arrangeur bij de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht in Nijmegen. In 1974 werd hij leider van de blazersafdeling van de muziekschool te Nijmegen. Vanaf 1991 werkt hij uitsluitend als componist en arrangeur. In 1991 werd Willy Hautvast voor zijn verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Willy Hautvast componeerde

     82 werken voor harmonie- of fanfareorkest of brassband

- Festal Suite, 1970, kreeg de Hilvarenbeekse Muziekprijs

     293 arrangementen voor harmonieorkest

- The Beatles in Concert is wellicht zijn bekendste arrangement

 

Akira Yuyama (*Hiratsuka, Japan, 9 september 1932) studeerde aan de Nationale Kunst- en Muziekuniversiteit in Tokio.

Na het behalen van zijn diploma's werkte hij als freelance componist. Akira Yuyama is lid van het bestuur van de Japanse auteursrechtmaatschappij. In 2003 werd hij onderscheiden met de Orde van de Rijzende Zon.

Akira Yuyama componeerde

     2 orkestwerken

     1 werk voor harmonieorkest

     11 koorwerken (a cappella, met piano, ensemble of orkest)

     24 liederen voor zangstem en piano of harp

     3 kamermuziekwerken

- Divertimento, voor marimba en altsaxofoon, 1968;

     22 (series) pianowerken

     1 werk voor traditionele Japanse  muziekinstrumenten

 

Jean-Michel Defaye (*Saint-Mandé, Val-de-Marne bij Parijs, Frankrijk, 18 september 1932) ging op tienjarige leeftijd naar het Parijse Conservatorium, waar hij muziektheorie, piano en compositie bij Nadia Boulanger studeerde. In 1952 won hij de Grand Prix de Rome.

Jean-Michel Defaye maakte

     16 opnameseries met de Franse dichter / singer-songwriter Léo Ferré 

Jean-Michel Defaye componeerde

     20 klassieke werken, meest met trombone

- fluctuations, 1980, voor trombone, blazers, vibrafoon en pauken

     filmscores

 

John Barnes Chance (Beaumont, Texas, Verenigde Staten, 20 november 1932 – Lexington, Kentucky, 16 augustus 1972) studeerde aan de Universiteit van Texas in Austin compositie bij James Clifton Williams. Hij behaalde zijn Bachelor of Music en zijn Master of Music aldaar en studeerde aansluitend bij Kent Kennan en Paul Pisk.

Hij was van 1960 tot 1962 Composer-in-residence in de openbare school van Greensboro, North Carolina, op uitnodiging van het Ford Foundation Young Composers Project. Hij speelde pauken in het symfonieorkest van Austin en later was hij bewerker en arrangeur in de Fourth U.S. Army band, in San Antonio en de Eighth U.S. Army band in Korea.

Als componist is hij vooral bekend voor zijn werken voor harmonieorkest, maar hij schreef ook werken voor orkest, kamermuziek en vocale muziek. Hij overleed ten gevolge van een vliegtuigramp.

John Barnes Chance componeerde

     5 werken voor orkest

     8 werken voor harmonieorkest

- Symfonie nr. 2, 1972

     3 geestelijke werken

     1 werk voor koor

     3 songs, voor sopraan, fluit en piano

     2 kamermuziekwerken

 

Pelle Gudmundsen-Holmgreen (Kopenhagen, Denemarken, 21 november 1932 – 27 juni 2016 ) is de zoon van beeldhouwer Jørgen Gudmundsen-Holmgreen. Pelle Gudmundsen-Holmgreen kreeg vanaf 1948 vioolles. Van 1951 tot 1953 nam hij privécompositielessen bij Finn Høffding. Vanaf zijn 26ste studeerde Pelle Gudmundsen-Holmgreen aan de Koninklijke Deense Muziekacademie in Kopenhagen muziektheorie, compositie en muziekgeschiedenis bij Finn Høffding en Svend Westergaard, en instrumentatie bij Vagn Holmboe. In 1958 studeerde hij af en ging aan het werk als technisch assistent bij het Koninklijk Deens theater. Van 1967 tot 1972 was Pelle Gudmundsen-Holmgreen compositiedocent aan de Koninklijke Deense Muziekacademie in Kopenhagen in Århus.

Pelle Gudmundsen-Holmgreen componeerde

     1 opera

     6 concerten

- Chacun Son Son, 2014, voor blokfluitist (meerdere blokfluiten) en orkest

     13 andere orkestwerken

     1 werk voor harmonie-orkest

     18 werken voor groot ensemble

- Musik for 13 Strygere (13 strijkers), 2014, fascinerend

     33 kamermuziekwerken

     7 werken voor koor en orkest of ensermble

     16 werken voor koor a cappella of met piano of orgel

     12 werken voor zangstem(men) en instrument(en)

     14 pianowerken

     3 werken voor een ander solo-instrument

 

Rodion Konstantinowitsch Schtschedrin (Shchedrin, Sjtsjedrin) (*Moskou, 16 december 1932) was de zoon van een componist en leraar muziektheorie. Rodion studeerde na de koorschool aan het conservatorium van Moskou in 1955 bij Joeri Sjaporin en Nikolaj Mjaskovski af. In 1958 trouwde hij met de zeven jaar oudere bekende ballerina Maja Plisetskaja. In 1964 werd hij zelf docent compositie aan het Conservatorium van Moskou.

Van 1973 tot 1990 was hij voorzitter van de Bond van Sovjetcomponisten. Het feit dat hij die functie verloor had te maken met het feit dat hij een oratorium componeerde om Lenin te herdenken.

In 1989 kreeg hij het lidmaatschap van de Akademie der Künste in Berlijn en in 1992 ontving hij de Russische Staatsprijs van president Boris Jeltsin voor zijn bijdragen aan de klassieke muziek. Hij was een virtuoos pianist en organist en trad zelf als solist op in de eerste drie premières van zijn zes pianoconcerten. Na de ineenstorting van het Sovjet imperium maakte Rodion Sjtsjedrin veelvuldig gebruik van de nieuwe mogelijkheden en maakte veel internationale reizen; nu verdeelt hij zijn tijd tussen München en Moskou.

Rodion Sjtsjedrin componeerde

     4 opera’s

- Niet Alleen Liefde (1961),

- Dode Zielen (Myortvïye dushi) 1976, naar Nikolai Gogol's roman. Het verhaal gaat over Chichitov, een man die door Rusland reist en zoekt naar grondbezitters, om aan hem hun dode lijfeigenen, die als levend geregistreerd staan, e verkopen. Een keer komt de waarheid aan het licht.

     6 balletten

- The little humpacked horse (Het kleine paardje met de bochel), 1955

- Carmen Suite (Karmen-syuita), 1967, gemaakt voor danseres Mayya Plisetskaya en de Cubaanse choreograaf Alberto Alonso, een briljante transcriptie van fragmenten uit George Bizet’s opera Carmen voor strijkers en percussie

- Anna Karenina, 1971, op basis van het boek van Leo Tolstoj

- Chayka (de zeemeeuw), naar Anton Tschechow, 1979

- Mevrouw met schoothondje, 1985,

     scenische liturgie

- Der versiegelte Engel

     6 pianoconcerten

- Pianoconcerto nr. 4,  " Rondedansen  (Khorovody)", 1989

- pianoconcerto nr. 5, 1999

     8 andere concerten

- Concerto "Parlando" voor viool, trompet en strijkorkest, 2004.

- hoboconcert, 2010

     3 symfonieën,

     20 andere orkestwerken

     12 kamermuziekwerken

     8 werken of series werken voor piano

- 24 preludes en fuga’s,  1964 – 1970

     1 werk voor verteller, tenor en piano

     1 werk voor zangstem en strijkers

     14 werken voor zangstemmen, (koor) en orkest of instrumenten

     3 werken voor zangstem en piano

     1 koorwerk

     1 musical

     4 werken voor soloviool

     film- en televisiescores

 

Zhanhao He (*Zhuji in Zhejiang, China, 1 januari 1933) speelde al jong in het orkest van het Zhejiang Yueju Opera gezelschap. Zhanhao He stueerde viool aan het Shanghai Conservatorium. Samen met een aantal klasgenoten vormde hij een experimenteel vioolensemble. Zhanhao He doceert vanaf 1964 aan het Shanghai Conservatorium.

Zhanhao He componeerde

     1 theatermuziekwerk

     7 orkestwerken

- Liang Shanbo yu Zhu Yingtai: The Butterfly Lovers Violin Concerto, 1959, gecomponeerd in samenwerking met Gang Chen; een van de beroemdste moderne Chinese muziekwerken, geschreven voor een symfonieorkest en viool, waarbij op de viool ook Chinese technieken worden toegepast

- Long Hua Pagoda, symfonisch gedicht.

     kamermuziekwerken

- Martyr’s Diary, strijkkwartet

     Chinese muziekwerken

     filmscores

 

Heinz Kratochwil (Wenen, Oostenrijk 23 februari 1933 – 2 april 1995) gaf vanaf 1962 les aan de Wiener Musikhochschule, van af 1980 was hij docent compositie.

Heinz Kratochwil is op het Mauer Kerhof begraven.

Heinz Kratochwil componeerde

     opera’s

     kamermuziek

- fantasie voor cello en piano, opus 124

     koorweken

     gitaarwerken

 

Raymond Schroyens (*Mechelen, België, 14 maart 1933) begon op zijn negende als koorknaap in het Mechelse Sint-Romboutskoor. In 1950 begon hij zijn muzikale opleiding aan het Lemmensinstituut bij Staf Nees, Marinus de Jong en Jules Van Nuffel. Daarna studeerde hij orgel aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen bij Flor Peeters. Nadat hij zijn dienstplicht had vervuld, was Raymond Schroyens van 1958 tot 1960 kapelmeester aan de Sint-Alfonsuskathedraal in Dearborn, Michigan in de Verenigde Staten. Daar kreeg hij veelvuldig contact met Ralph Kirkpatrick, waardoor hij zich volledig op klavecimbel ging richten. Van 1960 tot 1963 was hij muziekleraar en koorleider aan het Scheppersinstituut in Mechelen en het Sint-Stanislascollege in Berchem.

In 1963 werd hij producer bij de BBC en studeerde klavecimbel bij Thurston Dart. In 1965 begon hij aan een administratieve loopbaan bij de klassieke zender Radio 3 van de BRT, die hij in 1995 beëindigde.

Van 1962 tot 1972 speelde hij klavecimbel bij het door hem gestichte ensemble 'Concertino J.B. Loeillet' in Mechelen. Van 1970 tot 1993 was hij leraar klavecimbel aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en het Stedelijk Muziekconservatorium in Mechelen.

Raymond Schroyens is de vader van componist Daniel Schroyens (*1961).

Raymond Schroyens componeerde

     7 kamermuziekwerken

     18 koorwerken a cappella (ook met solist)

     6 werken voor koor en instrument(en)

     3 series liederen voor zangstem en instrument

     4 pianowerken

www.raymondschroyens.com

 

Raymond Murray Schafer (*Sarnia, Ontario, Canada, 18 juli 1933) studeerde aan de Royal Schools of Music in Londen, aan het Royal Conservatory of Music, en aan de Universiteit van Toronto bij Richard Johnston.

Raymond Murray Schafer maakte veel werk van soundscapes: het verwerken en intergreren in muziek van omgevingsgeluiden.

Raymond Murray Schafer gebruikt grafische notatie.

Raymond Murray Schafer componeerde

     14 theaterwerken, waarvan 12 in de cyclus “Patria

     15 orkestwerken

     20 concerten

- harpconcert, 1987

     24 kamermuziekwerken

     19 koorwerken

     6 (series) werken voor zangstem en piano of orkest

     8 andere werken

 

Georg Heike (*Lodz, Polen, 21 juli 1933) studeerde nadat hij het Beethovengymnasium in Bonn had afgemaakt muziekwetenschap, fonetiek, communicatiewetenschappen en psychologie in Bonn. In 1960 promoveerde hij. Daarnaast studeerde hij ook nog viool, piano, harmonieleer en contrapunt. Vanaf 1969 was Georg Heike professor fonetiek aan de Universiteit van Keulen. In 1998 is hij daar met pensioen gegaan en sinds die tijd houdt hij zich voornamelijk met componeren en het schrijven over muziek en taal bezig. Georg Heike woont in Euskirchen in Duitsland.

Georg Heike componeerde

     4 orkestwerken

     32 kamermuziekwerken (ook met elektronica)

     1 werk voor zangstemmen a cappella

     19 (series) liederen voor (zang)stem(men) en instrument(en)(ook met elektronica

     7 pianowerken

     26 (series) werken voor en ander instrument solo

- Strophen voor blokfluit solo, opgedragen aan Charlotte Reinke, 22 maart 1998

- “Es ist”, sonate voor altblokfluit, opgedragen aan Dagmar Wilgo, 1999

     6 elektronische muziekwerken

 

Ramses Shaffy (Neuilly-sur-Seine, voorstad van Parijs, Frankrijk, 29 augustus 1933 – Amsterdam, 1 december 2009) was de zoon van de Egyptische consul Ramsès Chaffy en de Poolse gravin van Russische afkomst Alexandra de Wysocka. De eerste zeven jaar van zijn leven bracht hij in Cannes door bij zijn moeder. Toen zijn moeder tuberculose kreeg, kwam Ramses Shaffy - via een tante in Utrecht en een kindertehuis - terecht in het Leidse pleeggezin van Roos en Herman Snellen, waar hij opgroeide als Didi Snellen.

In 1952 werd Ramses Shaffy aangenomen op de Amsterdamse toneelschool. In 1955 debuteerde hij bij de Nederlandse Comedie. In 1960 reisde hij met zijn partner Joop Admiraal naar Rome in de hoop daar werk te vinden als filmacteur, maar dat lukte dus niet.

In 1964 richtte Ramses Shaffy de theatergroep Shaffy Chantant op, waar hij langdurig samen werkte met zangeres Liesbeth List, pianist Louis van Dijk en fluitist Thijs van Leer.

In 1967 kreeg hij een Edison.

Niet lang na de eeuwwisseling werd hij opgenomen in het Dr. Sarphatihuis, vanwegen zijn langdurig overmatig alcoholgebruik waardoor hij leed aan het syndroom van Korsakov.

In 2002 ontving hij de Blijvend Applaus Prijs (oeuvreprijs). Ramses Shaffy ontving op 31 mei 2006 de eerste Edison Oeuvre Prijs voor Kleinkunst. Op 6 november 2007 werd in de Amsterdamse Schouwburg een door de Leidse beeldhouwer Jeroen Spijker vervaardigd borstbeeld van Shaffy onthuld door Liesbeth List.

Zijn laatste optreden was op 27 november 2009 in de Sint Laurenskerk te Rotterdam. Hoewel hij inmiddels ernstig ziek was, speelde hij daar piano bij de uitreiking van de Laurenspenning aan hoofdredacteur Straatkrant Sander de Kramer. Enkele dagen later overleed Ramses Shaffy op 76-jarige leeftijd.

Ramses Shaffy is begraven op Zorgvlied op 8 december 2009. Zijn graf ligt aan het pleintje Bouwmeester, vlak onder een jonge boom. Tijdens zijn begrafenis was deze boom versierd met rode rozen en witte linten met elk een woord uit de tekst: Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. Niet zonder ons.

Ramses Shaffy was de eerste bekende Nederlander in een STER-reclame. Hij maakte reclame voor chocoladefabrikant Kwatta.

Ramses Shaffy maakte

     35 opnames.

Ramses Shaffy componeerde

     70 liederen, Nederlandse “chansons”

- de Shaffy Cantate, 1964, het bekendste lied van theater groep Shaffy Chantant, waarmee elk optreden al die jaren werd afgesloten

- Sammy, 1966,  zijn bekendste lied na  Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

- "Jij bent nu daarbinnen", opgedragen aan fluitist Thijs van Leer

- Pastorale, 1969, met Liesbeth List, tekst Lennaert Nijgh, muziek Boudewijn de Groot

- Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder, 1971, zijn verreweg bekendste en meest geliefde nummer.

- “De trein naar het noorden” 1972, over het afscheid van zijn moeder, een ingrijpend moment in zijn leven.

- We zullen doorgaan, 1975

- 'Laat me' , 1978

 

Luis Enríquez Bacalov (*Buenos Aires, Argentinië, 30 augustus 1933) komt uit een familie van Bulgaarse Joden. Zijn grootouders emigreerden al vanuit Bulgarije naar Argentinië. Hij vindt zichzelf ook een Jood, maar praktiseert de godsdienst niet.

In de vroege jaren 1970, werkte hij samen met Italiaanse progressieve rockbands als New Trolls, Osanna en Il Rovescio della Medaglia.

Vanaf 2014 is Luis Bacalov eerste dirigent van het Orchestra della Magna Grecia in Taranto, Zuid-Italië.  

Luis Bacalov componeerde

     orkestwerken

- dubbelconcert voor twee piano’s en orkest

- triple-concerto voor bandoneón, piano, sopraan en orkest. Tangomuziek in een symfonische jas.

     werken voor koor en orkest

- Misa Tango, 1997, een Spaanstalige aanpassing van de klassieke liturgische mis aan de tango ritmes van Argentinië. Afwisselend tangoritmes en weemoedige melodieën. De mistekst is zodanig veranderd dat zowel christenen, moslims en Joden zich er in kunnen vinden.

- Cantones de Nuestro Tiempos (Psalmen voor onze tijd: The Cambridge Psalms), 2006, met teksten van de psalmen van David voor bariton, sopraan, koor en orkest

     Songs

     50 filmscores

 

Phill Niblock (*Anderson, Indiana, Verenigde Staten, 2 oktober 1933) studeerde economie aan de Universiteit in Indiana. In 1958 kwam hij naar New York, waar hij werkte als fotograaf en filmer. Hij maakte een groot aantal films over jazzmusici en het dagelijks leven van mensen over de hele wereld.

Zonder enige officiele training begon Phill Niblock vanaf 1968 te componeren.

Vrijwel al zijn composities werken met geluidsband en/of computer, ook als het er hieronder niet bij vermeld is. Vanaf 1968 was hij kunstenaar-lid van de Experimental Intermedia Foundation in New York, vanaf 1985 was hij er directeur. In 1993 opende hij een Belgisch vergelijkbaar instituut, de Experimental Intermedia v.z.w in Gent. Van 1971 tot 1998 was Phill Niblock docent aan een City University of New York School aan het College of Staten Island.

Phill Niblock componeerde

     2 geluidscollages

     1 werk voor koor, orkest en bariton

     7 orkestwerken

     3 werken voor  band of ensemble

     14 kamermuziekwerken

     2 werken voor stem(men) en instrumenten

     1 werk voor stem en elektronica

     1 pianowerk

     1 orgelwerk

     34 werken voor een ander instrument solo

- Lucid Sea, 2006, voor alt- en basblokfluit met geluidsband

     3 elektronische muziekwerken

www.phillniblock.com

www.experimentalintermedia.org

 

Krzysztof Penderecki (*Dębica, Polen, 23 november 1933) kwam door zijn vader al vroeg met muziek in aanraking. Hij kreeg als kind viool- en pianoles. Later studeerde hij compositie aan de Staatshogeschool voor Muziek in Krakau bij Artur Malawski en Stanislaw Skolyszewski, en privé bij Franciszek Skolyszewski. Tegelijkertijd studeerde hij aan de universiteit van Krakau ook filosofie, kunst– en literatuurgeschiedenis.

In 1958 werd hij docent compositie aan de Muziekacademie Krakau. Vanaf 1972 tot 1987 was hij er directeur.

In 2006 kreeg hij een eredoctoraat van de Universiteit van Münster.

Krzysztof Penderecki componeerde

     4 opera’s

     8 symfonieën

     21 concerten

- Partita voor klavecimbel, elektrische gitaar, basgitaar, harp, contrabas en orkest, 1971, gereviseerd 1991. Het eendelige werk is een soort concerto grosso, waarbij het klavecimbel het belangrijkste (solo-)instrument is. Het klinkt af en toe als duizenden spinnenpootjes.

- vioolconcerto nr. 1, 1977, gereviseerd in 1987, geschreven voor Isaac Stern

- altvioolconcerto, 1983, er zijn ook versies voor klarinet en cello, en een versie met kamerorkest

- Hoornconcert, 2008

     29 andere orkestwerken

- Threnos, Trauermusik für die Opfer von Hiroshima, 1961, voor 52 strijkers, met behulp van de nieuwe notatie geschreven, die zich later tot een standaard voor vele avant-gardistische composities ontwikkeld heeft.

- De natura sonoris nr. 1, 1966, geïnspireerd door Lucretius's De rerum natura (over de natuur der dingen).

- De natura sonoris nr. 2, 1971 in opdracht van de Juilliard School of Music in New York. Beide natura sonoris werken spelen een hoofdrol in de soundtrack van de film The Shining ( Stanley Kubrick, 1980).

- Fonogrammi, 1973

- Het Ontwaken van Jakob, 1974, de orkestbezetting vraagt het gebruik van 12 ocarina's. Opgedragen aan Prins Reinier van Monaco

     5 werken voor harmonie–orkest

     1 werk voor jazzensemble

     16 werken voor solisten, koor en orkest

- Polskie Requiem (Pools Requiem) requiem mis voor solisten, gemengd koor en orkest, 1984, herzien en uitgebreid in 1993 en in 2005, de laatste keer met toegevoegd deel  Ciaccona, ter herinnering aan Paus Johannes Paulus II. In grote trekken volgt het requiem de oude Latijnse requiemtkest, aangevuld met het traditionele Poolse gezang Święty Boże.

- Kaddish, 2009, voor solostemmen, koor en orkest, over de opstand in het Joodse getto in Warschau

- Dies Illa, 2014, voor sopraan, mezzosopraan, bas, drie gemengde koren en orkest, gebaseerd op de Latijnse “Dies irae”-tekst, geschreven ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Op zaterdag 8 november 2014 door 1400 muzikanten uit 18 landen in de basikiek van Brussel uitgevoerd.

     6 werken voor koor en orkest

- Psalmen van David, 1958, voor gemengd koor en instrumenten. Psalm 28, Psalm 30, Psalm 43 en Psalm 143; atonale zettingen.

- Kosmogonia , 1970, opdracht voor het 25-jarig bestaan van de Verenigde Naties.

- Canticum Canticorum Salomonis, 1973, gebaseerd op het Hooglied van Salomo

- Song of Cherubim, 1986, ortodox liturgisch

- Hymne an den heiligen Adalbert, 1997, eerbetoon aan Adalbert, bisschop van Praag, die in 997 doodgemarteld werd bij zijn pogingen de Baltische Pruisen te bekeren.

- Magnificat, 1974, geschreven er gelegenheid van de 1200ste viering van de kathedraal van Salzburg. Indrukwekkende koorglissandi in het tweede deel.

     1 werk voor zangstem en orkest

- Strophen, 1959 voor sopraan, verteller, en tien instrumenten, gebaseerd op Griekse, hebreeuwse en Perzische literatuur.

     10 koorwerken

     12 kamermuziekwerken

- Sextet, tweedelig werk voor  klarinet, hoorn, viool, altviool, cello en  piano, 2000, zijn belangrijkste kamermuziekwerk.

     10 werken voor een instrument solo
- La Follia, voor viool solo, 2013, geschreven voor Anne-Sophie Mutter

     3 elektronische muziekwerken

 

John Derek Sanders OBE, FRCO (Wanstead, Essex, Engeland, 23 november 1933 – Hereford, 23 december 2003) kreeg zijn eerste muziek- en orgellessen op de Felsted School. In 1950 begon hij een studie aan de Royal College of Music bij Sir John Dykes Bower, organist van de St Paul's Cathedral.

Daarna studeerde John Sanders nog aan de Universiteit van Cambridge bij Patrick Hadley. In 1958 kreeg hij een aanstelling als Assistant Organist in Gloucester, waarbij het tegelijk directeur werd van de muziekafdeling aan de The King’s School in Gloucester.

In 1963 werd hij koordirigent aan de Chester Cathedral. In Chester ontmoette hij zijn vrouw, Janet, en zette hij een muziekfestival op: het Chester Festival.

In 1967 kwam John Sanders terug in Gloucester als Organist en dirigent van het Gloucestershire Symphony Orchestra en de Gloucester Choral Society. Hij werd ook muziekdirecteur aan het Cheltenham Ladies' College.

Zijn positie in Gloucester leidde tot het directeurschap van het Three Choirs Festival. In 1986 werd John Sanders Freeman of the City of London.

In 1994 ging John Sanders met pensioen en werd benoemd tot Officer of the Order of the British Empire (OBE).

Terwijl hij in 2003 herstelde van een heupoperatie in het ziekenhuis van Hereford, kreeg hij een longonsteking, waaraan hij overleed.

John Sanders componeerde

     1 orkestwerk

     2 missen

     1 requiem

     2 cantates

     50 andere liturgische werken

- The Reproaches, 1993, voor koor a cappella

     2 kamermuziekwerkern

     2 orgelwerken

www.sanderssociety.org.uk

 

Henryk Mikołaj Górecki (Czernica (Silezië), 6 december 1933 ̶ Katowice, Polen, 12 november 2010) studeerde eerst muziek aan de Karol Szymanowski Muziekacademie Katowice compositie bij Bolesław Szabelski, een leerling van Karol Szymanowski.

Vanaf 1965 doceerde hij partituurspel en compositie aan zijn "Alma mater", de Karol Szymanowski Muziekacademie Katowice. In 1975 werd hij er rector magnificus en twee jaar later tot professor benoemd.

Górecki was medegrondlegger van de Poolse School, samen met Krzysztof Penderecki. Tot de jaren 1970 componeerde Henryk Górecki eigenzinnige modernistische muziek, geënt op het serialisme van Anton Webern en Karlheinz Stockhausen. Vanaf de jaren zeventig liet hij de seriele muziek achter zich ("iedereen kan tot twaalf tellen") en bekeerde zich tot welluidendheid. Met groot succes.

In 1994 werd hij eredoctor van de Universiteit van Warschau, in 2000 van de Jagiellonische Universiteit, Krakau en in 2004 van de Katolicki Uniwersytet Lubelski Jana Pawła II in Lublin. Hij was ereburger van Rybnik.

Op 5 juni 2010 stond de wereldpremière van Symfonie nr. 4 door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Jaap van Zweden gepland. Door ziekte was de componist niet in staat om dit werk te voltooien.

Henryk Górecki componeerde

     4 symphonieën

- symfonie nr. 2 "Kopernikowska", voor sopraan, bariton, gemengd koor en groot orkest, opus 31 – teksten Psalm 145: 6, 135: 7-9 en een uittreksel uit boek I van "De revolutionibus orbium caelestium" van Nicolaas Copernicus, 1973. De symfonie is ook aan Nicolaas Copernicus opgedragen.

- symfonie nr. 3 "Symfonia pieśni żałosnych (Symfonie van treurliederen)", voor sopraan en groot orkest, opus 36, een bestseller, werd nummer 1 op de "pop charts". "Kennelijk heb ik iets geschreven, waar de mensen behoefte aan hebben", zei de componist. Repeterende tijdloze muziek. Aangrijpende gezongen gebedsteksten met verwijzingen naar de gruwelen van de Holocaust.

- symfonie nr. 4, "Tansman episodes",  opus 85, 2010, bleef door de zwakke gezondheid van Henryk Górecki in pianopartituur. Zijn zoon Mikolaj maakte de symfonie af met een orkestpartituur. Het is een aangrijpende symfonie geworden met een grote emotionele en spirituele kracht. De bijnaam is een huldebetoon aan Górecki's landgenoot Alexandre Tansman.

     3 concerten

- Concerto voor klavecimbel of piano en orkest, opus 40, 1980, hamerend, er zit geen enkele ontwikkeling in.

     8 andere werken voor orkest of groote ensemble

- Kleines Requiem für eine Polka, opus 66, voor piano en 13 instrumenten,1993

     8 werken voor zangstem(men), koor en ensemble of orkest

- epitafium (1958), zijn debuut

- Beatus vir (1979) ter gelegenheid van het bezoek van Paus Johannes Paulus II in Krakau

     2 werken toneelmuziek

     6 koorwerken

- Miserere, Opus 44, koor a cappella, 1981, stil protest voor de Poolse vakbeweging Solidaridad; louter schoonheid.

- Vijf  Maria Liederen, Opus 54, voor koor a cappella (1985)

- Lobgesang, opus 76, voor koor a cappella ,2000

     7 werken of series werken voor zangstem en piano of andere instrumenten

     18 kamermuziekwerken

- Genesis I: Elementi, Whispers of Titans, opus 19, voor strijktrio, 1962. Geschreven op een twaalftoonreeks. Er komen oerkrachten los: er waren twaalf titanen, kinderen van Uranus en Gaia, die door hun vader in de Tartarus werden gesmeten. De musici moten tenminste zes meter van elkaar af zitten. het werk is een hommage aan Alfred Schnittke.

- Recitatives en Ariosos "Lerchenmusik", voor klarinet, cello en piano, opus 53, 1984 ; één grote klaagzang;

- Already it is Dusk, opus 62, strijkkwartet, 1988

- Quasi una fantasia, opus 64, strijkkwartet, 1991

- ..songs are sung, opus 67, strijkkwartet, 1995, gereviseerd in 2005

     1 werk voor orgel

     3 werken of series werken voor piano solo

     muziek voor 2 films