Componisten

vanaf 1944

 

Péter Eötvös (*Székely-Udvarhely, Roemenië, 2 januari 1944) kreeg zijn opleiding aan de Ferenc Liszt-Akademie voor muziek in Boedapest en aan de Hochschule für Musik te Keulen; verbleef vanaf 1971 in (West) Duitsland. Eötvös was muzikaal directeur van het Ensemble InterContemporain in Parijs als opvolger van Pierre Boulez. Hij maakte van 1968 tot 1976 ook soms deel uit van het Stockhausen Ensemble.

Van 1992-1998 gaf Péter Eötvös les aan de Hogeschool in Karlsruhe; sinds 1998 is hij professor aan de Muziekhogeschool van Keulen. Péter Eötvös is als dirigent verbonden aan het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum.

Péter Eötvös componeerde

     9 opera’s

- Tri Sestri (Drie zusters), 1997, gebaseerd op Tsechovs' "Drie zusters", voor uitsluitend mannenstemmen. De drie zusters worden alle drie gezongen door een countertenor.

     4 koorwerken

     21 orkestwerken

- Seven, in memoriam voor de Astronauten in Columbia, verongelukt met een Space Shuttle, voor viool en orkest, 2006, een briljante vermenging van modernisme en post-modernisme.

- Cello Concerto Grosso, 2011

- DoReMi, vioolconcert nr. 2, 2012, gecomponeerd voor violiste Midoro Gotō.

- Speaking drums,  2013, vier gedichten voor slagwerk en orkest, abstracte harmonieleer

     9 ensemblewerken

     18 kamermuziekwerken

- Derwischtanz (1993/2001) voor klarinetsolo of voor 3 klarinetten

     4 elektronische muziekwerken

     33 fimscores

www.eotvospeter.com

 

John Tavener (Londen, 28 januari 1944 - Dorset, 12 november 2013) volgde de Highgate School in Londen, waar componist John Rutter zijn medeleerling was. Tavener studeerde muziek aan het Royal College of Music. Hij kreeg daar onder andere les van Lennox Berkeley. In 1968 verkreeg hij voor het eerst bekendheid door zijn compositie The Whale naar het Bijbelboek Jona.

In 1977 trad Tavener toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. Deze keuze ging zijn muziek sterk beďnvloeden.

Een van zijn bekendste composities is The Lamb (1985), op een tekst van William Blake, dat vaak als een kerstlied wordt gezongen. Verder is Song for Athene uit 1993 bekend geworden door de uitvoering bij de begrafenis van Lady Diana in 1997. In 2000 werd Tavener in de adelstand verheven, hij mocht zich Sir laten noemen.

Later ging Tavener zich interesseren voor de islam en het boeddhisme. Uit deze periode valt het kolossale werk The Veil of the Temple (2002) op, geschreven voor verschillende koren en orkesten en een uitvoeringsduur van liefst zeven uur.

In 2007 werd John Tavener getroffen door een hartaanval. Hij overleed in 2013 in zijn huis in Child Okeford, Dorset.

John Tavener componeerde

     13 werken voor ko(o)r(en), zangstem(men) en orkest

- The Whale (De walvis) dramatische cantate, 1966, gebaseerd op het Bijbelverhaal van Jona, voor solisten, verteller, gemengd koor, kinderkoor en orkest

- A New Beginning, voor koor, kinderkoor en orkest, 1999, geschreven voor de laatste minuten van 1999, om het Nieuwe Millenium goed te beginnen. Het is een gebed aan God om zijn eindeloze goedheid te blijven geven in een paradijs dat wij systematisch in een hel hebben veranderd. De uitvoering vond plaats in de Millenium Dome, gebouwd op het Greenwich schiereiland in Londen.

- The Veil of the Temple, 2003; voor sopraan, koor, jongenskoor en ensemble, acht uur durend nachtconcert met magistrale neo-spirituele muziek. 8 cycli van een uur. Uitgevoerd bij het Holland festival 2005 met 400 zangers.

     26 werken voor zangstem(men)  en kamermuziekensemble

- Akhmatova Songs, 1994 voor sopraan, 2 violen, altviool en cello

     23 kamermuziekwerken

- The Protecting Veil voor cello en strijkers, 1988, geďnspireerd door het Russisch-orthodoxe feest van Maria, de moeder van God, als beschermheilige, dat herinnert aan de verschijning van Maria aan Theodokos in de vroege 10de eeuw in de Heilie Maria van Blachernaekerk in Constantinopel. Het werk bestaat uit 8 delen, elk gebaseerd op een icoon uit het leven van de Maagd Maria.

     40 koorwerken voor koor a cappella

- The Lamb, 1985, op tekst William Blake, is een bekend kerstlied geworden. Muzikaal hoogtepunt in de film “La Grande Bellezza” (de schoonheid), regie Paolo Sorrentino, 2013;

- Psalm 121: I Will Lift up Mine Eyes unto the Hills, 1989, voor dubbelkoor.

- "Song for Athene" ("Alleluia. May Flights of Angels Sing Thee to Thy Rest"), 1993, tekst moeder Thekla, een grieksorthodoxe non, voor vierstemmig koor a cappella. John Tavener’s bekendste werk, uitgevoerd door het Westminster Abbey Choir bij de begrafenisdienst van Prinses Diana. Het werk was oorspronkelijk gecomponeerd voor Athene Hariades, een jonge halfgriekse actrice, een familievriendin die was omgekomen bij een fietsongeluk.

- Stella Mattitina voor koor a cappella, 2003, in opdracht van het Nederlands Kamerkoor

- The Beautiful Names, 2003, geďnspireerd door de 99 Schone Namen van Allah die binnen de islam worden gebruikt, John Tavener beschouwde het zelf als één van zijn belangrijkste werken.

- Adieu Roger “Take Him, Earth, For Cherishing”, 2008, voor gemengd koor en echokoor, ter herinnering aan zijn broer Roger

     11 werken voor zangstem(men) en koor en/of orgel

     3 werken voor zangstem

     13 werken voor zangstem(men) en begeleidingsinstrument

- Ahkmatova songs, 1993, 6 gedichten van de Russische dichteres Anna Ahkmatova voor sopraan en cello

     1 orkestwerk

- The Repentant Thief, voor klarinet, strijkers en slagwerk, 1991

     3 werken voor piano solo

     1 werk voor piano vierhandig

     1 werken voor orgel solo

     1 werk voor fluit

http://johntavener.com

 

Karl Jenkins (*Penclawdd, Wales, 17 februari 1944) is de zoon van een organist en dirigent en kreeg een brede muzikale opvoeding, waarbij hij hobo, saxofoon en toetsinstumenten leerde bespelen. Karl Jenkins werd de hoboďst van het National Children's Orchestra, waarna hij muziek ging studeren aan de universiteit van Cardiff en de Royal Academy of Music in Londen.

Karl  Jenkins  werd bekend als jazz- en rockmuzikant op bariton- en sopraansaxofoon, verschillende toetsinstrumenten en de hobo. Hij was medeoprichter van Nucleus, een baanbrekende jazzband die in 1970 de eerste prijs kreeg op het Montreux Jazz Festival. Tussen 1972 en 1984 speelde Jenkins toetsen en riet in de band Soft Machine, een succesvolle popgroep.

Eén van zijn bekendste composities is het klassieke thema "Allegretto from Palladio" dat hij schreef voor een reclamecampagne van De Beers, een groot diamantbedrijf. Dit thema werd in 1996 de titeltrack van Jenkins'  Diamond Music-project. Tegenwoordig is Karl Jenkins samen met zijn zoon, Jody K Jenkins actief in de reclame. Zij schreven de muziek voor een McDonalds- en een BMW-reclame.

In 1995 begon Karl Jenkins aan zijn crossover-project Adiemus: Songs of sanctuary. Dit project is gebaseerd op klassieke muziek met invloeden van jazz, klezmer en de azan, de muzikale oproep tot gebed binnen de Islam. Binnen dat project zijn zeven albums verschenen, waarvan de laatste in 2003. In 2005 werd Karl Jenkins benoemd tot Officier en in 2010 tot Commandeur in de Orde van het Britse Rijk. In 2015 werd hij verheven tot in de adelstand (ridder - Sir Karl Jenkins).

Karl Jenkins  componeerde

     1 opera

     4 orkestwerken

     3 werken  voor strijkorkest

     7 concerten

     12 werken voor harmonie-orkest of brassband

     31 (series) werken voor koor en orkest

- The Armed Man: A Mass for Peace ("een mis voor vrede"), 1999, voor koor orkest, mezzosopraan en imam; opgedragen aan de slachtoffers van de Kosovo-oorlog. Karl Jenkins maakte gebruik van elementen uit d klassieke, katholieke mis, maar ook van elementen uit verre culturen.

- In These Stones, Horizons Sing, 2004 voor koor en orkest, gecomponeerd ter gelegendheid van de opening van Wales Millennium Centre; tekst in Engels en Welsh, geschreven door Menna Elfyn Grahame Davies, en Gwyneth Lewis.

- Requiem, 2004, voor koor en orkest  Prachtig werk, mysterieus en melodieus, verschillende stijlen komen samen. De teksten volgen het klassieke Latijnse requiem, maar Karl Jenkins voegde ook Japanse haiku's toe. Het Dies Irae is indrukwekkende opzwepende muziek, waarin klassieke muziekvormen worden gemengd met een hiphopbeat

- Stabat Mater - Cantus lacrimosus, 2007

- The Peacemakers, 2011, voor koor en groot ensemble, op teksten van Percy Bysshe Shelley, Gandhi, The Dalai Lama, Terry Waite, Mother Teresa, Albert Schweitzer, Carol Barratt, Karl Jenkins, St. Francis of Assisi, Sir Thomas Malory, Rumi, Nelson Mandela, Bahá'u'lláh en Anne Frank, opgedragen aan de herinnering aan allen die hun leven lieten in een gewapend conflict. Zeer afwisselend 16-delig werk:

3. Peace Peace, op een gedicht van de Engelse Percy Bysshe Shelley

4. I Offer You Peace, tekst Ghandi, lieflijk met fluitsolo

6. Healing Light: A Celtic Prayer,  volkstekst met trom en fluitmotiefjes

7. Meditation: Peace is... , tekst Terry Waite

13. The Peace Prayer of St Francis of Assisi

16, Dona nobis pacem

     2 kerstmuziekwerken

     107 werken voor koor, a cappella, met piano, of met ensemble

- Healing Light , 2014, motet voor gemengdkoor a cappella

     15 (series) werken voor zangstem en orkest

     5 werken voor zangstem en ensemble

     25 kamermuziekwerken

     4 pianowerken

www.karljenkins.com

 

Lance Eccles (*Australië, 17 maart 1944) is docent Chinees en Koptisch aan de Macquarie Universiteit in Sydney. Hij schreef studies over het Chinese Shanghai-dialect, de Koptische taal van het oude Egypte en de Tetumtaal van Oost-Timor. Daarnaast componeert hij ook nog.

Lance Eccles componeerde

     1 blokfluitnonet

     8 (series) blokfluitkwintetten

- In the Garden, 2014

     18 (series) blokfluitkwartetten

- Waltz but not a waltz, 2014

- Rumpelstiltskin, 2014

- Rowing Across the Lake, 2014

- The Wind, 2014

- Rainforest Waltzes, 2014

- Märchen, 2016

     2 trio’s voor diverse blokfluiten

     2 (series) duetten voor altblokfluiten

     1 werk voor altblokfluit en piano

     1 solowerk voor altblokfluit

- solo for Michaël, 2014

     1 pianowerk

 

John Cameron (*Woodford, Essex, Engeland, 20 maart 1944) studeerde aan de Cambridge Universiteit, waar hij tweede voorzitter was van de Cambridge Footlights comedy club en meespeelde met de plaatselijke jazz scene. Na de afronding van zijn Cambridge studies werkte John Cameron meteen als arrangeur, dirigent, muziekproducer en componist. Hij werkte met de zanger Donovan en de popgroep Hot Chocolate.

John Cameron componeerde (orkestreerde)

     musicals

- Les Misérables (tekst Victor Hugo)

- Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat, (orkestratie Broadway revival), 2007

- Spend, Spend, Spend!

- Zorro de Musical (naar de roman van Isabel Allende), 2008.

     1 mis

- Missa Celtica Cantata

     songs

- "If I Thought You'd Ever Change Your Mind",

- "Sweet Inspiration"

- "Liquid Sunshine"("Paper Habits")

     filmscores

     TVscores

- Jack the Ripper 

- Little House on the Prairie, 2005 

- The Path to 9/11, 2006

www.johncameronmusic.com

 

Michael Nyman (Stratford, Londen, 23 maart 1944) studeerde op King’s College in Londen en vanaf september 1961 aan de Royal Academy of Music bij Alan Bush en Thurston Dart. Hij was in 1968 de eerste die de term minimalisme voor muziek toepaste, in een recensie in The Spectator van The Great Digest van Cornelius Cardew.

Veel van Nymans composities zijn ingespeeld door de Michael Nyman Band,  een groep gevormd in 1976 voor de productie van Carlo Gioldini’s blijspel Il Campiello. De snaarsectie van deze band staat ook bekend als het Nyman Quartet.

Michael Nyman is getrouwd met Aet Nyman en heeft twee dochters: Molly en Martha. Molly is ook componist, Martha werkt voor de BBC.

Michael Nyman componeerde

     7 opera’s

- The Man Who Mistook His Wife for a Hat, kameropera in één bedrijf, libretto Christopher Rawlence, aangepast naar de gelijknamige neurologische studie van Oliver Sacks, 27 oktober 1986. De centrale figuur van de opera, zanger en muziekleraar Dr. P. (bariton). Hij lijdt aan mentale blindheid en heeft muziek nodig al een vitale verbindingslijn om zijn weg te vinden in de chaos. De andere rollen zijn voor de neuroloog (tenor) en de vrouw Mrs. P. (sopraan).

- Letters, Riddles and Writs,

- Noises, Sounds & Sweet Airs,

- Facing Goya,

- Man and Boy: Dada,

- Love Counts

- Sparkie: Cage and Beyond,

     10 balletten

     17 orkestwerken

- In Re Don Giovanni

- Strong on Oaks, Strong on the Causes of Oaks, 1997, vijfdelig orkestwerk gebaseerd op het strijkkwartet nr. 4, de naam is afgeleid van de betekenis van naam van de stad Stevenage, waar het orkestwerk voor het eerst werd uitgevoerd. Het werk is opgedragen aan zijn vriend en collega Simon Jeffes, oprichter van het Penguin Café Orchestra.

- Drowning by Numbers voor kamerorkest, 1998, de viool en altvioolsolo’s kunnen door de concertmeesters worden gespeeld

     23 concerten,

     27 werken voor harmonie- en fanfare-orkesten

     9 werken voor grote ensembles

- Walz in F, 1976

- M-work, 1981, een soort "Philip Glass", maar dan popachtiger;

     4 strijkkwartetten

- strijkkwartet nr. 1, 1985, volksmuziekelementen, robuust, fris en energiek als de lente zelf;

- strijkkwartet nr. 2, 1988, alle vier delen hebben een eigen karakter: onstuimig, wild, bedachtzaam, ondernemend

- strijkkwartet nr. 3, 1990, meer melodische variatie

- strijkkwartet nr. 4, 1995, opgedragen ter heinnering aan Alan Bush, Nyman’s compositieleraar, het werk is basis voor het orkestwerk Strong on Oaks, Strong on the Causes of Oaks

     38 andere kamermuziekwerken

- Yamamoto Perpetuo, 1993 voor viool solo, gebruikt in zijn 4de strijkkwartet (1995) en zijn orkestwerk Strong on Oaks, Strong on the Causes of Oaks (1997)

     22 pianowerken

     8 werken voor koor (en instrumenten)

- Bird Anthem, 1981

     17 werken voor zangstem en instrument(en)

- Bird List Song, 1979

     32 film– en tvscores

- Drowning by Numbers, 1988, regie Peter Greenaway

- The Piano, 1993, regie Jane Campion

- The Diary of Anne Frank, 1995, regie Akinori Nagaok. De song "If" hieruit is talloze malen gearrangeerd voor allerlei bezettingen 

- Gattaca, 1997, regie Andrew Niccol.

www.michaelnyman.com

 

Thomas Koppel (Zweden, vluchtelingenkamp in Örebro, 27 april 1944 – Puerto Rico, 25 februari 2006) was de zoon van componist en pianist Herman David Koppel (1908-1998), van Joodse afstamming, in 1943 voor de nazi’s uit Duitsland gevlucht. Thomas werd in een vluchtelingenkamp in Zweden geboren en verhuisde met het gezin daarna naar Denemarken. Vader Herman David werd daar pianodocent aan de Koninklijke Deense Muziekacademie en Thomas ging daar bij zijn vader studeren.

Thomas Koppel richtte de experimentele rockgroep Savage Rose op, met zijn broer Anders en zijn zus Lone. In 1968 werden er vier leden aan de groep toegevoegd, waaronder de zangeres Annisette Hansen, waar Thomas Koppel een relatie mee begon en later mee trouwde.

Thomas Koppel overleed onverwacht aan een hartstilstand tijdens vakantie in Zuid-Amerika. Hij is begraven op de Assistens begraafplaats in Kopenhagen.

Thomas Koppel componeerde in elk geval

     1 opera

- De geschiedenis van een moeder, 1962, gebaseerd op een verhaal van Hans Christiaan Andersen

     11 ballet– en theaterwerken

- Dřdens Triumf (Overwinning van de Dood), 1971, moest naakt gedanst worden

     12 orkestwerken

- Visiones Fugitives voor piano en orkest

- Moonchilds Dream,  voor blokfluit en orkest, geschreven voor Michala Petri

     1 cantate

     5 kamermuziekwerken

     9 filmscores

     2 televisie en radioscores

 

Frank Boudewijn de Groot (Batavia, Indonesië, 20 mei 1944) werd geboren in een Japans interneringskamp in Batavia (tegenwoordig Jakarta), voormalig Nederlands-Indië. Zijn moeder Fee Saueressig overleed in juni 1945 in het Japanse interneringskamp Tjideng. Na de oorlog keerde het gezin in 1946 terug naar Nederland, waar de kinderen, Boudewijn, zijn broer Roland en zijn zus Marijke, in verschillende gezinnen werden ondergebracht, zijn vader keerde terug naar Indië. Boudewijn De Groot kwan terecht in het gezin van een tante in Haarlem.

In 1951 kwan Boudewijn De Groots vader voorgoed terug uit Indië, waarna hij hertrouwde en zich in 1952 met het herenigde gezin vestigde zich in de César Francklaan te Heemstede. In dezelfde straat woonde Lennaert Nijgh, die vriendschap sloot met Boudewijn De Groots jongere stiefbroer Dirk.

Na de lagere school ging Boudewijn De Groot naar de HBS op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Na hun HBS-tijd gingen Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh beiden studeren aan de filmacademie. De filmsamenwerking tussen beiden leidde ertoe dat Lennaert Nijgh teksten ging schrijven voor nummers die Boudewijn De Groot componeerde.

Op 9 september 1964 trouwde Boudewijn De Groot met Anneke Versteeg en op 27 december werd zijn eerste zoon geboren, Marcel de Groot. In 1969 overleed Boudewijns vader.

Zijn tweede langspeelplaat Voor de overlevenden, 1966, kreeg een gouden en een platina plaat toegewezen en werd bekroond met een Edison.

Het carnavaleske Het Land van Maas en Waal werd in 1967 Boudewijn De Groots enige nummer 1-hit. Nieuwe nummers leidden al of niet tot nieuw succes, maar op een gegeven moment was Boudewijn De Groot zo ontevreden over het steeds maar met een gitaar rondtoeren door het land, dat hij zich terugtrok in een oude boerderij in Dwingeloo.

Na een korte periode achter de productietafel, nam Boudewijn De Groot weer contact op met Leannaert Nijgh en werd een nieuwe plaat geproduceerd Hoe sterk is de eenzame fietser.

Na de succesvolle comeback bleef Boudewijn De Groot bezig voor zichzelf en vele anderen.

In 1991 ging hij een nieuwe muzikale uitdaging aan, toen hij gevraagd werd om de rol van Anton Tsjechov op zich te nemen in de musical Tsjechov van Robert Long en Dimitri Frenkel Frank.

In 1993 had De Groot in het huis van Lennaert Nijgh een ontmoeting met diens ex-vrouw Anja Bak. Ze trouwden in 1995.

In 1998 werd Boudewijn De Groot beloond met een Edison voor zijn totale oeuvre en in 1999 werd hij, samen met Lennaert Nijgh, benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Boudewijn de Groots' zoon Jim de Groot is ook zanger en acteur. Op het moment (2016) werkt Boudewijn de Groot samen en treedt hij op met Henry Vrienten en George Kooymans.

Boudewijn de Groot maakte

     12 studio-albums

- Boudewijn de Groot, begin 1966, het eerste album van Boudewijn de Groot,

nr. 6 Welterusten, meneer de president, tekst Lennaert Nijgh, een aanklacht tegen de oorlog in Vietnam, in het bijzonder tegen de Amrikaanse president Lyndon B. Johnson. Een iconisch protestlied in polderland

nr. 7 Een meisje van zestien, tekst Charles Aznavour, vertaald door Lennaert Nijgh, Boudewijns eerste hit.

Bij een heruitgave is al extra ondermeer opgenomen

Strand, Boudewijn de Groots eerste single uit 1964, tekst van hemzelf samen met Lennaert Nijgh

- Voor de overlevenden, 1966, het tweede album van Boudewijn de Groot, alle teksten  Lennaert Nijgh. Het album werd bekroond met een platina plaat en een Edison. 

nr. 10 Verdronken Vlinder

- Als de rook om je hoofd is verdwenen, 1968, single, tekst Boudewijn de Groot en Bert Paige

- Apocalyps, 1970

nr. A5. Noordzee, tekst Lennaert Nijgh

- Waar ik woon en wie ik ben, 1975

nr. 4 Moeder

- Andere Tour, 2002, was alleen tijdens concerten verkrijgbaar.

- Het eiland in de verte,  2004, 8 teksten van Lennaert Nijgh uir zijn nalatenschap, 8 teksten van anderen

nr. 12 De vondeling van Ameland, tekst Freek de Jonge 

-  Lage landen, 2008, eigen teksten

nr. 2 Achter de hemelpoort, een lang reisverhaal naar God, die een oud echtpaar blijkt te zijn.

 - Achter glas, 2013, over het verleden: foto's achter glas

nr. 6 Schemering  

nr. 14 Pietŕ, Naar aanleiding van een World Press Photo 

     tientallen nummers voor anderen

www.boudewijndegroot.nl

www.boudewijndegrootthuispagina.nl

 

Marvin Hamlisch (Manhattan, New York City, Verenigde Staten, 2 juni 1944 – Los Angeles, 6 augustus 2012) was de zoon van de in Wenen geboren Joodse Max Hamlisch en Lilly Schachter. Marvin Hamlisch was een wonderkind, dat op vijfjarige leeftijd op de piano al alles naspeelde dat hij op de radio hoorde. Vanaf zijn zevende jaar studeerde hij op de Juilliard School (Pre-College Division). Zijn eerste baan was repetitor voor Funny Girl met Barbra Streisand. In 1967 studeerde hij af op het Queens College en in 1968 schreef hij zijn eerste filmscore voor “The Swimmer”.

In 1975 ontwikkelde Marvin Hamlisch zich een relatie met zangeres Carole Bayer Sager. De relatie eindigde in 1980, de goede samenwerking bleef. In May 1989, trouwde Marvin Hamlisch met Terre Blair uit Columbus, Ohio, een weer- en nieuwspresentratrice van de Televisie omroep ABC.

Van 1995 tot zijn dood was Marvin Hamlisch dirigent van de Pittsburgh Pops.

Marvin Hamlisch had al vroeg nierproblemen, waaraan hij, ondanks een niertransplantatie op 68-jarige leeftijd overleed. Marvin Hamlisch was de enige Amerikaanse componist en arrangeur, naast Richard Rodgers, die zowel een Emmy, een Grammy, een Oscar, een Tony als een Pulitzer Prize heeft gewonnen.

Marvin Hamlisch componeerde

     8 musicals

- A Chorus Line, 1975, Pulitzer Prize en Tony Award, in 1985 verfilmd door Richard Attenborough.

     1 orkestwerk

- Anatomy of Peace, Symfonische Suite in één deel voor orkest, koor, kinderkoor en solisten, 1991

     8 songs

     TV-scores

     45 filmscores

- The Way We Were, 1973. 2 oscars: voor de originele soundtrack en voor het titelnummer

- The Sting, 1973, oscar

- James Bondfilm The Spy Who Loved Me (1977 regie Lewis Gilbert)

- Ordinary People, 1980

- Sophie’s Choice, 1982

- Frankie and Johnny, 1991

- The Informant!, 2009

 

Claude-Michel Schönberg (*Vannes, Frankrijk, 6 juli 1944) had Hongaarse ouders. Hij heeft een carričre als zanger, tekstschrijver en producent van populaire liedjes. Claude-Michel Schönberg is getrouwd geweest met TV-journaliste Béatrice Szabo. In 2003 trouwde Claude-Michel Schönberg met de Britse ballerina Charlotte Talbot. Hij heeft één zoon en twee dochters.

Claude-Michel Schönberg componeerde

     6 musicals

- "La Révolution Française", 1973, een rockopera

- "Les Misérables", 1980, libretto Alain Boublil, naar de roman van Victor Hugo

- "Miss Saigon", 1989, libretto Alain Boublil

- "Martin Guerre", 1995, libretto Alain Boublil

- “The Pirate Queen", 2006

- “Marguerite”, 2008, libretto Alain Boublil

     2 balletten

- Wuthering Heights, 2001

- Cleopatra, 2011

 

Klaas de Vries (*Terneuzen, 15 juli 1944) studeerde 1965 tot 1972 piano, theorie en compositie aan het Rotterdams Conservatorium en daarna compositie bij Otto Ketting in Den Haag en enige tijd bij de Kroatische componist Milko Kelemen in Duitsland.

Klaas de Vries was van 1972 tot 1981 docent muziektheoretische vakken aan het Twents Conservatorium. Vanaf 1979 tot 2009 was hij docent analyse, instrumentatie en compositie aan het Rotterdams Conservatorium.

In de jaren 80 richtte Klaas De Vries samen met mededocent Peter-Jan Wagemans de stichting Unanswered Question op. Deze stichting realiseert uitvoeringen van nieuw werk van de compositieafdelingen van de conservatoria in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht.

Voor zijn compositie Discantus (1982) ontving Klaas de Vries in 1983 de Matthijs Vermeulenprijs. Voor de tweede keer kreeg hij die prijs in 1996 voor het scenisch oratorium A King, Riding.

Klaas de Vries woont samen met zijn vrouw, de sopraan Gerrie de Vries, en zijn twee kinderen in Haarlem.

Uitspraak: "Het hoogste ideaal dat je kunt bereiken is: iets nieuws laten horen dat in feite al lang bekend is."

Klaas de Vries componeerde

     2 opera’s

     2 muziektheaterwerken

- Pa pa pa, Vrouw vrouw vrouw,  muziektheatervoorstelling, gebaseerd op de twee gelijknamig verhalen van de Chinese schrijver Han Shaohong,  6 oktober 2007

- Honderd nachten, honderd jaren, 2013, libretto Gerrie de Vries. Het theaterstuk is geďnspireerd door het Noh-theater, een Japanse theatervorm ontstaan tussen 1100 en 1300 na Christus; het is een mystieke voorstelling over Ono no Komachi, een van de meest prominente vrouwelijke dichters uit de Japanse geschiedenis, een zeer mooie vrouw met veel aanbidders. Het muziektheater gaat over gekmakende liefde, ongenaakbare schoonheid gekoesterde dromen, verloren illusies en het eeuwige mysterie van de tijd en de dood. Het thema van de voorstelling is "ouder worden" of hoe het verstrijken van de tijd de essentie vormt van ons bestaan. Omdat het verstrijken van de tijd ook essentieel is voor muziek leidt dit onontkoombaar tot muziektheater.

     1 oratorium

- A king, riding: scenisch oratorium in drie delen: 1995

     10 orkestwerken

- Providence, geďnspireerd door de gelijknamige film van Alain Resnais, 2012, gecomponeerd voor het Koninklijk Concertgebouworkest

- Tweede pianoconcert, 2013

     10 werken voor groot ensemble

     5 werken voor (solisten), koor en orkest

     17 kamermuziekwerken

- Tombeau de Sweelinck, lamento voor vier blokfluiten en gamba, 2012

- Haiku's, voor spreekstem, hobo, viool, altviool en  cello, 2014

     2 koorwerken a cappella

     4 werken voor zangstem(men) en instrumenten

     4 pianowerken

     1 klavecimbelwerk

     1 werk voor altviool

 

Pablo Ziegler Salzano (*Buenos Aires, Argentinië, 2 september 1944) studeerde aan het Conservatorium in Buenos Aires af als pianoleraar. Daarna studeerde hij piano bij Adrian Moreno en Galia Schaljman en compositie bij Gerardo Gandini en Francisco Kröpflt. Vanaf zijn 14de speelde hij zowel in jazzgroepjes als dat hij optrad als pianosolist. In 1978 werd hij pianist in het Astor Piazolla Quintet. Pablo Ziegler is een leidende vertegenwoordiger van de nuevo tango.

Pablo Ziegler componeerde

     tango’s

     7 filmscores

http://www.pabloziegler.com

 

Willem Breuker (Amsterdam, 4 november 1944 ‒ 23 juli 2010) werd geboren in Amsterdam. Als kind leerde hij klarinet en verschillende saxofoons bespelen. Willem Breuker ontwikkelde een sterke afkeer van muziektheorie en oefenen, en een voorliefde voor spontaniteit. Begin jaren '60 in de jazzwereld beoefende  hij de streng-experimentele free jazz met zijn vijfmanscombo Free Jazz Inc., waar hij echter kort na de oprichting in 1965 weer uitstapte, omdat hij, hoewel ook "links", de medecomboleden te politiek geëngageerd vond; zozeer dat dit hun idee van de muziek zou overschaduwen.

In 1967 richtte Willem Breuker met geestverwanten Misha Mengelberg en Han Bennink de Instant Composers Pool op. Uit een korte samenwerking met Louis Andriessen werd het Orkest de Volharding geboren, waar Willem Breuker in 1974 werd uitgezet: hij was het niet eens met het idioom.

In 1974 richtte hij zijn eigen groep op: het Willem Breuker Kollektief. Hierin kreeg elke musicus een gelijke plaats als solist, en was er steeds ruimte voor eigen zeggenschap over wat er gespeeld werd. Vanaf eind 1976 organiseerde Breuker de Klap op de Vuurpijl, een muziekavond die steeds in de dagen rond Oud en Nieuw georganiseerd werd om het culturele vacuüm in die periode op te vullen. Deze traditie heeft het orkest sindsdien met succes lang volgehouden.

Willem Breuker overleed op 65-jarige leeftijd na een kort ziekbed. Hij was de levenspartner van Olga Zuiderhoek.

Willem Breuker componeerde

     1 opera

- Jona, de Nee-zegger, 2003, opera in twee bedrijven, voor solisten, koor en orkest

     1 muziektheaterspektakel

     muziek bij een toneelstuk van Harry Mulisch

     5 werken voor orkest

- Hoboconcert nr. 1,  1999, geschreven voor hoboďst Han de Vries

- Wuivend riet, hoboconcert nr. 2, 2000, geschreven voor hoboďst Han de Vries, onnavolgbaar, vrolijk swingend.

     1 werk voor strijkorkest

     3 werken voor harmonieorkest

- Thuiskomst. Verhaal: iemand komt thuis na een aantal jaren gevangenisstraf. Hij staat voor zijn huis met zijn huissleutels en denkt: welke was het ook als weer. Heel jazzy delen, bizar stuk

     2 werken voor vocale muziek met orkest

     6 kamermuziekwerken

     2 werken voor piano solo

     4 werken voor draaiorgels

     1 werk voor gamelanensemble

     muziek bij de film Twee vrouwen  van George Sluizer

 

Henk Alkema (Harlingen, 20 november 1944 – Utrecht, 4 augustus 2011) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Léon Orthel; vanaf 1976 bij Willem Frederik Bon; daarna bij Zsolt Deaky en Huub Kerstens.

Tijdens zijn studie was hij als jazzpianist improvisator actief. Talrijke opnames voor de omroep heeft hij op zijn naam staan met zelf samengestelde bezettingen en ook met bekende orkesten. Hij was medeoprichter en componist van de theatergroep Honoloeloe.

In 1978 werd Henk Alkema docent aan de Muziek Pedagogische Akademie in Leeuwarden en vanaf 1983 docent aan het conservatorium in Utrecht. Van 1994 tot 1996 was hij daar waarnemend directeur.

Henk Alkema componeerde

     6 orkestwerken

     17 werken voor harmonie-orkest

     3 opera’s

     7 balletten

     1 toneelmuziekwerk

     1 cantate

     3 (series) liederen voor zangstem en piano

     1 werk voor 3 zangers en instrumenten

     6 werken voor kamermuziek

     1 werk voor marimba en 10 accordeons

     1 werk voor orgel

     1 werk voor beiaard

     12 fimscores

http://web.mac.com/halkema

 

Paul Drayton (Groot-Brittannië, *28 december 1944) kreeg zijn opleiding aan de High Wycombe Royal Grammar School. Hij studeerde muziek aan het Brasenose College Oxford. Afgestudeerd werd hij meteen benoemd tot Muziekdirecteur van de New College School, Oxford. Later gaf hij les aan de Stowe School bij Buckingham.

Hij woont momenteel in Cornwall, en geeft op part-timebasis lessen aan het Truro College

Paul Drayton is Muziekdirecteur van de Duchy Opera.

Paul Drayton componeerde

     2 opera’s

- The Hanging Oak, gebaseer op een verhaal van M.R. James, oktober 2009

     1 service

     10 koorwerken (met piano- of orgelbegeleiding)

- "Masterpiece”, 2005, gecomponeerd voor de King’s Singers

- A Rough Guide to the Royal Succession (It’s just one damn King after another…)

     1 kerstlied

     2 cantates

     1 orgelwerk

 

Kees van Eersel (*Vlaardingen, 1944) kreeg zijn eerste orgellessen begin jaren 1950 van Gijs de Graaf, organist van de Grote kerk te Vlaardingen. Van 1960 – 1971 studeerde hij orgel aan het Rotterdams Conservatorium bij Piet van den Kerkhoff, George Stam en André Verwoerd. Daarnaast studeerde Kees van Eersel koordirectie bij George Stam, zang bij Cees Touwen, viool bij mevr. De Monchy-Kuiper, compositie bij Otto Ketting en piano bij Bart Berman. In 1969 studeerde hij ook nog aan de Schola Cantorum te Parijs bij Jean Langlais en behaalde aldaar de Prix de Virtuosité met de onderscheiding ’Maximum’. In 1974 werd Kees van Eersel benoemd als cantor-organist van de Grote of Maria Magdalenakerk te Goes. Per 1 december 1976 werd Kees van Eersel benoemd als stadsbeiaardier van Zierikzee en in 1980 van Veere. In 1975 en1976 studeerde hij daarbij ook nog kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium bij Klaas Venneker, Maarten Kooij, Jan Welmers en Rom Kalma. En tenslotte studeerde hij in 1977 en 1978 beiaard aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort bij Leen ’t Hart en Peter Bakker. Ondertussen had hij in 1975 de Magdalena-cantorij opgericht.

In 2009 ging Kees van Eersel als cantor-organist van de Grote of Maria Magdalenakerk te Goes en als stadsbeiaardier van Zierikzee met pensioen.

Kees van Eersel componeerde

     4 orkestwerken

     22 werken voor (gemeentezang), koor en orgel (en andere instrumenten)

     4 werken voor koor en piano (en andere instrumenten)

     4 werken voor koor en harp

     18 koorwerken a capella

     9 kamermuziekwerken

     5 (series) liederen voor zangstem(men) en piano

     1 werk voor zangstem, orgel en andere instrumenten

     25 orgelwerken

- Trio, 2016, gecomponeerd voor het 25ste Govert van Wijn Orgelconcours 2017

- Intermezzo, 2016, gecomponeerd voor het 25ste Govert van Wijn Orgelconcours 2017

     3 pianowerken

     7 werken voor beiaard

 

Russell Peck (*Detroit, Verenigde Staten, 25 januari 1945) was de jongste van drie kinderen van Tom Peck en Margaret Carlson. Zijn vader zong in een barbershop kwartet en moedigde Russell Pecks interesse in klassieke muziek aan. Van jongs af aan wilde  Russell Peck componeren, en daartoe leerde hij piano en trombone spelen. Hij studeerde compositie aan de University of Michigan bij Clark Eastham, Leslie Bassett, Ross Lee Finney, Gunther Schuller, en George Rochberg.

Russell Peck componeerde

     4 concerten

- The Glory and the Grandeur, concerto voor drie percussionisten en orkest

- Harmonic Rhythm, concerto voor slagwerk en orkest, 2000

     8  orkestwerken

- Signs of Life IIvoor strijkorkest,

     5 gezins-theaterwerken

- The Thrill of the Orchestra, voor verteller en orkest

     32 kamermuziekwerken

www.russellpeck.com

 

Ole Buck (*Kopenhagen, Denemarken, 1 februari 1945) ging in Kopenhagen naar een jongens koorschool. Vanaf zijn twaalfde jaar studeerde hij piano en was al jong bezig met componeren. Vanaf zijn 20ste werden zijn werken al voor de radio uitgevoerd. Later studeerde hij in Aarhus onder meer bij Per Norgard contrapunt, harmonieleer, instrumentatie, solvčge, piano en slagwerk en compositie bij Nárgaard en Pelle Gudmundsen-Holmgreen.

Ole Buck componeerde

     1 opera

     1 ballet

- Felix Luna, 1971 

     8 orkestwerken

- Punctuations, 1968,

- Pastorals, 1976

- Rivers and Mountains, 1994

     4 werken voor solist en orkest

- Fairies, 1972 voor sopraan en orkest

     9 werken voor groot ensemble

- Flower Ornament Music, 2002, voor kamermuziekensemble

     34 kamermuziekwerken

- Fioriture, 1965 voor fluit en piano

- Buck’s Summertrio, 1968 voor fluit, gitaar en cello

- Microcosm, 1992, strijkkwartet

- Petite Suite, 1993, voor slagwerk, blokfluit en gitaar

     2 koorwerken

     2 werken voor zangstem(men) (en instrumenten)

     4 pianowerken

     5 andere solowerken

 

Bruce Broughton (*Los Angeles, Californie, 8 maart, 1945) heeft een dozijn Emmy Awards gewonnen met zijn composities.

Bruce Broughton is mededirecteur van ASCAP, de Amerikaanse vereniging van componisten, auteurs, en uitgevers, Bruce Broughton is tevens bestuurslid van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences (AMPAS).

Bruce Broughton componeerde

     15 werken voor speciale projecten

     10 concertwerken

     13 harmonie- en fanfarewerken

     24 kamermuziekwerken

     70 film soundtracks

- Homeward Bound: The Incredible Journey,

- Silverado,

- Tombstone,

- Miracle on 34th Street,

- The Boy Who Could Fly,

- The Rescuers Down Under

     11 televisie soundtracks

- Tiny Toon Adventures

     3 video game soundtacks

- Heart of Darkness,

www.brucebroughton.com

 

Eric Patrick Clapton (*Ripley, Surrey, Engeland, 30 maart 1945) werd geboren als zoon van de zestienjarige Patricia Molly Clapton en de 25-jarige Canadese militair Edward Walter Fryer die in Engeland was gelegerd. Fryer keerde nog voor Claptons geboorte terug naar zijn echtgenote in Canada. Eric Clapton werd opgevoed door zijn grootmoeder Rose, en haar echtgenoot Jack Clapp, die stiefvader was van Claptons moeder. Zijn moeder, die doorging voor zijn zus, trouwde met de Canadese militair Frank McDonald, en volgde haar echtgenoot naar Duitsland en later naar Canada.

Toen Eric Clapton eind jaren '50 met de opkomende rock-'n-roll in aanraking kwam, was hij meteen enthousiast. Voor zijn dertiende verjaardag kreeg hij een gitaar, waarmee hij meteen op zoek ging naar de oorsprong van de rock-'n-roll en bij de blues terecht kwam. Omdat hij na één studiejaar bij het Kingston College of Art werd weggestuurd ging hij werken in de bouwsector, samen met zijn grootvader. Vanaf 1963 speelde hij mee in allerlei blues- en blues-rockbands.

Midden 1966 richtte hij met bassist Jack Bruce (1943 - 2014) en drummer Ginger Baker de groep Cream op. Met deze groep vestigde hij definitief zijn reputatie als de nummer één van de rockgitaristen. De band stopte in 1968 vanwege spanningen tijdens de lange concerttours en daaruit volgende ruzies tussen de bandleden.

In 1969 volgde de groep Blind Faith. Een heroďneverslaving zorgde ervoor dat Eric Clapton van de scčne verdween. Na drie jaar kwam hij met hulp van Pete Townshend (The Who) van zijn verslaving af.

Aan einde van de jaren zeventig kreeg Eric Clapton een alcoholverslaving, waardoor hij in 1981 in het ziekenhuis terechtkwam met een maagzweer 'zo groot als een mandarijn'. Ondertussen was hij in 1978 getrouwd met zijn grote liefde Pattie Boyd, ex van George Harrison.

In 1987 werd hij Eric Clapton lid van de Anonieme Alcoholisten, en sindsdien lijkt zijn alcoholverslaving onder controle. Tijdens de opnamen van het album Behind the sun in 1985 leerde hij Yvonne Khan Kelly kennen, met wie hij een verhouding én een kind kreeg: zijn oudste dochter Ruth (1985). Eric Clapton verliet Pattie Boyd, en in 1988 scheidden zij. Clapton had een losse relatie met Italiaans model Lori Del Santo, waaruit in 1986 een zoon, Conor, geboren werd.

Bij een helikopterongeval in augustus 1990 kwamen een aantal crewleden om het leven: gitarist Stevie Ray Vaughan, manager Bobby Brooks, assistent-tourmanager Colin Smythe en bodyguard Nigel Browne. Clapton zelf zat in een andere helikopter omdat hij met Vaughan van plaats gewisseld had om nog een optreden van een andere artiest die avond te zien. Op 20 maart 1991 viel zijn vierjarig zoontje Conor uit een raam op de 53ste verdieping van een wolkenkrabber, waar hij samen met zijn moeder woonde, in Manhattan, New York.

Eric Clapton drukte het vele verdriet dat hij had uit in het nummer "Tears in Heaven" waarmee hij in1992 een Grammy Award won.

In 1997 richtte Eric Clapton op het eiland Antigua het Crossroads Centre op, een internationaal afkickcentrum voor alcohol-, drug- en andere verslavingen.

In januari 2002 trouwde Eric Clapton met Melia McEneryin in dezelfde kerk waar hij elf jaar eerder afscheid had genomen van zijn zoon. Het echtpaar kreeg drie dochters.

Eric Clapton maakte

     44 singles

- Wonderful Tonight, 1978, over zijn liefde voor Pattie Boyd, veelvuldig gearrangeerd tot aan Malletbands toe.

     58 albums

- I still do, 20 mei 2016, 23ste solo-studio-album

 

Antoine Oomen (*Amsterdam, 30 maart 1945) zong in Amsterdam van 1951 tot 1955 als koorknaap in de Jozefkerk. Als jongetje van acht kreeg hij zijn eerste pianolessen van Nico de Zwart, dirigent van het kerkkoor. Van 1955 tot 1958 was hij organist in de Duifkerk en van 1958 tot 1963 in de Chassékerk. Tijdens zijn schooltijd aan het Ignatiuscollege was hij daar ook schoolorganist. Hij kreeg daar les van componist en kerkmusicus Bernard Huijbers (1922 - 2003). Vanaf 1961 was Antoine Oomen organist, pianist, koordirigent en -tot op vandaag- huiscomponist in de Ekklesia Amsterdam.

Tegelijk met zijn gymnasiumopleiding studeerde Antoine Oomen  aan het Amsterdamsch Conservatorium piano bij Johannes Röntgen. Na het eindexamen gymnasium voltooide hij bij Nelly Wagenaar en Jan Odé zijn pianostudies, in 1969 bekroond met de Prix d’Excellence. Hij trad een groot deel van zijn leven als pianist op in binnen- en buitenland, totdat componeren al zijn tijd in beslag begon te nemen. Begin jaren negentig richtte hij het Koor voor nieuwe Nederlandse religieuze muziek op, maakte daarmee 12 cd-opnamen van zijn composities en gaf regelmatig liturgische concerten.

Antoine Oomen behoort samen met Tom Löwenthal en Chris Fictoor als componisten en uitvoerders van kerkmuziek tot de nieuwe generatie kerkmusici van de laatste decennia na Bernard Huijbers, die in hun composities de liturgievernieuwing in de rooms-katholieke Kerk gestalte geven.

Antoine Oomen is getrouwd en heeft twee volwassen dochters.

Antoine Oomen componeerde

     300 liederen op teksten van Huub Oosterhuis

- Licht dat ons aanstoot in de morgen, Het Lied aan het licht, 1978

- De steppe zal bloeien, het Lied van de Opstanding, 1995, in juni 2006 gekozen tot het mooiste Lukaspassie, 1996, voor solistenkwartet en piano

- Om leven dat doorgaat,  een psalmensymfonie, 2005, 12 liederen

- Een mens te zijn op aarde, 2007

- Psalm 119, 2007

- Dat een nieuwe wereld komen zal, 2010

     25 liederen op Nederlandse poëzie

     16 overige  vocale werken

     film– en TVscores 

www.antoineoomen.nl

 

Peter Dennis Blandford ('Pete') Townshend (*Chiswick, Londen, 19 mei 1945) werd geboren in een muzikale familie: zijn vader Cliff was professioneel saxofonist in The Squadronaires en zijn moeder Betty zangeres. Toen Pete Townshend in 1956 de film Rock Around the Clock herhaaldelijk gezien had, groeide zijn interesse in de rockmuziek. Dat jaar kreeg hij met Kerst van zijn grootmoeder zijn eerste gitaar.

In 1961 ging hij naar het Ealing Art College in Londen en vormde een jaar later met zijn oud-klasgenoot van de Acton Grammar School John Entwistle zijn eerste bandje: The Confederates, een Dixielandduo, met Townshend op banjo en Entwistle op de hoorn.

Roger Daltrey, lasser, en tevens leadgitarist bij de skiffle/rock-'n-rollband Detours, haalde John Entwistle op bas en Pete Townshend bij de band. Roger Daltrey was de zanger, Doug Sandom zat achter de drums en Pete Townshend werd leadgitarist. In 1964 veranderden The Detours hun naam in The Who en niet lang daarna verliet Doug Sandom de band omdat hij volgens Pete Townshend niet goed genoeg drumde, waarna Keith Moon geďnstalleerd werd als drummer, wat de originele bezetting van The Who completeerde.

Pete Townshend schreef in de loop der jaren tientallen nummers voor de band: een combinatie van ironische en snuggere songteksten met harde, soms wrede muziek, handelsmerk van de band.

Pete Townshend kreeg bekendheid met het stuksmijten van zijn gitaren op het podium. Het molesteren van instrumenten, versterkt door pyrotechnische effecten, werd een 'normaal' onderdeel van de optredens van The Who. Een ander aspect van Townshends liveoptredens is het gebruik van zijn windmolentechniek, waarbij hij met zijn rechterarm als een windmolen zwaait om de gitaar te bespelen.

The Who was een van de beste en invloedrijkste livebands tussen de late jaren zestig en vroege jaren tachtig, door de combinatie van een enorm geluidsniveau, showtalent, een grote variëteit aan rockbeats en rockmuziek die ergens in het midden tussen bladmuziek en improvisatie ligt. Raar bezig waren ze wel. Drummer Keith Moon legde om effect te sorteren kruit op de vliezen van zijn trommels. In 1966 was de dosering iets te heftig, zodat het het podium ontplofte bij een Live-optreden voor de BBC. Keith Moon slikte in 1978, toen hij 32 jaar oud was, 32 pillen chloormethaziol. Hij overleefde het niet. Pete Townshend en zijn bandgenoten vallen op door een combinatie van hoogbegaafdheid, paranoia en destructiviteit

Pete Townshend is een volgeling van de Indiase religieuze goeroe Meher Baba, die de elementen van Vedanta Soefisme en mystieke scholen combineerde.

In 1989 kwam The Who tijdelijk bijeen om ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de rockopera Tommy een tournee te doen. In 1996 en 1997 gebeurde dit ook, maar toen werd er een Quadrophenia-tournee gehouden en na een pauze van twee jaar ging The Who weer volop op tournee.

In 1968 trouwde Pete Townshend met Karen Astley (de dochter van componist Ted Astley), die hij leerde kennen toen hij nog op de kunstacademie zat. Ze gingen uit elkaar in 1994 en scheidden in 2000. Ze hadden drie kinderen: Emma (*1969), singer-songwriter, Aminta (*1971) en Joseph (*1989). Momenteel woont Pete Townshend samen met Rachel Fuller in Richmond, Engeland.

Pete Townshend is ondertussen gedeeltelijk doof en lijdt aan tinnitus als gevolg van enorme blootstelling aan luide muziek uit koptelefoons en het hoge volume tijdens Who-concerten.

In februari 2006 maakte The Who een grote wereldtournee om het eerste nieuwe album sinds 1982 te promoten. Pete Townshend heeft altijd veel bijgedragen aan goede doelen, vooral om kinderen met problemen te helpen.

Pete Townshend maakte

     14 studio-albums met The Who

- Tommy, rock- opera, de eerste in zijn soort, 1969; verhaal over een  jongen, die na een gezinsdrama (vader vermoordt moeder) bewust doofstom wordt en zich alleen nog maar door zijn fenomenaal flipperkasttalent kan uiten. De dubbelelpee zorgde voor bewustwording van autisme en verwante stoornissen. Ze leidde ook tot het besef dat popmuziek ergens over kan gaan. In  2008 is de opera in het Nederlands vertaald door Jan Rot en op de planken gebracht door de popgroep Di-Rect. In 2013 is de rockopera geheel heropgepoetst uitgebracht

  1. Overture

  2. It's A Boy

  3. 1921

13. Pinball Wizard

21. I'm Free

22. Welcome – 4:34

24. We're Not Gonna Take It (...See Me, Feel Me, Touch Me, Heal Me...)

- Quadrophenia, rockopera, de tweede die Pete Townshend schreef, album: 19 oktober 1973 "Quadrophenia" is een woordspeling op het Engelse woord voor schizofrenie (schizophrenia). De hoofdpersoon van de opera: Jimmy heeft namelijk een dissociatieve identiteitsstoornis, waardoor hij vier (Quattro - Quadro (!)) verschillende persoonlijkheden krijgt.

     singles met The Who

- "Substitute" maart 1966

     15 studio-albums in zijn solo-carričre

- Classic Quadrophenia, 5 juni 2015, een symfonische "klassieke" versie van de rockopera uit 1973 met "The Who". De orchestratie is van zijn levenspartner Rachel Fuller.

  8. Helpless dancer

11. 5:15

14. Bell Boy

17. Love Reign O'er me. 

www.petetownshend.co.uk

http://thewho.com

 

Gary Brooker (*Hackney, Oost Londen, Engeland, 29 mei 1945) leerde als kind piano, cornet en trombone spelen. Hij ging naar de Wistcliff High School voor jongens. In 1960 richtte Gary Brooker The Paramounts op, met zijn gitaar spelende vriend Robin Tower. In 1966 volgde de band Procol Harum, die hij oprichtte met zijn vriend Keth Reid. "Procol harum"in het Latijn betekent "verweg van de dingen", maar het was ook de naam van de kat van de band. In zijn composities refereert Gary Brooker graag aan klassieke muziek. "A Whiter Shade of Pale" werd een wereldwijde hit. Procol Harum werd een wegbereider voor de symfonische rock. In 1977 werd de band ontbonden en begon Gary Brooker een solocarričre. Hij werkte ook veel samen met andere bands en muzikanten. Ter gelegenheid van de 40ste verjaardag werd de band Procol Harum in 2007 geďncarneerd. Tot op de dag van vandaag (5 oktober 2017, Malta) blijven ze bejaard optreden.

Gary Brooker werd op 14 juni 2003 benoemd tot Lid in de Orde van het Britse Rijk als waardering voor zijn inspanningen voor liefdadigheidsorganisaties.

Gary Brooker maakte

     13 Lp’s en CD’s met Procol Harum

- Procol Harum, september 1967

Kant A. 1. A Whiter Shade of Pale (US–versie),  naar het Air uit de 3de orkestsuite van Johann Sebastian Bach

Kant B. 3. Kaleidoscope (US–versie), naar The Planets van Gustav Holst

- Novum, 21 april 2017, rock en een handvol mooie ballads, geen gouden topnummer 

     4 eigen albums

 

Anatoly Ivanovich Kusyakov (Ushe Ivanovsk, Rusland, 7 juni 1945 – Rostov aan de Don, 11 juli, 2007) studeerde tot 1971 aan het Muziekpedagogisch Instituut van Rostov bij L. P. Klinitchev, en daarna aan het conservatorium van Moskou bij S. A. Balasanyan tot 1974. Vanaf 1974 doceerde hij compositie en improvisatie aan het Muziekpedagogisch Instituut (tegenwoordig het Rachmaninov Conservatorium) van Rostov aan de Don. Van 1981 tot 1988 was hij rector van het instituut en vanaf 1989 professor.

Anatoly Kusyakov componeerde

     orkestwerken

     kamermuziekwerken

- Fünf spanische Bilder, voor fluit of viool en bayan (een Russische accordeon)

     werken voor strijkinstrumenten solo

     werken voor accordeon en bayan solo

 

Ross Harris (*Amberley, Nieuw Zeeland, 1 augustus 1945) studeerde in Christchurch en aan de Victoria Universiteit van Wellington bij Douglas Liburn en doceerde meer dan 30 jaar aan de Muziekafdeling van de Victoria Universiteit van Wellington. In 2004 ging Ross Harris met vervroegd pensioen om zich voornamelijk met componeren bezig te kunnen houden.

Ross Harris componeerde meer dan 200 werken waaronder

     7 opera’s

- Waituhi, 1985, libretto Witi Ihimaera,  beloond met een Queen's Service Medal

     5 symfonieën

- Symfonie II, gedichten van Vincent O’Sullivan, 2006

- Symfonie III, 2009
- Symfonie IV, ter herinnering aan Mahinarangi Tocker, 2011.
- Symfonie V, 2014

     12 andere orkestwerken

- Vioolconcerto nr. 1, 2010
- Celloconcerto, 2012

     werken voor harmonie-orkest en brassband

     6 strijkkwartetten

- Variatie 25,  kwartet IV

     kamermuziekwerken

     koorwerken

     liederen

     werken voor een solo-instrument

     22 electro-akoestische composities 

www.rossharris.co.nz

 

John Rutter (*Londen, 24 september 1945) ging in Londen samen met de componist John Tavener naar de Highgate School. Daarna ging hij muziek studeren aan Clare College, Cambridge. Daar dirigeerde hij van 1975 tot 1979 het collegekoor en in die functie was hij meteen ook organist. In 1981 richtte hij de Cambridge Singers op, dat al gauw een van Engelands beste kamerkoren werd. Rutter is bekend door zijn medewerking aan muziekuitgaven zoals Carols for Choirs (in samenwerking met David Willcocks) en Oxford Choral Classics. Ook richtte hij een eigen platenlabel op, Collegium Records.

John Rutter componeerde

     kerkmuziek voor koor en orkest

- gloria

- magnificat

- requiem

- kindermis

- Te Deum

     56 anthems (en andere composities)

- A Clare Benediction

- O clap your hands

- The Lord bless you and keep you, één van zijn mooiste koorliederen

- The Lord is my light and my salvation

- This is the day wich the Lord hath made, 2011,  voor het huwelijk van Prins William met Kate Middleton. Mooi werk.

     37 carols

- Jesus Child, 1974

- Star Carol, 1976

- Dormi Jesu, voor koor en orgel of strijkers, 1999

     5  andere koorwerken

     enkele instrumentale werken

- Suite Antique, voor fluit, klavecimbel en strijkers, 1979, een hommage aan Bachs 5de Brandenburgse concert;

www.johnrutter.com

 

Clarence Albertson Barlow (*Kolkata, India, 27 december 1945) is van Britse en Portugese afkomst. Hij componeerde zijn eerst werk toen hij elf jaar oud was. Hij studeerde aan de Universiteit van Calcutta, aan de Hochschule für Musik in Keulen compositie bij Bernd Alois Zimmermann (1968–70) en bij Karlheinz Stockhausen (1971–73) en aan het Sonologisch Instituut aan de Universiteit Utrecht.

Van 1990 tot 1994 was Clarence Barlow artistiek directeur van het Sonologisch Instituut aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar hij ook compositie doceerde. Van 1968 tot 2006 woonde Clarence Barlow in Duitsland, sinds 2006 woont hij in de Verenigde Staten.

Clarence Barlow componeerde

     3 orkestwerken

     26 kamermuziekwerken

- ...until..., voor elk willekeurig melodie-instrument, 1972; versie voor sopraninoblokfluit en geluidsband, 2000

     3 werken voor zangstem en piano of een ander instrument

     27 (series) pianowerken

     4 orgelwerken

     1 werk voor  carillon

     14 elektro-acoustische werken 

 

Maury Yeston (*Jersey City, New Jersey, Verenigde Staten, 23 oktober 1945) is de zoon David Yeston, eigenaar van een handelsfirma en Frances Haar, medewerkster in de firma. De familie hield van muziek. Vader zong graag en moeder was een begaafde pianiste.

Maury Yeston kreeg vanaf zijn vijfde jaar pianoles van zijn moeder en won op zevenjarige leeftijd een compositieprijs.

Toen hij tien jaar was, nam zijn moeder hem mee naar My Fair Lady op Broadway. Dat leidde ertoe dat Maury Yeston zijn muzikale interesses verbreedde. Hij studeerde gitaar, speelde vibrafoon in een Jazzband en nam deel aan het zingen van madrigalen.

Op de Yale Universiteit studeerde Maury Yeston muziektheorie en compositie bij William G. Waite en Allen Forte en daarnaast Franse, Duitse en Japanse literatuur. Na te zijn afgestudeerd aan de Yale Universiteit, ging Maury Yeston naar het Clare College aan de Cambridge Universiteit in Engeland.

Terug in de Verenigde Staten in 1972 kreeg Maury Yeston een betrekking aan de Lincoln University in Pennsylvania. Hij doceerde er muziek, kunstfilosofie, religie en westerse beschaving, en startte er een cursus geschiedenis zwarte muziek op. In 1974 promoveerde hij aan de Yale Universiteit op de dissertatie “The Stratification of Musical Rhythm”.

Van 1974 tot 1982 was hij directeur muziekstudies aan de Yale Universiteit.

Na zijn grandioos succes met de musical “Nine” in 1982 gaf Maury Yeston zijn positie aan de Yale universiteit op en wijdde zich aan het schrijven en produceren van musicals en het componeren van andere werken.

In 1995 trouwde Maury Yeston met Julianne Waldhelm. Ze kregen drie kinderen: Jake, Max en Emma.

Maury Yeston componeerde

     5 musicals

- Nine, 1982, 729 uitvoeringen op Broadway, onder andere voor beste musical en beste partituur, De musical is geďnspireerd door de film van Federico Felliniuit 1963. Wanneer je muziek toevoegde aan het verhaal over de directeur in een midlifecrises, was het een halve punt meer waard, vond hij.

- In the Beginning, 1867, gebaseerd op de eerste vijf Bijbelboeken.

- Titanic, 1997, 804 uitvoeringen op Broadway, 5 Tony Awards onder andere voor beste musical en beste partituur

- Phantom (Maurice Yestons’ versie van “The Phantom of the Opera”)

- Death Takes a Holiday; 2011 musical versie van het toneelstuk “La Morte in Vacanza” (de Dood op vakantie)  van Alberto Casella

     1 ballet

- Tom Sawyer: A Ballet in Three Acts, 2011

     orkestwerken

- celloconcerto, 1976

     werken voor koor en orkest

- An Amarican Cantate, voor 2000 stemmen en orkest

     3 series liederen

- December Songs, liedcyclus, 1991, een aangepaste cabaretversie van Franz Schuberts “Winterreise” in tien liederen, geschreven voor de viering van het 100-jarig bestaan van Carnegie-Hall.

www.mauryyeston.com

 

Richard Michael Farber (*Washington D.C., Verenigde Staten, 4 december 1945) is de zoon van een Amerikaanse vader en een Joodse moeder uit Galicië (later verdeeld tussen Polen, Rusland en Oekraďne). Richard Farber ging naar de Hebreeuwse Academie in Washington, wat voor hem met, toen nog niet gediagnosticeerde, dyslexie extreem moeilijk was. Hij leerde vanaf zijn 14de wel razendsnel contrabas spelen, waarvoor hij les kreeg van de schoolorkestdirigent. Hij leerde zichzelf basklarinet, saxofoon, baritonhoorn en andere instrumenten bespelen. Vanaf zijn 14de schreef hij ook al zijn eerst composities.

Vanaf zijn 14de was hij ook behoorlijk actief in de Habonim  jeugdbeweging, een behoorlijk fanatiek Zionistisch geďnspireerd gebeuren. Geen wonder dat Richard Farber op zijn 19de besloot naar Israël te emigreren. Hij kon daar meteen in 1964 naar de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en een jaar later naar de Rubin Academie voor Muziek en Dans, waar hij studeerde bij  Yitzhak Sadai,  Noam Sheriff, Haim Alexander, Edith Gerson-Kiwi en Yosef Tal en in 1969 eindexamen deed.

Tijdens zijn militaire diensttijd was Richard Farber artillerist en na de Yom Kippur oorlog in 1973 hospitaalarts, een verplichting die hij als reservist tot 1994 hield. Van 1969 tot 1975 doceerde Richard Farber theatermuziek aan de universiteit van Tel Aviv, vanaf 1970 was hij regisseur radiodrama bij Kol Yisrael, de Israëlische radio-omroep. Vanaf 1974 schreef hij zelf hoorspelen.

Richard Farber is een fanatiek verzamelaar van weefgoed, waar hij ook over heeft gepubliceerd.

Richard Farber componeerde

     7 opera’s

Wer weiss wo Polphonia liegt?, 1989

     3 mini-opera’s

     7 radio-opera’s

     3 balletten

5 ˝, Mann im Schatten, 1991

     18 theatermuziekwerken

     4 orkestwerken

     3 kamermuziekwerken

     2 liedcycli

     4 pianowerken

     1 filmscore

www.richard-farber.com

 

Ig Henneman (Haarlem, 21 december 1945) kreeg vanaf haar vijfde pianolessen en begon op haar elfde viool te spelen. Op het conservatorium studeerde ze eerste piano, stapte later over op viool, maar studeerde af op altviool, wat echt haar instrument werd.
Met haar rockband FC Gerania voerde zij haar eerste composities uit. In 1985 vormde ze het Ig Henneman Quintet weaarvoor ze al het materiaal componeerde. If Henneman werd een aantal jaren gecoached door de componist Robert Heppener. Ig Henneman componeert voor orkesten, ensembles en solisten en schrijft film- en theatermuziek. Ze schrijft heel mooi voor altviool.

Ig Henneman maakte 1 LP en 10 Cd's

Ig Henneman componeerde

     3 orkestwerken

     7 werken voor groot ensemble

     2 werken voor bigband

     20 (series) kamermuziekwerken

- Traghettatore, 2008 voor gitaar, mandoline en blokfluit

- Vóga lunga, 2008 voor gitaar, mandoline en blokfluit

     1 werk voor zangstem en instrumenten

     1 werk voor mannenkoor en orkest

     2 pianowerken

     2 orgelwerken

     7 werken voor een ander instrument solo

     1 werk voor instrument solo met live electronics

     filmscores

- filmmuziek voor de Russische stomme film Babď Ryazanskiye, geregisseerd door Olga Preobrazhenskaya, 1983

http://stichtingwig.com/igHenneman/composer/composer.html

 

Gustavo Beytelmann (*Venado Tuerto, Argentina, 1945) leerde al heel jong piano spelen en begeleidde zijn vader, een getalenteerde violist op familiefeesten.

Vanaf zijn 13de speelde hij in dansorkesten. Vanaf 1962 studeerde hij piano, harmonie en compositie aan het Institute of Music van de Universiteit van Rosario. Later, in Buenos Aires, studeerde hij compositie bij Francisco Kröpfl.
In 1976 verhuisde hij naar Parijs.
In maart 1977 werd hij door Astor Piazzolla uitgenodigd om mee te doen aan zijn Europese tournee.
Enige tijd later vormde hij samen met andere Argentijnse musici 'Tiempo Argentino', een kortbestaande groep die niettemin een belangrijke rol speelde in zijn ontwikkeling als componist.
Vanaf 1996 is hij artistiek directeur van de Tango Afdeling aan het Conservatorium in Rotterdam.

Gustavo Beytelmann componeerde

     1 werk voor strijkorkest en tangoband

     1 kamermuziekwerk met bandoneon

     21 kamermuziekwerken

     4 werken voor strijkorkest (en accordeon)

     3 werken voor tangoband

     8 werken voor bandoneon en strijkkwartet

     3 werken voor piano

     1 werk voor orkest

     2 werken voor accordeon

     1 werk voor bandoneon