Componisten

vanaf 1942

 

Rainer Lischka (*Zittau, Duitsland, 25 april 1942) studeerde aan de Hochschule für Musik “Carl Maria von Weber” in Dresden bij Johannes Paul Thilman, Manfred Weiss, Günter Hörig en Conny Odd compositie en bij Theo Other en Wolfgang Plehn piano. Van 1970 tot 2007 doceerde Rainer Lischka aan de Dresder Muziekhogeschool compositie, muziektheorie en gehoortraining.

Rainer Lischka componeerde

     9 orkestwerken

     2 series werken voor brassband

     70 (series) kamermuziekwerken

- Kleine Abendgesellschaft voor tenorblokfluit solo, 2008

- 7 Galgenlieder, 2008, voor blokfluitkwartet, of voor 3 klarinetten en basklarinet, naar aanleiding van 7 gedichten uit de gelijknamige cyclus van Christian Morgenstern.

- Genau!, vijf stukken voor blokfluitkwartet (SATB), 2011

- Gut aufgelegt voor  2 altblokfluiten, 2013

- Tanzgarten, elf trio's voor drie blokfluitren (AAT), 2015

     42 koorwerken a cappella

     13 koorwerken met piano

     7 orgelwerken

     4 pianowerken

www.lischka-kompositionen.de

 

Guy Bovet (*Thun, Zwitserland, 22 mei 1942) had orgellessen van Marie Dufour in Lausanne, Pierre Segond in Genf en Marie-Claire Alain in Parijs. Van 1979 tot 1999 doceerde Guy Bovet Spaanse orgelmuziek aan de Universiteit van Salamanca. Vanaf 1989 is hij docent aan Muziekhogeschool Bazel. Daarnaast geeft hij aan tientallen Instituten en Universiteiten structurele- en gastlessen. Guy Bovet publiceerde 1400 artikelen over de geschiedenis van het orgel.

Guy Bovet componeerde

     9 opera’s

     50 theatermuziekwerken

     16 orkestwerken

     3 orgelconcerten voor orgel en orkest

     5 cantates

     5 andere werken voor koor, (solisten) en orkest

     8 werken voor zanger(s), en/of koor, orgel (en andere instrumenten)

     20 (series)kamermuziekwerken, ook met orgel

     10 (series) liederen voor zangstem en piano (series)

     60 (series) orgelwerken, ook voor bioscooporgel

     12 tangos ecclesiasticos (kerktango’s), 1999

     7 (series) pianowerken

     15 filmscores

     8 TVscores

www.guybovet.org

 

Sir James Paul McCartney (*Liverpool, 18 juni 1942) werd geboren in het Walton-ziekenhuis, waar zijn moeder Mary Mohin McCartney werkte als verpleegkundige. Op dat moment was zijn vader, katoenverkoper en jazzmuzikant James McCartney, bezig als vrijwillige brandweerman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Paul McCartney had één jonger broertje: Michael (*7 januari 1944). Zijn ouders en grootouders gaven hem een groot gevoel voor normen en waarden mee.

In 1953 werd Paul McCartney toegelaten tot het Liverpool Instituut. In de bus daar naartoe ontmoette hij zijn schoolvriend George Harrison.

Omdat zijn moeder Mary als verloskundige een behoorlijk inkomen had, kon het gezin verhuizen naar Allerton, 20 Forthlin Road. In 1956 overleed moeder Mary aan een embolie.

Paul MacCartneys vader James speelde trompet en piano in een jazzband. Thuis hadden ze ook een piano, waar Paul van alles op zijn gehoor op speelde. Paul kocht ook een akoestische gitaar, daar kon je mooi bij zingen, en begon met het schrijven van zijn eerste liedjes toen hij 14 jaar was.

In 1957, op zijn 15de, leerde hij via een gemeenschappelijke vriend John Lennon kennen, werd lid van diens band The Quarrymen¸ waarvan de naam een paar jaar later veranderd werd in The Beatles, waarmee Paul MacCartney met John Lennon, George Harrison en Ringo Starr geschiedenis zou schrijven. McCartney schreef veel van het materiaal van The Beatles samen met John Lennon.

Paul McCartney was de knapste van de vier Beatles en had de grootste vrouwelijke aanhang. Hij had een langdurige relatie met de actrice Jane Asher en trouwde in 1696 met Linda Eastman, een fotografe, waarmee hij drie kinderen kreeg: Mary, Stella en James. Linda had al een dochter, Heather, uit een eerder huwelijk.

Nadat The Beatles in 1970 uit elkaar gingen begon Paul MacCartney een solocarrière.

In 1971 richtte Paul McCartney een nieuwe band op: Wings, erg succesvol in de jaren 70. De enige drie constante leden van Wings waren Paul McCartney, Linda McCartney en Denny Laine. In 1981 hield de band er mee op.

McCartney en zijn vrouw Linda waren uitgesproken vegetariërs en dierenrechtenactivisten. In 1991 introduceerde Linda McCartney haar eigen serie vleesvervangers op de Britse markt. In 2009 richtte Paul de campagne Meat Free Monday op.

Op 11 maart 1997 werd Paul door koningin Elizabeth II opgenomen in de Orde van het Britse Rijk, waardoor hij de adellijke titel Sir (ridder) mag voeren.

Nadat Linda in 1998 overleed aan borstkanker, trouwde Paul McCartney in juni 2002 met Heather Mills, een ex-model en anti-landmijnactivist. Ze had zes jaar daarvoor bij een motorongeluk een been verloren en Paul raakte door bewondering en medelijden aan haar gehecht. Samen kregen ze op 28 oktober 2003 een dochter, Beatrice Milly. Het was geen gelijkwaardige relatie, het huwelijk was zes jaar drama In mei 2006 besloten ze te scheiden. Het werd een vechtscheiding. De rechter kende haar 30 miljoen pond toe en gaf Paul moreel gelijk.

Op 9 oktober 2011 trouwde Paul McCartney met Nancy Shevell, lid van een liberale Joodse gemeente. Paul was en is erg gelukkig met haar en toont ook zelf een toenemend religieuze levensgang.

Paul McCartney is een buitengewoon produktief componist, die ook werkte onder de pseudoniemen "Apollo C. Vermouth", "Percy "Thrills" Thrillington", "Bernard Webb" en "Paul Ramon".

Paul McCartney is de meest succesvolle componist en opname-artiest ooit met 60 gouden platen en meer dan 100 miljoen verkochte albums en 100 miljoen verkochte singles.

In maart 1999 werd Paul McCartney opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Paul McCartney maakte

     23 “the Beatles”-studio-albums, zie hiervoor het overzicht bij John Lennon

     45 eigen studio- en live-albums

- McCartney, 1970, zijn eerste solo-album, een voor het grootste deel thuis opgenomen verzameling miniatuurtjes. Speels, ongrijpbaar, verwarrend, frustrerend, beantwoordt aan geen enkel verwachtingspatroon. Voorbode van lo-fi

nr. 6. Junk

nr. 12. Maybe I'm Amazed.

- "Give Ireland Back to the Irish" geschreven door Paul en Linda McCartney in antwoord op de gebeurtenissen op Bloody Sunday in NoordIerland op 30 Januari 1972. Debuutsingle van “Wings” opgenomen 1 februari 1972. Werd door de BBC niet uitgezonden.

- "Hi, Hi, Hi" geschreven door Paul en Linda McCartney, uitgevoerd door de Wings op een single, ging over onstuimige seks en werd door de BBC daarom in de ban gedaan.

- Band on the Run, 1973, derde en meest succesvolle Wingsalbum.

nr. 1. Band on the Run, met drie drastische tempowisselingen binnen vijf minuten

- Live and let die, soundtrack van de James Bond film 1973, geschreven door Paul en Linda McCartney

- Venus and Mars, 1975, vierde  Wingsalbum.

- Wings at the speed of sound, 1976, vijfde Wings-album

nr. 4. Beware My Love, briljante fusie van arena-rock en sixties Motown.

nr. 6. Silly love songs, zo "silly" zijn ze niet.

- McCartney II,1980, derde soloalbum, door bliepende elektronica gedomineerd, voorloper van de synthipop.

- Flowers in the Dirt, achtste studio solo album, 5 juni 1989, met hulp van onder meer Elvis Costello. Een uitgebreide versie met proefopnames is uitgebracht in maart 2017.

nr. 1. My Brave Face, tekst Paul McCartney en Declan MacManus, een zoektocht naar de moed, die een man ooit had.

nr. 4. Distractions, tekst Paul McCartney, over de verleidingen en afleidingen die een druk bestaan met zich meebrengen, totdat je er achter komt hoeveel zaken je thuis hebt gemist.

nr. 5. We Got Married, tekst Paul McCartney, ode aan Linda, huwelijk in vier coupletten, van de eerste romance tot aan het uitzwaaien van de kinderen

- Liverpool Sound Collage, 21 augustus 2000, electronisch album, waarin onder meer de geschiedenis van The Beatles is verwerkt.  

- Kisses on the Bottom, 15de solostudio album, hoodzakelijk covers van traditionele popmuziek en jazz. 6 februari 2012.

nr. 8. My Valentine, geschreven door Paul McCartney zelf, juweel, prachtig tijdloos lied, geschreven voor zijn vrouw  Nancy Shevell.

- New, 2013, Paul McCartney’s laatste en 16de soloalbum, op 71 jarige leeftijd uitgebracht; verbluffend goed

- Pure, 2016, compilatiealbum met naar keuze 39, 46 of 67 tracks, 3 verschillende steeds luxere uitgaven.

     5 Klassieke albums

- Liverpool Oratorio, 1991, live door Paul McCartney gecomponeerd samen met Carl Davis ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra's. Het oratorium werd  uitgevoerd en opgenomen in de kathedraal van Liverpool onder controle van Paul Mc Cartney met orkest, koor en klassieke zangers als Kiri Te Kanawa, Jerry Hadley, Sally Burgess en  Willard White  in de orartoriumrollen. In 8 delen volgt het verhaal losjes McCartney’s eigen leven met als thema’s onder meer oorlog, school en het verlies van vader. Dat laatste thema wordt volstrekt religieus beleefd.

- Standing Stone, 1997, uitgebreid vierdelig klassiek werk uitgevoerd door het London Symphony Orchestra onder leiding van Lawrence Foster met een toegevoegd koor.

- Working Classical,  1999, 15 composities van Paul Mac cartney, waarvan hij een aantal al eerder zelf of met de groep Wings had uitgebracht en nieuwe arrangementen uitgevoerd door het London Symphony Orchestra en het Loma Mar Quartet

- Ecce Cor Meum, 2006, oratorium in vier delen, geschreven in Latijn en Engels, voor orkest, jongenskoor en gemengd koor. Formeel geschreven voor de inwijding van de kapel van het Magdalena College in Londen, maar in wezen een requiem voor zijn vrouw Linda.

- Ocean’s Kingdom, 2011, vierdelige balletcompositie, gemaakt voor het New York City Ballet, uitgevoerd door het London Classical Orchestra onder leiding van John Wilson.

www.paulmccartney.com

 

Sven-David Sandström (*Borensberg, Motala, Zweden, 30 oktober 1942) studeerde van 1963 tot 1967 kunstgeschiedenis en muziekwetenschap aan de Universiteit van Stockholm. Daarna studeerde hij tot 1972 compositie bij Ingvar Lidholm aan de Kungliga Musikhögskolan te Stockholm.

Van 1981 tot 1995 was Sven-David Sandström compositiedocent aan de Kungliga Musikhögskolan te Stockholm. Van 1995 tot 1999 was hij er prorector. Sinds 1999 is hij professor voor compositie aan de School of Music van de Indiana University te Bloomington (Indiana).

In 1983 werd hij bestuurslid van de Zweedse sectie van de ISCM.

Sven-David Sandström componeerde

     40 orkestwerken

- Through and Through, 1972,

     5 werken voor harmonie-orkest

     6 opera’s

     5 balletten

     1 toneelmuziekwerk

     40 kamermuziekwerken

- Utmost, voor 8 blazers en 2 slagwerkers

     70 koorwerken

- Agnus Dei – Dona nobis pacem voor 8 stemmig gemengd koor, 1980

- Hear my Prayer, O Lord , 1986, naar Henry Purcell, voor 8-stemmige koor a cappella

- Four Songs of Love, 2008, voor zesstemmig gemengd koor, teksten uit het Hooglied, sensuele zettingen  

     17werken voor koor, (zangstemmen) en orkest. 

     16 werken voor zangstem en instrument(en)

www.svendavidsandstrom.com

 

Meredith Jane Monk (*New York City, Verenigde Staten, 20 november 1942) debuteerde in december 1961 als ballerina in de kindermusical Scrooge. In 1964 studeerde ze af aan het Sarah Lawrence College en in 1968 richtte ze haar eigen ensemble op: The House. In 1978 richtte ze Meredith Monk and Vocal Ensemble op om haar eigen muziek uit te (laten) voeren.

Meredith Monk was het bekendst vanwege haar capriolen met haar stem. Ze breidde haar zangtechniek zover uit, dat ze haar stem als een muziekinstrument kon gebruiken.

Haar partner was de in 2002 overleden Mieke van Hoek.

Meredith Monk componeerde

     2 opera’s

     12  theatermuziekwerken

     5 kamermuziekwerken

     20 werken voor koor (of meerdere tot veel zangstemmen) en instrumenten

     16 werken voor zangstem en piano of ander(e) instrument(en) en/of tape

     7 pianowerken

Railroad-Travel Song

     2 filmscores

www.meredithmonk.org

 

John Hawkes (*Nantwich, Cheshire, Groot Brittanië, 1942) verhuisde op zijn 6de naar Shelf, bij Bradford. Hij volgde daar de Bradford Grammar School, en studeerde daarna natuurkunde aan het Magdalen College Oxford. Hij ging aan het werk als natuurkundig onderzoeker aan de Universiteit van Sheffield en werd daarna hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Northumbria. In 1968 trouwde hij met beeldend kunstenaar Carolyn. Ze kregen een zoon en een dochter. In 1997 ging hij met pensioen.

Naast zijn werk als natuurkundige is John Hawkes altijd bezig geweest met muziek en had hij altijd de wens om te gaan componeren.

Daarvoor volgde hij van 1994 tot 2005 zomercursussen van de COMA (Contemporary Music for All) en studeerde hij compositie aan de Universiteit van Newcastle bij Agustin Fernandez en Deirdre Gribbin. John Hawkes speelt blokfluit en hobo en is bestuurslid van de Newcastle afdeling van de Society of Recorder Players. Geen wonder dat hij vrij veel voor blokfluiten heeft geschreven.

John Hawkes componeerde

     11 orkestwerken

     15 werken voor blokfluitorkest

     24 kamermuziekwerken voor blokfluiten

- Recorder quartet nr. 4,  2006

     25 andere kamermuziekwerken

     6 werken voor een instrument solo 

www.johnhawkes.co.uk

 

Mons Leidvin Takle (*Noorwegen, 1942 ) studeerde aan het Conservatorium in Stavanger en het Oslo Conservatorium orgel bij Arild Sandvold en piano bij Reimar Riefling. Hij nam ook prive-lessen piano bij Hans Solum. Daarna studeerde Mons Leidvin Takle in Zweden en de VS en toerde als solist en begeleider in Scandinavië, Europa en de Verenigde Staten. Mons Leidvin Takle was organist in vele kerken.

Mons Leidvin Takle componeerde

     8 (series) orgelwerken

- Festivity

nr. 2. Power of Life; daverend

     2 pianowerken

     5 (series) liederen

 

Evgeni Zemtsov (*Rusland, 1942) studeerde aan is het Tschaikovski Conservatorium in Moskou bij Dmitri Kabalewski en A. Pirumov. Evgeni Zemtsov was lid van de componistenvereniging in de Sovjet-Unie. Hij doceerde aan het Gnesin Instituut in Moskou.

Momenteel woont Evgeni Zemtsov in Hamburg, Duitsland en is lid van het Deutsche Componisten Verband. Altvioliste Dana Zemstsov is zijn kleindochter.

Evgeni Zemtsov componeerde

     1 opera

     1 oratorium

     2 symfonieën

     kamermuziekwerken

- Melodie im alten Stil voor altviool en piano

     liederen

 

Richard Gavin Bryars (*Goole, East Riding of Yorkshire, 16 januari 1943) studeerde eerst filosofie aan de Universiteit van Sheffield. Later studeerde hij drie jaar muziek. Hij werkte in de vroege jaren zestig als bassist in het moderne jazztrio “Joseph Hoolbrooke" met Derek Bailey en Tony Oxley. Daarna raakte hij aan het componeren. Daarbij werkte hij samen met John Cage en zijn New York School, Morton Feldman, Earle Brown, Cornelius Cardew en John White.

Gavin Bryars doceerde van 1969 tot 1978 aan de afdeling voor schone kunsten van de Universiteit van Portsmouth  en was medeoprichter van de muziekafdeling van de toenmalige polytechnische Hogeschool van Leicester (Engeland), nu de De Montfort University. Aan de laatstgenoemde universiteit was hij van 1986 tot 1994 hoogleraar muziek. In deze tijd was hij ook contrabassist in de Portsmouth Sinfonia. Momenteel woont hij in Engeland en deels aan de westkust van Canada.

Gavin Bryars componeerde

     14 orkestwerken

- The Sinking of the Titanic, 1969; aan de hand van de laatste klanken van het luxe cruiseschip worden de laaatste uren verteld.

- pianoconcert, 2010, opgedragen aan Ralph van Raat

2 werken voor harmonieorkest

     5 opera’s

     8 balletten

     8 toneelmuziekwerken

     1 requiem

     1 cantate

     6 andere religieuze muziekwerken

     8 koorwerken (met instrumenten)

- St Brendan arrives at the Promised Land of the Saints, op tekst van Sint Brendan, voor gemengd koor, viool en orgel, 2009. Over de oceaanreis van deze heilige, op zoek naar de ultieme waarheid.

- Two Love Songs, twee madrigalen voor vrouwenkoor a capella, op teksten van Petrarca, 2010

- The Fifth Century, 7-delig werk voor koor en saxofoonkwartet, teksten Thomas Traherne: Centuries of Meditation

     33 werken voor zangstem en instrument(en)

     40 kamermuziekwerken

     2 werken voor orgel.

     8 werken voor piano

     1 werk voor klavecimbel

     3 werken voor slagwerk

     1 werk voor historiscje Japanse instrumenten

     5 elektronische muziekwerken

- Jesus' Blood Never Failed Me Yet, 1971 voor geluidsband en ensemble

www.gavinbryars.com

 

William Duckworth (Morgantown, North Carolina, Verenigde Staten, 13 januari 1943 – West New York, 13 september 2012) studeerde muziek aan de East Carolina University, muziekpedagogiek en compositie bij Ben Johnston aan de University of Illinois in Urbana. Hij studeerde en schreef zijn doctor dissertatie over het notenschrift van John Cage. William Duckworth doceerde muziek aan de Universiteit Bucknell.

William Duckworth trouwde met Nora Farrell, waar hij al jaren voor zijn internetprojecten mee had samen gewerkt. Nora Farrell beheert momenteel (2015) Monroe Street Music, dat veel van de werken van William Duckworth uitgeeft.

William Duckworth componeerde 94 (series) muziekwerken

     2 orkestwerken

     8 (series) vocale werken

- Southern Harmony, 20 stukken voor 8–stemmig koor

     9 (series) kamermuziekwerken

     6 (series) pianowerken

- The Time Curve Preludes, 1978, 24 korte pianowerken, het eerste  “postminimalistische” werk; 

     1 werk voor accordeon

     4 elektronische en / of multimediawerken

 

Brian John Peter Ferneyhough (Coventry, Engeland, 16 januari 1943) studeerde aan de Birmingham School of Music en van 1966 tot 1967 aan de Royal Academy of Music bij Lennox Berkeley. In 1968 ging hij naar Europa en studeerde in Amsterdam bij Ton de Leeuw en in Basel bij Klaus Huber.

Van 1973 tot 1986 gaf Brian Ferneyhough compositieles aan de Hochschule für Musik in Freiburg, Duitsland. Van 1987 tot 1999 was hij muziekdocent aan de Universiteit van California in San Diego en vanaf 2000 aan de Stanford University.

Brian Ferneyhough wordt gerekende tot de New Complexity compositieschool, als hij er al niet de aanstichter van is.

Brian Ferneyhough componeerde

     1 opera

- Shadowtime, libretto Charles Bernstein, gebaseerd op hetleven van de Duitse filosoof Walter Benjamin, 2004

     2  orkestwerken

     7 concerten

     11 werken voor (groot) ensemble

     9 vocale werken met instrumentale begeleiding

- Time and Motion Study III voor 16 solostemmen, slagwerk en elektronica, 1974

- Transit voor solostemmen en ensemble, 1975

     4 (series) werken voor koor a cappella

- Missa Brevis, voor 12 zangers, 1974

     11 werken voor strijkkwartet

     7 andere kamermuziekwerken

     4 pianowerken

     1 orgelwerk

     15 andere werken voor een instrument solo

- Cassandra's Dream Song, 1974 voor dwarsfluit

- Sisiphus Redux voor altfluit solo, 2000

 

Ivan Alexandrovich Tcherepnin (Issy-les-Moulineaux, Frankrijk, 5 februari 1943 – Boston, Verenigde Staten, 11 april 1998) kwam uit een hoogbegaafde muzikale familie. Zijn vader Alexander en zijn grootvader Nikolai waren gewaardeerde Russische componisten en zijn moeder Lee Hsien Ming een bekende pianiste. Zijn oudere broer Serge is ook componist. Ivan Tcherepnin kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn ouders. Toen hij zeven jaar was, verhuisde het gezin naar Chicago, omdat zijn ouders daar aan het werk konden aan de DePaul Universiteit. Hij studeerde compositie bij Leon Kirchner aan de Harvard Universiteit tot 1969 en nam daarna in Europa les bij Karlheinz Stockhausen, Henri Pousseur en Pierre Boulez. Hij gaf korte tijd les aan het Conservatorium van San Francisco en aan de Stanford Universiteit. In 1972 werd hij directeur van de Harvard University Electronic Music Studio, wat hij bleef tot zijn dood in 1998. Twee van zijn zonen, Stefan en Sergei, werden ook componist

Ivan Tcherepnin componeerde

     3 multimediawerken

     1 opera, ook met elektronica

     1 oratorium, ook met elektronica

     13 orkestwerken

- dubbelconcert voor viool, cello en orkest, 1995, n. 59, zijn meest gewaardeerde werk

     4 werken voor koperblaasensemble

     5 koorwerken, ook met orkest of instrumenten

     4 (series) werken voor zangstem en instrumenten

     17 kamermuziekwerken

- Pensamiento voor fluit en piano, 1995, n. 57b

     11 (series) pianowerken

     18 werken voor instrumenten en/of zangstemmen met elektronica

     7 elektronische werken

     5 filmscores

 

Morten Lauridsen (*Colfax, Washington, Verenigde Staten, 27 februari 1943) is de zoon van Deense immigranten. Hij groeide op in de staat Oregon. Sinds 1972 is hij hoogleraar compositie aan de University of Southern California (Thornton School of Music).

In 2007 ontving hij de National Medal of Arts uit handen van de Amerikaanse president George. W. Bush.

Morten Lauridsen componeerde

     2 werken voor harmonieorkest

     16 werken of series werken voor koor

- O Magnum Mysterium, 1992, voor koor a cappella, een wondertje van schoonheid, adembenemend mooi.

- Lux aeterna,voor koor en orkest of orgel, 1997

- Nocturnes, 4 motetten voor koor en piano, 2005

III. Sure on this Shining Night, tekst James Agee

     11 werken of series werken voor zangstem(men) of koor en piano of andere instrumenten.

http://homepage.mac.com/kennesten/lauridsen

 

Lucio Dalla (Bologna, Italië, 4 maart 1943 – Montreux, Zwitserland, 1 maart 2012) begon al jong klarinet te spelen in een jazzband in Bologna en werd even later lid van de Rheno Dixieland Band.

Lucio Dalla overleed aan een hartaanval, in gezelschap van zijn partner, Marco Alemanno.

Lucio Dalla maakte

     40 LP en CDalbums

- Storie di casa mia, 1971

De B-kant nr. 3 “4/3/1943

- 4 Marzo 1943 e altre storie, 1976,

nr. 2 "Piazza grande",

- Automobili, 1976

nr. 3 "Nuvolari"

- DallAmeriCaruso, 1986

nr 1. Caruso, opgedragen aan Enrico Caruso, de bekendste Italiaanse tenor ooit. Het nummer gaat over een Italiaans-Amerikaans pianist die met weemoed terugdenkt aan een geliefde uit Sorrento. “Caruso” is gecoverd door tientallen artiesten en opnamen zijn verkocht bij honderden millioenen.

www.luciodalla.it

 

Wim Stoppelenburg (*Berkenwoude, 25 maart 1943) volgde na de middelbare school in Gouda in Rotterdam de onderwijzersopleiding. Hij verhuisde in 1966 naar Groningen en studeerde aan het Stedelijk Conservatorium piano, (alt)viool, schoolmuziek (1970) en orkestdirectie (1973). Daarna studeerde hij aan het Conservatorium Amsterdam orkestdirectie bij  Anton Kersjes.

Van 1966 tot 1985 was hij muziekdocent in Appingedam, Winschoten en Meppel. Hij maakte veel arrangementen voor het toenmalige Overijssels Philharmonisch Orkest, waarvoor hij de jeugdconcerten mede voorbereidde en leidde. Hij was enkele jaren dirigent van studentenorkesten in Groningen (Bragi) en Enschede (Musica Silvestra) en leidde oratoriumverenigingen in het noorden en midden van Nederland. De laatste jaren is hij voornamelijk als dirigent en pianist actief in projecten met nieuwe muziek uit Noord-Nederland. Wim Stoppelenburg is bekend als publicist en muziekrecensent.

Sinds 1988 is Wim Stoppelenburg voorzitter van de Stichting Noordelijke Componisten.

Wim Stoppelenburg componeerde

     3 opera's:

- Salto mortale, 1980, libretto Belcampo,

- Het uitstel, 1990, over het leven van Van Gogh.

     2 muziektheaterwerken

·     6 orkestwerken

- Westerbork Symfonie, 1992

     1 werk voor harmonieorkest

- Schiermonnikoog, 1984

     22 kamermuziekwerken

- twee Pianotrio's, 1996

- Strijkkwartet, 1996

 - Lassusvariaties, 2003 voor blaaskwintet

     14 (series) iederen voor zangstem en piano of instrument(en)

- Het liedboek van Meng Jiao, 1993

     4 koorwerken a cappella

     11 koorwerken met instrumenten

- Hymnus voor solisten, koor en orkest, 2013

     12 (series) pianowerken

- Dickninge, 3-delige suite, 1999

- Maskerade voor piano vierhandig, 2013

     3 orgelwerken

www.willemstoppelenburg.com

 

Mario Lavista (*Mexico City, Mexico, 3 april 1943) is de neef van componist Raúl Lavista (1912 – 1980). Als kind kreeg hij in Mexico City pianoles van Adelina Benítez en Francisco Gyves. Van 1963 tot 1967 studeerde hij aan het Nationaal Conservatorium van Mexico compositie bij Carlos Chávez en Héctor Quintanar en muziekanalyse bij Rodolfo Halffter. In 1967 kon hij met een beurs van de Franse regering aan de Schola Cantorum in Parijs bij Jean-Étienne Marie, Iannis Xenakis en Henri Pousseur studeren. Hij volgde daarnaast in Europa ook cursussen bij Nadia Boulanger, Christoph Caskel en Karlheinz Stockhausen.

In 1970 richtte hij het improvisatieciollectief Quanta op en vanaf die tijd werkte hij met elektronische muziek op radio en televisie en deed van alles op het gebied van avant-garde muziek.

Vanaf 1970 was hij ook docent muziekanalyse en compositie aan het National Conservatorium in Mexico City.

In 1982 gaf hij Pauta uit, één van de belangrijkste muziektijdschriften in Latijns Amerika. Hij bleef daar de hoofdredacteur van.

Mario Lavista componeerde

     1 opera

     1 ballet

     1 poppentheaterwerk

     6 theatermuziekwerken

     10 orkestwerken

     44 kamermuziekwerken

- Ofrenda, 1986, voor tenorblokfluit, gecomponeerd in Japan, nadat hij bericht had gekregen van de dood van een goede vriend.

     3 koorwerken

     6 series werken voor zangstem(men) en piano of orkest

     13 pianowerken

     1 orgelwerk

     3 elektroakoestische werken

     8 filmscores.

 

Adriaan Valk (*Koog aan de Zaan, 10 juli 1943) ging op zijn 16e altsaxofoon spelen bij Harmonie Apollo te Zaandijk. Vanf 1963 studeerde Adriaan Valk saxofoon aan het Conservatorium in Amsterdam. Al tijdens zijn studie speelde Adriaan Valk in het Koninklijk Concertgebouw Orkest. Dit deed hij tot 1974. In 1975 werd Adriaan Valk benoemd als hoofdvakleraar saxofoon aan het Conservatorium in Zwolle, vanaf 1980 aan het Conservatorium te Arnhem. Tot 2002 heeft Valk aan beide conservatoria deze functies bekleed.

In de roerige jaren '70 kwam Adriaan Valk in contact met acteur Henk van Ulsen. De samenwerking met Henk van Ulsen leidde tot optredens als 'Job op Schokland', 'Prediker', en 'De sonnetten van Shakespeare'. In deze theatervoorstellingen bracht Valk indrukwekkend zijn saxofoon composities ten gehore.

Adriaan Valk heeft zich altijd graag verbonden met mensen die werkzaam zijn in andere kunstdisciplines. Hij heeft samengewerkt met mime-spelers, dansers, acteurs, Afrikaanse masterdrummers en filmmakers.

Adriaan Valk is getrouwd met Marianne Bakker en heeft vijf kinderen en vijf kleinkinderen.

Adriaan Valk componeerde

     4 (series) werken voor saxofoon solo

- 'Sept pièces pour Saxophone', voor altsaxofoon solo.

     4 saxofoonkwartetten

- Perspectief

     2 saxofoonduetten

     4 (series) kamermuziekwerken voor andere instrumenten

- Vijf Kinderstukken, voor strijkkwartet en altsaxofoon, opgedragen aan zijn kinderen Sanne, Jornmerij, Jorinde, Roosmarlijn  en Floriaan

     1 filmscore

- Op weg naar de hemel, AVRO TV

 

Daniel Börtz (*Osby, Zweden 8 augustus 1943) kreeg zijn eerste muzikale opleiding van Hilding Rosenberg, een neef van zijn vader. Daniel Börtz studeerde aan de Muziekhogeschool van Stockholm bij Karl-Birger Blomdahl (1962-1965) en Ingvar Lidholm (1965-1968). Daarnaast studeerde hij viool en elektronische muziek. Na zijn opleiding ging hij les geven aan de Muziekhogeschool van Stockholm. Van 1998 tot 2003 was Daniel Börtz directeur van de Koninklijke Muziekacademie.

Daniel Börtz componeerde

     12 symfonieën

     24 andere orkestwerken

- Voces, 1968

- blokfluitconcert En gycklares berättelser (Het verhaal van een clown)

- Pipor och klockor (Pijpen en Klokken), voor blokfluit en orkest

     5 opera’s

     1 operette

     1 oratorium

     2 werken voor solist(en), koor (en orkest

     3 werken voor zangstem of spreekstem en orkest

     1 werken voor zangstem en piano of ander instrument

     11 kamermuziekwerken

     11 (series) koorwerken

- Nemesis divina, 2006 voor koor en blokfluit

     1 werken voor vocaal kwartet

     3 orgelwerken

     3 pianowerken

     15 andere werken voor een solo-instrument

 

Udo Zimmermann (Dresden, 6 oktober 1943) was van 1954 tot 1962 lid van het Dresdner Kreuzchor. Daarna studeerde hij aan de Muziekhogeschool in Dresden directie bij Rudolf Neuhaus, zang en compositie bij Johannes Paul Thilman. In 1968 ging hij studeren bij Günter Kochan aan de Duits Kunstacademie in Berlijn en werkte ondertussen als assistent van muziektheaterdirecteur Walter Felsenstein.

In 1970 werd hij adviseur dramatiek van de Staatstopera in Dresden. In 1978 werd hij benoemd tot compositiedocent aan de Muziekhogeschool in Dresden. In 1986 richtte hij het Dresdens Centrum voor hedendaagse muziek op, een onderzoekscentrum en organisatie voor concerten en festivals. Van 1990 tot 2001 was Udo Zimmermann artistiek directeur van de Opera in Leipzig. Van 1997 tot 2011 had Udo Zimmermann de leiding van de serie musica viva die de Beierse Radio-omroep uitzond.

Udo Zimmermann is drie keer getrouwd. Van 1967 tot 1970 met Kristina Mann, ze kregen een dochter, de actrice Claudia Michelsen, van 1970 tot 2007 met Elżbieta Holtorp, ze kregen de zonen Robert en Tomeo Alexander en tenslotte in 2009 met Saskia Leistner. Ze wonen in Dresden.

Udo Zimmermann componeerde

     7 opera’s

     8 vocale werken, ook met solisten en orkest

     7 orkestwerken

     6 kamermuziekwerken

     4 filmscores

 

Robin Greville Holloway (*Leamington Spa, Engeland, 19 oktober 1943) was van 1953 tot 1957 koorknaap aan de St Paul's Cathedral en werd opgeleid op de King's College School. Daarna studeerde hij op het King’s College in Cambridge compositie bij Alexander Goehr.

In 1974 werd Robin Holloway assistent docent muziek aan de Universiteit van Cambridge en in 1980 lector. In 1999 werd hij daar docent compositie en van 2001 tot zijn pensioen in 2011 professor. Robin Holloway is gepromoveerd op een proefschrift over Claude Debussy en Richard Wagner. Van 1988 tot 2000 had Robin Holloway een muziekcolumn in het tijdschrift The Spectator.

Robin Holloway componeerde

     2 opera’s

     16 concerten

     36 andere orkestwerken

     4 werken voor zangstem(men) en orkest

     3 werken voor koor en orkest

     7 werken voor zangstem(men) en ensemble

     24 werken voor koor a capella of met orgel of andere instrumenten

     25 kamermuziekwerken

     12 pianowerken

     5 orgelwerken

     10 werken voor een ander soloinstrument

     19 (series) liederen voor zangstem en piano 

www.robinholloway.info

 

William Brooks (*New York, 17 december 1943) studeerde muziek en wiskunde aan de Wesleyan Universiteit en daarna musicologie bij Charles Hamm en Ben Johnston, compositie bij Kenneth Gaburo, Herbert Brün en John Cage en muziektheorie aan de Universiteit van Illinois. Hij doceerde zelf aan de Universiteit van Illinois van 1969 tot 10t 1973 en aan de Universiteit van Californië in Santa Cruz van 1973 tot 1977. Daarna gaf hij cursussen en lezingen aan allerlei instellingen. In 1987 kwam hij als docent compositie en muziektheorie aan de Universiteit van Illinois terug. Als musicoloog heeft hij veel gepubliceerd over Amerikaanse muziek. Hij werkte ook mee aan de The New Grove Dictionary of American Music.

William Brooks componeerde

     3 theatermuziekwerken

- Metamorphoses, op teksten van Ovidius, voor bariton, sopraan, omgevingsgeluid en videoprojectie.

     1 orkestwerk

     9 kamermuziekwerken

     4 werken voor koor of meerdere solostemmen

- Six Mediaeval Lyrics, 2011, voor vrouwenstemmen

6. Vale, dulcis amice (vaarwel, lieve  vriend), mooi afscheid

     65 liederen voor zangstem en piano of instrumenten

- A Wake of Music, vier liederen voor sopraan, klarinet, cello en piano, 2011

 

Michael Vetter (*Oberstdorf, regio Allgäu, Duitsland, 18 september 1943 – 7 december 2013) was de zoon van Hans Joachim Vetter, van1958 tot 1976 direkteur van de Westfaalse Muziekschool en daarna dekaan van de muziekhogeschool Münster. Michael Vetter studeerde filosofie en theologie, terwijl hij zich ondertussen ontwikkelde tot een experimentele blokfluitist, die allerlei componisten aanzette tot het schrijven van interessante blokfluitwerken.

In 1973 vertrok hij naar Japan, waar hij tien jaar leefde als Zen monnik. Hij legde zich vanaf die tijd meer en meer op boventoongezang toe. In 1978 werd zijn dochter Sophie-Mayuko geboren, die een belangrijke pianiste zou worden.

In 1983 kwam Michael Vetter in Duitsland terug. In Todtmoos-Rütte stichtte hij het Centrum voor meditatieve communicatie en communitatieve meditatie.

In 1993 verhuisde hij zijn “school voor de kunst van leven” onder de naam Accademia Capraia naar Seggiano/Grosseto in Italië.

Michael Vetter schreef

     Il flauto dolce ed acerbo, 1969, een handleiding voor spelers van moderne blokfluitmuziek

     Een blokfluitschool in 10 delen; Die Wiener Blockflötenschule, 1976 met 120 composities van hemzelf

Daarnaast componeerde hij

     15 uiteenlopende werken

- Figurationen III, 1964, voor blokfluit en elektronica

- Recitatieve,  1967, voor willekeurig instrument en elektronica

- Felder II, kinderproject, voor een willekeurig aantal spelers met willekeurige instrumenten, 1967

www.vetter-transverbal.de

 

Faradsch (Faradzh, Farai) Garayev (Karaev) (Baku, Azerbeidjan,19 december 1943) is de zoon van componist Gara Garayev, In 1966 studeerde hij in compositie af aan het Staatsconservatorium Azerbeidzjan, waar hij van zijn vader les had gehad.

Van 1966 tot 2003 doceerde hij zelf compositie, instrumentatie en contrapunt aan het Staatsconservatorium Azerbeidzjan. In 1991 werd hij professor muziektheorie aan het Staatsconservatorium van Moskou. Hij woonde vanaf die tijd wisselend in Baku en in Moskou. Vanaf 2003 is hij professor compositie aan het Staatsconservatorium in Kazan in Rusland.

Faradsch Garayev componeerde

     1 opera

     2 theatermuziekwerken

     2 ballet

     14 (series) orkestwerken

     31 (series) kamermuziekwerken

     1 koorwerk met instrumenten/

     1 koorwerk a capella/

     3 werken voor zangstem en instrument(en)

     5 pianowerken

- ”Monsieur Bee Line-eccentric”, 1997, blues

     4 andere werken voor een solo-instrument

     8 arrangementen

www.karaev.net

 

Margriet Ehlen (*Heerlen, 28 september 1943) studeerde aan het Conservatoria in Maastricht en Amsterdam compositie bij Gerard Kockelmans, Willem de Vries Robbé en Robert Heppener, piano bij Bart Berman en Kees Steinroth. Koordirectie studeerde Margriet Ehlen bij Jan Eelkema aan de Kurt Thomasschule in Rotterdam.

Margriet Ehlen gaf les aan pedagogische academies in Rotterdam, Maastricht en Sittard.

Margriet Ehlen schreef ook poëzie en kreeg daar verschillende prijzen voor.

Margriet Ehlen componeerde

     2 werken voor zangstem, koor en instrumenten

     8 werken voor zang-  of spreekstem en piano

     10 werken voor zang-  of spreekstem en instrumenten

     7 koorwerken

     2 werken voor zangstem solo

     7 werken vooreen instrument solo

 

Hugues Dufourt (*Lyon, Frankrijk, 29 september 1943) studeerde piano bij Louis Hiltbrand en compositie bij Jacques Guyonnet aan het conservatorium in Genève.

Hugues Dufourt componeerde

     18 werken voor orkest of ensemble

     8 concertante werken

     11 kamermuziekwerken

     2 koorwerken

     2 werken voor zangers en instrumenten

     1 werk voor zangstem en piano

     7 pianowerken

     4 andere solowerken voor één instrument

- These livid flames, voor orgel, 2014

     1 werk met electronica

 

Rafaël d'Haene (*Gullegem, België, 29 september 1943) studeerde tussen 1962 en 1967 aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel piano bij E. del Pueyo, harmonieleer bij J. Louël, contrapunt bij Victor Legley en M. Quinet. Aan de Ecole Normale de Musique in Paris studeerde hij bij Henri Dutilleux en tenslotte studeerde Rafaël d'Haene nog 3 jaar compositie bij Victor Legley aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth.

Sinds 1970 is Rafaël D'Haene leraar harmonie, contrapunt en compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Hij doceert sinds 1985 ook muziekanalyse en compositie aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth.

Rafaël d'Haene componeerde in elk geval

     7 orkestwerken

- Waar Coenraets is Turner voor twee violen en strijkers

     1 koorwerk

     2 (series) werken voor zangstem en orkest

     3 (series) liederen

     5 kamermuziekwerken

     2 (series) pianowerken

 

Geert van Keulen (*Amsterdam, 11 oktober 1943) studeerde klarinet en basklarinet aan het Amsterdamse Muzieklyceum, compositie bij Robert Heppener, instrumentatie bij Hans Henkemans en orkestdirectie bij Anton Kersjes en David Zinman.

Hij werkte sinds 1966 als basklarinettist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Vanaf 1966 tot einde 1988 was hij lid van het Nederlands Blazers Ensemble. Ook als dirigent en organisator is hij actief, en hij was van 1978 tot 1995 als docent compositie en instrumentatie verbonden aan het conservatorium van Amsterdam.

Geert van Keulen componeerde

     15 orkestwerken

     6 werken voor harmonie-orkest

     1 opera

     1 werk voor koor en orkest

     6 werken of series werken voor zangstem(men) en orkest of instrumenten

- Vijf Enquist-liederen voor sopraan en strijkkwartet - tekst: Anna Enquist, 1999, een soort “Kindertotenlieder” van Mahler

     11 kamermuziekwerken

 

Joni Mitchell (*Fort Macleod Alberta, Canada, 7 november 1943) werd geboren als Roberta Joan Anderson .

Vanaf haar zevende kreeg ze pianoles en toen zij op haar negende als gevolg van polio in het ziekenhuis lag, begon ze te zingen voor haar medepatiënten. Ze leerde zichzelf gitaar en ukelele spelen.

Joni Anderson trouwde in 1965 met folkzanger Chuck Mitchell, met wie ze verhuisde naar de VS. Na de scheiding bleef ze de achternaam Mitchell houden.

Joni Mitchell is met haar teksten over emotionele ervaringen en maatschappijkritiek een van de invloedrijkste vrouwelijke artiesten van de twintigste eeuw.

In 1981 werd ze door premier Pierre Trudeau ingehuldigd in de Canadese Juno Hall Of Fame.

In 2002 vertelde ze aan het Amerikaanse muziekmagazine Rolling Stone dat ze mogelijk nooit meer iets zou opnemen. Daarna kwamen er toch nog 3 CD's. Joni Mitchell schildert ook verdienstelijk.

 

Joni Mitchell schreef

     188 songs. Ze werden 4170 gecoverd door 3210 verschillende artiesten.

- The Other Side, 1967

- Rainy Night House, 1970, op haar derde album, "Ladys of the Canyon"

http://jonimitchell.com

 

Alexander Aronovich Knaifel (ook Knajfel, Knayfel, of Kneifel) (*Tashkent, Uzbekistan, 28 november 1943), van Russisch Joodse afkomst, studeerde cello bij Mstislav Rostropovich aan het conservatorium Moskou van 1961 tot 1963, en daarna compositie bij Boris Arapov in Leningrad van 1964 tot 1967.

Alexander Knaifel componeerde onder meer

     3 operas

- The Ghost of Canterville, 1966, geïnspireerd op een verhaal van Oscar Wilde. Twee rollen: De Geest, die op allerlei manieren rondspookt in een huis nadat hij zijn vrouw vermoord heeft en door haar familieleden uitgehongerd is en Virginia, de dochter van een Amerikaanse familie die in het huis is komen wonen. Virginia zorgt ervoor dat de geest de rust krijgt waa hij al tijden naar verlangt. Fantastische virtuoze partituur. Sublieme solo voor orgel.

- Alice in Wonderland, fascinerend werk

     7 werken voor orkest

     12 werken voor instrumentale ensembles

- Nika, 72 fragmenten naar  Heraclitus en Dante (1973-1974), voor 17 contrabassen

- Agnus Dei, 1985, voor vier instrumentalisten die elk verschillende instrumenten spelen waaronder keyboards, percussion, electronics, saxophoons en contrabas, duurt 120 minuten precies.

- E. F. and three visiting cards of the poet, 2008, voor viool, altviool en cello;

     8 werken voor gemengd koor

     2 werken vrouwen- of kinderkoor

     2 meerkorige werken

     3 werken voor koor met orkest of instrumenten

     4 werken voor solostem

     6 werken voor stem en piano

     7 werken voor stem(men) en orkest of instrumenten

     3 werken voor cello solo

     1 werk voor cellokoor

     1 werk voor 2 cello’s

     20 werken voor piano solo

     5 werken voor piano en andere instrumenten

     4 werken voor percussie

- Solaris (1980) voor 35 Javanese gongs.

     3 werken voor jazz- of rockband

     6 werken voor solo-instrument

     9 werken voor solist (en Koor) en orkest

     40 filmscores

http://www.compozitor.spb.ru/eng/collected_works_eng/knaifel_eng

 

Randall Stuart (Randy) Newman (*Los Angeles, Californië, Verenigde Staten, 28 november 1943) komt uit een muzikantenfamilie. Hij is de zoon van internist Irving George Newman (28 november 1913 – 1 februari 1990) en secretaresse Adele "Dixie" Fox, beiden van Joodse afkomst. (30 augustus 1916 – 4 oktober 1988), Zijn ooms Alfred, Lionel en Emil waren filmcomponisten. Zijn vader Irving schreef een song voor Bing Crosby. Randy Newman maakte de University High School in Los Angeles af en studeerde daarna even aan de Universiteit van Californië, maar hield dat na een jaar voor gezien. Hij schreef liever songs en werd op zijn zeventiende jaar al songwriter voor een uitgever in Los Angeles. Toen hij met hulp van zijn vriend Lenny Waronker een platencontract bij Reprise kreeg richtte hij zich op een carrière als singer/songwriter.

In 1967 trouwde Randy Newman met de Duitse Roswitha Schmale. Ze hadden drie zoons. In 1985 eindigde het huwelijk in een scheiding. In 1990 hertrouwde Randy Newman met Gretchen Preece, met wie hij twee kinderen heeft.

In 2010 kreeg Randy Newman een ster op de Hollywood Walk of Fame.

Randy Newman maakte

     11 studio–albums

- Dark Matter, 2017

Randy Newman componeerde

     300 songs

- Short people

- Lonely at the top

- You can leave your hat on

- Sail away

- I love L.A.

- I think it's going to rain today

- Mama told me not to come

     31 filmscores, waarvan 7 Disney/Pixarfilms. Hij kreeg 20 Oscarnominaties

- A Bug's Life, Disney/Pixar, 1998

- Monsters, Inc, Disney/Pixar, het liedje If I Didn't Have You,  kreeg in 2002 een Oscar voor Beste Filmsong .

- Toy Story 3, Disney/Pixar, We Belong Together kreeg in 2011 een Oscar voor 'Best Original Song' 

http://randynewman.com

 

Ross Edwards (*Sydney, Australië, 23 december 1943) voelde van jongs af de roeping om componist te worden. Hij kreeg zijn opleiding van Peter Sculthorpe (Sydney), Richard Meale, Peter Maxwell Davies en Sandor Veress in Adelaide. Hij promoveerde aan de Universiteit van Sydney. Na zijn opleiding vertrok hij naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij zich niet helemaal thuis voelde Hij keerde daarom al snel weer terug en ging les geven aan de Universiteit van Sydney. Ross Edwards woont in Sydney en heeft een eigen studio bij de Blue Mountains (Australië). Hij is getrouwd en heeft twee volwassen kinderen.

Ross Edwards componeerde

     1 opera

     2 balletten/dansmuziekwerken

     1 muziektheaterwerk

     5 symfonieën

     12 concerten

- Arafura Dances, concerto voor gitaar en strijkorkest,

     58 andere orkestwerken

     32 kamermuziekwerken

     vocale werken

     7 koorwerken a cappella

     5 koorwerken voor ko(o)(ren) en instrumenten of orkest

     7 filmscores

     11 (series) pianowerken

     1 orgelwerk

     12 werken voor een ander soloinstrument

 

Christopher Brown (*Groot-Brittannië, 1943) werd geboren in een gezin waar de “gentle art of singing” een belangrijke rol speelde. Hij werd op zijn 9de koorknaap aan de Westminster Abbey en ging naar de Dean Close School in Cheltenham, en in 1962 naar het King’s College in Cambridge. Van 1965 tot 1967 studeerde hij aan de Royal Academy of Music bij Lennox Berkeley en daarna een jaar in Berlijn bij Boris Blacher.

Christopher Brown doceerde 40 jaar aan de Royal Academy of Music en houdt op het moment (2011) nog toezicht op het compositieonderwijs aan de Universiteit van Cambridge.

Hij heeft zijn eigen muziekuitgeverij: Musography

Christopher Brown componeerde

     5 opera’s

     8 orkestwerken

     34 werken voor koor, solisten, koor en orkest of ensemble

     16 werken voor koor a capella

- Elegy “Fear no more the heat o’the sun”, opus 14, 1967, voor zesstemmig gemengd koor, op tekst van William Shakespeare en Robert Herrick     

     34 kamermuziekwerken

     13 (series) liederen voor zangstem(men) en instrument(en)

     4 pianowerken

     3 orgelwerken

     54 arrangementen 

http://www.musography.co.uk

Andries Clement (*Eindhoven, 1943) studeerde na zijn gymnasiumopleiding koordirectie aan het conservatorium in Amsterdam en Muziekwetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.
in 1975 werd Andries Clement directeur van het Brabants Conservatorium. Vanaf 1991 was hij directeur van de Fontys Faculteit der Kunsten te Tilburg.

Als dirigent is hij in de loop der jaren aan vele Nederlandse ensembles verbonden geweest. Voor zijn vele verdiensten op cultureel gebied wer d op 13 maart 1994 aan Andries Clement de provinciale onderscheiding “Hertog Jan” toegekend. Op 13 december 1998 nam Andries Clement afscheid als dirigent van het Eindhovens Kamerkoor. Bij deze gelegenheid werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Andries Clement componeerde

     24 (series) koorwerken

- Etty Hillesum. Thoughts, prayers and inspirations op in het Engels vertaalde dagboekteksten van Etty Hillesum, 2012

www.andriesclement.nl

 

Marta Ptaszyńska (*Warschau, Polen, 1943) studeerde aan de in Warschau compositie bij Tadeusz Paciorkiewicz en aan de Staatsmuziekhogeschool bij Mikolaj Stasiniewicz en Jerzy Zgodzinski. Daarnaast studeerde Marta Ptaszyńska privé bij Witold Lutosławski. In 1968 studeerde ze als master af in compositie, muziektheorie en slagwerk. Met een beurs van de Franse regering studeerde ze daarna twee jaar bij Nadia Boulanger en Olivier Messiaen en ook nog elektronische muziek aan het ORTF-centrum in Parijs. Haar kunsten als slagwerker volmaakte ze aan het Cleveland Institute of Music, waar ze in 1974 een diploma kreeg. Vanaf 1970 doceerde Marta Ptaszyńska in Warschau, later aan allerlei muziekinstellingen in de Verenigde Staten. Vanaf 2005 doceert Marta Ptaszyńska compositie aan de Universiteit van Chicago.

Marta Ptaszyńska componeerde

     5 opera’s

     19 orkestwerken

     13 werken voor zangstem(men) en/of koor en orkest of instrumenten

     12 (series) kamermuziekwerken voor 3 of meer instrumenten

- The last walz in Vienna voor drie accordeons, 2011

     12 (series) duetten

     16 werken voor een solo-instrument 

     12 uiteenlopende werken voor kinderen

www.martaptaszynska.com