Componisten

geboren in 1952

 

Ryuichi Sakamoto (*Tokio, Japan, 17 januari 1952) studeerde vanaf 1970 aan de Nationale Universiteit voor Kunst en Muziek in Tokio met speciale aandacht voor zowel elektronische muziek als etnische muziektradities. In 1978 vormde hij met Haruomi Hosono en Yukihiro Takahashi de experimentele synthesizer-rockgroep Yellow Magic Orchestra (YMO), waarin hij keyboard speelde en zong. De band was een voorloper van de acid house en techno muziek aan het eind van de jaren tachtig, begin jaren negentig. Daarna begon Ryuichi Sakamoto een solocarričre. In juli 2009 werd Ryuichi Sakamoto geridderd tot Officier in de Ordedes Arts et des Lettres” in de Franse ambassade in Tokio.

Ryuichi Sakamoto trouwde (voor de tweede keer) in 1982 met de Japanse pianiste en zangeres Akiko Yano. Zij scheidden in 2006 en hadden één dochter, popzangeres Miu Sakamoto.

Hij staat bekend als een tegenstander van auteursrecht dat hij in het informaticatijdperk uit de tijd vindt. Ryuichi Sakamoto is ook een fervente anti-atoomenergie activist.

Ryuichi Sakamoto componeerde

     1 opera

- “LIVE”, 1999

     orkestwerken

- muziek voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Barcelona1992

- Discord 1998

     20 pianowerken

     38 studioalbums met onder meer de

     popsongs

- "Yellow Magic (Tong Poo)", 1978,

- “Behind the Mask" (1978), internationale hit

- "Technopolis",1979

- "Nice Age", 1980,

- "Riot in Lagos", 1980

- "You've Got to Help Yourself",  1983,

     40 filmscores

- Merry Christmas, Mr. Lawrence, 1983, Nagisa Oshima.

- Forbidden Colours, bescheiden hit.

- The Last Emperor, 1987, Bernardo Bertolucci, oscar.

- The sheltering sky, 1990

- High Heels, 1991, Pedro Almodóvar

- Wild Palms, 1993, Oliver Stone

- Little Buddha, 2004, Bernardo Bertolucci

- Silk, 2007

     videogames

www.sitesakamoto.com

 

Philippe Chamouard (Parijs, Frankrijk, 24 februari 1952) studeerde piano bij Guy Lasson en compositie bij Roger Boutry. Aan de Universiteit van Paris- Sorbonne promoveerde hij op de orkestratie van de symfonieën van Gustav Mahler.

Philippe Chamouard was samensteller van uitgaven van Deutsche Grammophon en doceerde compositie aan de Universiteit van Parijs-Sorbonne tot 2004. 

Philippe Chamouard componeerde

     9 symfonieën

- Symfonie nr 8, 2008, harmonisch mild bitonaal, een rijk orkestraal kleed, ritmisch vitaal;

     3 concerten

     3 andere orkestwerken

     6 werken voor strijkorkest

- Počme du Vent, 1997, een intense op- en neergang

     3 werken voor koor en orkest

     2 (series) werken voor sopraan en orkest

     1 serie werken voor sopraan en piano

     1 kamermuziekwerk

     7 werken voor orgel

http://philippechamouard.fr

 

Jurre Folkert Haanstra (*Haarlem, 27 februari 1952) is een zoon van filmregisseur Bert Haanstra en broer van filmmaker Rimko Haanstra. Jurre Haanstra studeerde aan het Rotterdams Conservatorium compositie bij Theo Loevendie en orkestdirectie bij Jan Stulen en André Presser.

Jurre Haanstra doceert filmcompositie aan het Conservatorium van Amsterdam.

Jurre Haanstra componeerde

     14 of meer filmscores

     veel tvscores

- Baantjer, 

- Wij Alexander, 

- Het verdriet van België

- De Brug.

 

Wolfgang Rihm (*Karlsruhe, 13 maart 1952) behaalde zowel zijn middelbare school diploma als zijn conservatorium diploma's voor muziektheorie en compositie in 1972. In 1974 ging zijn vroege werk Morphonie in premičre tijdens het Donaueschingen Festival, waardoor hij gelijk prominent in de Europese muziekkringen stond. In 1972-1973 studeerde hij bij Karlheinz Stockhausen.

Wolfgang Rihm staat aan het hoofd van het Instituut voor Moderne Muziek, een afdeling van het conservatorium in Karlsruhe en was componist in residence bij de festivals van Luzern en Salzburg. Hij ontving de orde "Officier dans l’Ordre des Arts et des Lettres" van Frankrijk in 2001.

Wolfgang Rihm componeerde 334 werken waaronder

     11 opera’s en andere theaterprodukties

- Jakob Lenz, kameropera in één bedrijf, 1978, naar de novelle Lenz van Georg Büchner, die weer gebaseerd is op een gebeurtenis in hetg leven van de Duitse dichter Jakob Michael Reinhold Lenz. Die Eroberung von Mexico, 1991, gebaseerd op teksten van Antonin Artaud.

- Dionysos, opera over Nietsche, 2010, Nietsche krijgt zelf een rol in deze roesachtige theatrale belevenis.

     94 werken voor orkest of ensemble

- Chiffre I, voor  piano, klarinet, basklarinet, fagot, trompet, trombone, 2 cellos, contrabas, 1982

- Chiffre II (Silence to be beaten), klein orkest, 15 spelers, 1983

- Chiffre III, voor engelse hoorn, basklarinet, fagot en contragagot, Franse hoorn, bastrompet, trombone, 2 cellos, double bass, piano, 2 percussion, 1983

- Chiffre IV, voor basklarinet, cello en piano, 1984

- Chiffre V, klein orkest, 17 spelers, 1984

- Chiffre VI voor basklarinet, Es klarinet), contrafagot, Franse hoorn, 2 violen, altviool, cello, contrabas, 1985

- Chiffre VII, klein orkest, 17 spelers, 1985

- Das Lesen der Schrift, 2002, vier werken, bedoeld als interludes bij "Ein Deutsches Requiem" van Johannes Brahms

     38 concerten

- Gesungene Zeit, voor viool en orkest, 1992, geschreven voor Anne-Sophie Mutter, één van zijn mooiste werken

- Lichtes Spiel,  een zomerstuk voor viool en klein orkest, 2009

- Gedicht des Mahlers,  voor viool en orkest, 2014

     10 werken voor (solisten), koor en orkest of ensemble

- Deus passus, 2000, Passie naar Lukas voor 5 solisten, gemengd koor en orkest.  

- Astralis, 2001

- cantata hermetica “Quid est Deus?”, voor koor en orkest, 2007, Het werk heeft de monumentaliteit van Stravinsky’s Psalmensymfonie. Indrukwekkend, persoonlijk, eigentijds, en ongekend aangrijpend.

- ET LUX, 2009, voor vocaal kwartet en strijkkwartet, flarden herinneringen aan de teksten uit requiems

     35 (series) werken voor zangstem(men) en orkest of ensemble

     2 koorwerken a cappella

- Fragmenta Passionis, motetten, 1968

- 7 Passions-Texte, 2001-2006

     12 strijkkwartetten

     70 andere kamermuziekwerken

- Musik für drei Streicher, 1977

- Am Horizont (Stille Szene) voor viool, cello en accordeon, 1991

- sextett,  voor hoorn, klarinet en strijkkwartet;

     25 (series) liederen voor zangstem en piano

- Harzreise im Winter (Winterreis in de Harz), 2014, voor bariton en piano, tekst Johann Wolfgang von Goethe.

     2 filmscores

 

Lucien Posman (*Eeklo, België, 22 maart 1952) studeerde muziekleer harmonie, muziekgeschiedenis en compositie bij R. Coryn aan het Koninklijke Conservatorium van Gent en contrapunt, fuga, muziekanalyse, piano en zang bij Nini Bulterys aan het Koninklijke Conservatorium van Antwerpen.

Lucien Posman is stichter en voorzitter van ComAV (Componisten Archipel Vlaanderen, een belangengroepering voor Vlaamse componisten). Verder is hij artistiek kamermuziekdirecteur aan de concerthal De Rode Pomp in Gent en redactielid van de Nieuwe Vlaamse Muziekrevue.

Lucien Posman componeerde

     1 orkestwerk

     12  (series) liederen, veel op teksten van William Blake

liedcyclus Songs of Experience - vijf liederen op gedichten van William Blake voor middenstem en piano, 1988

     18 kamermuziekwerken

     20 werken voor koor, (solisten), (en instrumenten); CD: “Welcome Stranger” Phaedra 92074

- Welcome Stranger to This Place, kerstcantate, tekst William Blake, 1999, voor sopraan, mezzosopraan, tenor, gemengdkoor en instrumentaal ensemble

- The Tyger,  lied voor twee sopranen, gemengd koor en geprepareerd klavecimbel, 2002

- An die Parzen, lied voor vocaal kwartet, gemengd koor en piano, 2003, op tekst van Hölderlin

- Au commencement, Scheppingsgeschiedenis uit Mali voor  gemengd koor, 2004 

- Ode to the Seasons, vier liederen voor gemengd koor, 2005, op teksten van William Blake

- Lamentation (Job 24: 2-4) voor gemengd koor, 2007

- Omittamus Studia (uit de Carmina Burana)

- Wilder Rosenbuch, lied voor sopraan, koor en instrumenten op tekst van Rilke

     1 opera

     3 pianowerken

 

Ketil Bjřrnstad (*Oslo, Noorwegen, 25 april 1952) won op veertienjarige leeftijd een muziekconcours in Oslo. Hij volgde daar een opleiding voor pianist bij Amelie Christie en Robert Riefling. Daarna studeerde hij in Londen en Parijs. In 1969 debuteerde hij bij het Oslo Filharmoniske Orkester met het derde pianoconcert van Béla Bartók als klassiek pianist. Na verloop van tijd en onder de indruk van In a Silent Way van Miles Davis richtte Bjřrnstad zich meer op jazz.

Naast zijn uitgebreide muzikale bezigheden, schrijft Bjřrnstad ook literaire werken.

Ketil Bjřrnstad maakte

     64 albums, op het grensvlak van klassieke muziek en jazz

- The shadow, 1990

- Grace, 2001

- The Light, 2008

en schreef

     "Sommernatt ved fjorden", zijn beroemdste lied

     Himmel Rand (De rand van de hemel) millennium oratorium , 2000, gebaseerd op teksten van de dichter Stein Mehren.

     Soloppgang (zonsopgang), een cantate op teksten van Edvard Munch

     A Passion for John Donne,  2012, liederen op gedichten van John Donne (,1572 - 1631) voor koor en solozanger en ensemble met slagwerk

2. Thou hast made me

4. Death, be not proud

     33 literaire werken 

- The Story of Edvard Munch, 1933, gefictionaliseerde biografie

www.ketilbjornstad.com

 

Gerald Barry (*Clarehill, Clarecastle, County Clare, Ierland, 28 april 1952) groeide op in een volksbuurt in Clare, en hoorde muziek alleen voor de radio. Toen hij voor die radio een keer een sopraan een aria uit de opera Serse van Georg Friedrich Händel hoorde zingen, was hij definitief om voor een klassieke muziekstudie. Gerald Barry ging naar school op het St. Flannan’s College in Ennis. Hij studeerde muziek aan de College Universiteit in Dublin, bij Peter Schat in Amsterdam, bij Karlheinz Stockhausen en Mauricio Kagel in Keulen en bij Friedrich Cerha in Wenen. Van 1982 tot 1986 doceerde hij aan de College Universiteit in Cork.

Gerald Barry componeerde

     6 opera’s

- The Triumph of Beauty and Deceit, opera in twee bedrijven, libretto Meredith Oakes, 1991

     4 concerten

     18 andere orkestwerken

     4 werken voor zangstem(men) en orkest

     2 werken voor koor en orkest

     21 kamermuziekwerken

     9 pianowerken

     2 werk voor een ander soloinstrument

     4 werken voor zangstem(men) en piano

     2 werken voor (zang)stem en ensemble

     8 werken voor koor a capella

 

Frank den Herder (*Den Haag, 11 juni 1952) groeide op in een muzikaal gezin in Oegstgeest. Zijn vader, chemicus Pieter den Herder was amateur-violist. Zijn moeder Beer Meijer Drees speelde piano en clavecimbel. Op zijn 6de jaar begon Frank den Herder piano te spelen en te componeren. Aan de muziekschool Leiden kreeg hij pianolessen van Henk Brier en cellolessen van Marinus Snoeren. Frank den Herder studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag cello bij Anner Bijlsma en piano bij Gerard Hengeveld en Gérard van Blerk. Daarnaast studeerde hij wiskunde aan de universiteit van Leiden. Den Herder is als pianist / koorrepetitor verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als cellist speelt hij in het Hineni-symfonieorkest. Als organist is hij verbonden aan verschillende kerken. Hij speelt ook in verschillende kamermuziekensembles. Componeren leerde hij meest door zelfstudie. Frank den Herder is getrouwd met Elly Michielsen, woont in Voorschoten en heeft twee zoons. Zijn jongste zoon is jazzgitarist Wim den Herder. In zijn vrije tijd houdt Frank den Herder zich bezig met schaken, fietsen en het maken van bergtochten.

     Frank den Herder componeerde

     6 orkestwerken

     44 kamermuziekwerken

- kwartet  voor 4 klarinetten

     8 koorwerken (met begeleiding van instrumenten)

     10 (series) liederen

     20 (series) pianowerken

     4 orgelwerken

     2 werken voor klavecimbel

     15 werken voor een ander solo–instrument

www.frankdenherder.nl

 

Oliver Knussen (*Glasgow, Schotland, 12 juni 1952) is de zoon van Stuart Knussen, eerste contrabassist van het London Symphony Orchestra. Oliver begon met componeren toen hij zes jaar oud was. Hij studeerde vanaf 1963 compositie bij John Lambert, en kreeg ook veel aanwijzingen van Benjamin Britten. Op 7 april 1968, 15 jaar oud, dirigieerde hij in de Royal Festival Hall in Londen zijn eigen eerste symfonie. Oliver Knussen besteedde daarna verscheidene zomers aan studie bij Gunther Schuller in de Verenigde Staten, in Tanglewood in Massachusetts en in Boston

Oliver Knussen trouwde in 1972 met Sue Freedman, een Amerikaanse producente en programmeur van muziekprogramma's voor de BBC-televisie en Channel 4; Oliver en Sue Knussen kregen een dochter, Sonya, die mezzosopraan is. In 1986 werd hij hoofd activiteiten hedendaagse muziek in Tanglewood. Van 1992 tot 1996 was Oliver Knussen eerste gastdirigent van het Haags Residentie Orkest.

in 2003 overleed Sue Knussen aan een bloedvergiftiging in Londen. Het Sue Knussen Composers Fund (voorheen het "Sue Knussen Commissioning Fund"), dat compositieopdrachten geeft aan opkomende componisten, is opgericht ter ere van haar nagedachtenis.

Oliver Knussen woont momenteel in Snape, in het huis van de componist Benjamin Britten.

Hij is gerridderd voor zijn verdiensten tot Commandeur in de Orde van Britse Rijk (CBE).

Oliver Knussen componeerde

     2 opera's

     11 orkestwerken

- vioolconcert, 2000

     4 werken voor zangstem en orkest

     10 kamermuziekwerken

     4 pianowerken

     1 werk voor solofluit met glasharmonica ad libitum

     1 werk voor cello solo

     1 koorwerk

     7 (series) liederen voor zangstem en instrumenten

- Requiem: Songs for Sue, opus 33, 2006, vier gedichten voor sopraan en ensemble, een muzikaal herinneringsmonument voor zijn overleden vrouw, op teksten van Emily Dickinson.

 

Miklós Sugár (*Boedapest, Hongarije, 2 juli 1952) is de zoon van componist Rezső Sugár. Hij studeerde aan de Ferenc Liszt Muziekacademie bij Kórodi Andrásné en Emilnél Petrovich.

Van 1978 tot 1984 werkte Miklós Sugár als dirigent van het Militair Symfonie Orkest en daarnaast van 1978 tot 1991 als docent aan de Theater en Film Academie in Boedapest. Van 1984 tot 1988 dirigeerde hij het Békéscsabai en van 1988 tot 1990 werkte hij voor de muziekafdeling van de Hongaarse Radio. In 1991 werd Miklós Sugár manager van de Nationale Philharmonie. Datzelfde jaar was hij mede-oprichter van EAR, een eigentijds elektro-akoestisch ensemble. Van 1991 tot 1999 werkte Miklós Sugár ook met het Alba Regia Symfonieorkest

Miklós Sugár componeerde

     koorwerken

     liederen

     orkestwerken

     kamermuziekwerken

- duo’s voor twee dwarsfluiten

     elektro-akoestische werken

 

Ton Scherpenzeel (*Hilversum, 6 augustus 1952) kreeg zijn eerste pianolessen toen hij zeven jaar oud was, waardoor hij het notenschrift en een aardige basistechniek onder de knie kreeg. Een hartgrondige hekel aan studeren zorgde ervoor dat het daarbij bleef. Vanaf zijn veertiende speelde Ton Scherpenzeel in diverse Gooise lokale bands. Vanaf 1970 studeerde klassiek contrabas aan het Hilversumse ​Muzieklyceum. Daar studeerden ook slagwerkers Pim Koopman en Max Werner. Samen vormden ze de basis van de symfonische rockband Kayak.

​ Tussen 1972 tot 1981 behoorde Kayak tot de succesvolste en opvallendste Nederlandse popgroepen. Ze maakten negen elpees.

Tijdens een interview leerde Ton Scherpenzeel popjournaliste Irene Linders kennen, die tekstschrijfster werd. In 1976 trouwden zij. In 1977 en 1980 kregen ze twee dochters, Daphne en Emma.

​​Na het uiteengaan van Kayak maakte Ton Scherpenzeel een soloplaat, deed studiowerk voor andere muzikanten en speelde een paar jaar mee in de heropgerichte Nederlandse band Earth and Fire.

Eind 1984 ontmoette hij cabartetier Youp van ’t Hek, die hem vroeg de muziek te schrijven voor zijn eerste solotheaterprogramma, "Verlopen en Verlaten”. Dat werd het begin van een re creatieve samenwerking die tot op de dag van vandaag voortduurt.

​​In 1990 werd Ton Scherpenzeel benaderd door Jeugdtheater Hofplein te Rotterdam voor het schrijven van een musical. Het werd de eerste van 30 theaterprodukties.

Een andere duurzame combinatie is die met cabaretier/schrijver Harrie Jekkers.

In 1999 kwam Kayak weer bij elkaar.

Ton Scherpenzeel maakte

     16 albums met Kayak

     5 solo-albums

Ton Scherpenzeel componeerde

     3 rockopera’s

- Merlin – bard of the unseen, 2003, over de Engelse magiër uit de vroege Middeleeuwen

- Nostradamus – The fate of man, 2005, over de Franse waarzegger uit de Renaissance

- Cleopatra - The crown of Isis, 2014, hoe schoonheid door zelfoverschatting kan veranderen in lelijk leed; in 24 songs, de mooiste: “Alexandria”; “The Ides of March”; “The curse of Isis” (actuele titel! 2014); “Tarsus”, “The crown of Isis”,  “Actium” 

     19 cabartetvoorstellingen

     53 jeugdtheaterprodukties

     13 andere theatervoorstellingen

     700 songs

www.tonscherpenzeel.com

 

Heiner Goebbels (*Neustadt an der Weinstraße, Duitsland, 17 augustus 1952) studeerde sociologie en muziek in Freiburg im Breisgau en in Frankfurt am Main. Hij was mede oprichter van de experimentele avant-garderockgroep Cassiber (1982-1992) en bracht omstreeks 20 CD’s uit. Heiner Goebbels is docent aan de Justus-Liebig-Universiteit in Gießen, Instituut voor toegepaste theaterwetenschappen en aan de Europese Graduate School in Saas-Fee, Zwitserland.

Heiner Goebbels woont in Frankfurt am Main.

Heiner Goebbels componeerde

     34 theatermuziekwerken

- Die Wiederholung, 1995, gebaseerd op motieven van Kierkegaard, Robbe-Grillet & Prince, over de ontwikkeling van jonge meisjes

- Eislermaterial, 1998ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Hanns Eisler, een arrangement van / improvisatie over 20 composities van Hanns Eisler

- Songs of Wars I have seen, voor stem en orkest, 2007, tekst van Gertrude Stein

- When the mountain changed its clothing,  2013, vervolg op Die Wiederholung uit 1995, in een collage van teksten en muziek thematiseert Goebbels de ontwikkeling van kind naar volwassene.  Het werk wordt gebracht door 40 meisjes en jonge vrouwen tussen de 10 en 20 jaar; zij spelen constant met de spanning tussen kinderlijke onschuld en het onvoorspelbare gedrag van de puber

- Stifters Dinge, 2007, Filmer Marc Perroud maakte er een documentaire over: "The experience of things". Kunstmatig voortgebrachte geluiden van vijf mechanische piano's, water, wind, mist, regen, sterren, ijs en een tekst van de Oostenrijker Adalbert Stifter en nog een veelvoud andere historische opnamen in een aandacht dwingende collagetechniek 

- I  went to the house but did not enter, 2008, teksten van T.S. Eliot, Maurice Blanchot, Franz Kafka en Samuel Beckett, geschreven voor een optreden van het Hilliard Ensemble.

- Industry and Idleness, theaterconcert voor ensemble, 2010, opstelling van de musici, muzikale omzettingen op het podium, belichting, stoom, stilte en stadse geluiden roepen het (spook)beeld op van een fabriekshal.

     14 orkestwerken

     17 ensemblewerken

     6 kamermuziekwerken

     21 filmscores

     5 balletten

     17 „Hörstücke“, meestal op teksten  van Heiner Müller

     Scenische concerten

- Der Mann im Fahrstuhl

- Die Befreiung des Prometheus

     1 opera 

 - Landschaft mit entfernten Verwandten, 2002

     16 composities met tape

www.heinergoebbels.com

 

Kaija Saariaho (*Helsinki, 14 oktober 1952) speelde in haar jeugd al verschillende instrumenten. Na haar studie op de Fine Arts School van Helsinki studeerde ze compositie aan de Sibelius Academie bij Paavo Heininen. Haar werk hoort tot het beste van de hedendaagse muziek. Zij componeerde een aantal meesterwerken.

Kaija Saariaho componeerde

     4 opera’s

- L’amour de loin, 2000

- Only the Sound Remains,  2015, tekst Ezra Pound, voor conuntertenor, basbariton, vocaal kwartet (SATB), koor en orkest

     1 ballet

- Maa, 1991,  het derde deel, …de la Terre, is voor  viool en electronica, kan ook apart uitgevoerd worden

     11 orkestwerken

- Du Cristal … ŕ la fumée, 1989, voor orkest en live electronics

- Graal Théâtre, vioolconcert, 1994, gecomponeerd voor Gidon Kremer

- Château de l'âme, 1996, voor sopraan, acht vrouwenstemmen en orkest.

- l'Aile du Songe, 2001, fluitconcert

     2 strijkkwartetten

- Terra Memoria, 2006

     28 andere kamermuziekwerken

- Amers, 1992, voor cello, ensemble en elektronica

- Changing Light, 2002, geschreven voor Edna Mitchell, voor sopraan en viool.

- Aure, 2011, voor viool en altviool (of cello), opgedragen aan Henri Dutilleux

- Neiges, 1998, voor 8 cello’s. Het laatste deel  van het driedelige werk Fleurs de neige wordt ook wel door strijkkwartet gespeeld.

     werken voor zangstem en instrumenten

- Du gik, flög, 1982, voor sopraan en piano

- Die Aussicht, 1996, voor sopraan, fluit, cello en piano  

- Lonh, 1996, voor sopraan en elektronica,

- Changing Light,  2005, voor sopraan en fluit,  

     3 pianowerken

     17 werken voor een ander soloinstrument

- Nocturne, 1994, voor viool solo, ter herinnering aan Witold Lutoslawski

- Vent nocturne, 2006,  voor altviool en electronica

     elektroakoestische werken

- Lichtbogen, 1986

- Verblendungen, 1984

- Nymphea, 1987

www.saariaho.org

 

Peter-Jan Wagemans (Den Haag, 7 september 1952) studeerde orgel (diploma 1974), compositie bij Jan van Vlijmen (diploma 1975) en muziektheorie (diploma 1977) aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Na zijn conservatoriumopleiding studeerde hij nog bij Klaus Huber te Freiburg.

Peter-Jan Wagemans is een van de vormgevers van de Rotterdamse School; sinds 1984 doceert hij hoofdvak klassieke compositie aan het Rotterdams Conservatorium. 

Peter-Jan Wagemans componeerde

     1 opera

- Legende, opera in drie aktes, 2006, twee keer uitgevoerd en op CD opgenomen, borduurt voort op het sprookje van Mijnheer Prikkebeen; aan de opera is geen touw vast te knopen, maar in de muziek zitten wel mooie momenten.

     1 muziektheaterproduktie

- Beeldenstorm, 2016, tekst Kees van der Zwaard, voor sopraan, acteurs, koor, groot instrumentaal ensemble en elektronica

     1 cantate

     1 mis

     7 symfonieën

     21  andere orkestwerken

- Deep Blue Ocean, ode aan de schoonheid van de oceanen, 2012, een bewegingsstuk qua ritme en vorm

- Moloch, 2000

     6 werken voor zangstem, (koor) en orkest

     1 werk voor fluit en koor

     2 koorwerken

     28 kamermuziekwerken

- 4 werken voor blokfluitkwartet

- 1 strijkkwartet

     1 werk voor zangstem en piano

     4 pianowerken

     4 orgelwerken

 

Hans Gefors (*Stockholm, 8 december 1952) schreef eerst popmuziek in de geest van Bob Dylan, voordat hij privé compositie ging studeren bij M. Karkoff. Daarna studeerde hij compositie bij Per Nřrgĺrd aan het conservatorium van Ĺrhus, waar hij in 1977 afstudeerde. Tussen 1975 en 1981 woonde hij in Helsingborg en gaf hij les aan het Holstebro Community College in Denemarken, van 1981 tot 1988 werkte hij in Kopenhagen. In 1988 kreeg hij een betrekking als compositiedocent aan het muziekcollege in Malmö. Sinds de 90-er jaren woont Hans Gefors in Lund.

Hans Gefors componeerde

     6 opera’s

- Christina, 1986

- Parken, naar het toneelstuk Der Park,  van Botho Strauss, 1992

     13 (series) liederen voor zangstem(men) en begeleiding

- Lydia’s sĺnger (Lydia’s liederen), 1996, in 2003 herzien voor Anne Sofie van Otter, 7 teksten van Heine, Bjřrnson, Söderberg, Jacobsen en Halévy, voor sopraan en orkest

     9 orkestwerken

     8 kamermuziekwerken

ˇ         2 elektronische muziekwerken

 

Boudewijn Tarenskeen (*Hollandia, Nieuw Guinea, 15 december 1952) kwam in 1962 naar Nederland. Hij studeerde een jaar hobo aan het toenmalige Muzieklyceum in Amsterdam en vier jaar compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Peter Schat, Louis Andriessen en Konrad Boehmer.

Boudewijn Tarenskeen componeerde

     4 orkestwerken

     8 kamermuziekwerken

     11 muziektheaterwerken

     3 balletten

     6 religieuze werken

- Mattheus Passie voor 19 zangers, 2008

- Luther, oratorium, 2013, op tekst van Gerard Rijnders; de revolutionaire figuur Luther ageert met zijn 95 stellingen tegen de macht van de Kerk als instituut. Het geheime wapen is de tolk, die als interviewer de stamelende Luther op pad helpt

     10 muziekwerken voor theater

     8 filmscores

www.boudewijntarenskeen.com

 

Hans Abrahamsen (*Kopenhagen, Denemarken, 23 december 1952) werd geboren met een motorische beperktheid aan de rechterhand. Hoewel hij veel van de piano hield, koos hij noodgedwongen voor de hoorn, het enige instrument dat alleen met de linkerhand bespeeld kan worden. Hans Abrahamsen studeerde aan de Koninklijke Deense Muziekacademie in Kopenhagen muziektheorie en compositie bij Pelle Gudmundsen-Holmgreen (*1932) en Per Nřrgĺrd (*1932). In de jaren '80 studeerde hij nog bij György Ligeti (1923-2006).

Hans Abrahamsen doceert momenteel compositie aan de Koninklijke Deense Muziekacademie in Kopenhagen

Hans Abrahamsen is getrouwd met pianiste Anne-Marie Abildskov.

Hans Abrahamsen componeerde

     19 series orkestwerken

     4 concerten

- Pianoconcert, 2000, geschreven voor zijn vrouw Anne-Marie Abildskov

- Left, alone, piano concerto voor de linkerhand en orkest, 2015, opgedragen aan pianist Alexandre Tharaud.

     16 werken voor groot ensemble

- Schnee, 2006, gebaseerd op canons van Johann Sebastian Bach

- Wald, 2009, voor 15 spelers, met materiaal uit Walden, 1978 / 1995. 

     25 kamermuziekwerken

- Strijkkwartet nr. 1, 10 Preludes, 1973, in 2010 is er ook een orkestversie van gecomponeerd

- Walden, 1978, gereviseerd in 1995, voor blaaskwintet;

     2 pianowerken

     9 werken voor een ander soloinstrument

- Canzone, voor accordeon, 1978

- Air, voor accordeon, 2006, opgedragen aan Frode Haltli

     1 werk voor koor a cappella

     1 werk voor 10 sopranen

     5 werken voor zangstem en instrumenten

- let me tell you, 2013, voor sopraan en orkest, 7-delige liedcyclus op teksten van Paul Giffiths, over het Hamlet-verhaal gezien vanuit Ophelia, scala aan emoties, eigentijdse muziek op zijn best, nu al een klassieker.

 

Marius van Paassen (*Utrecht, 1952) kreeg zijn eerste pianolessen in Utrecht. Hij studeerde psychologie, filosofie en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, maar stapte over naar het Sweelinck Conservatorium, waar hij piano studeerde bij Hans Dercksen en Willem Brons. Marius van Paassen studeerde cum laude af en studeerde daarna met een beurs in Duitsland bij Hans Leygraf.

Marius van Paassen initieerde het Anton Rubinstein project, bedoeld om het werk van de Russische componist Anton Rubinstein onder de aandacht te brengen. Hij maakte twee cd's en radio-opnames en gaf concerten van diens muziek in vele landen in Europa. In 1994, 100 jaar na diens dood, gaf hij een masterclass aan het Conservatorium van Sint-Petersburg dat door  Anton Rubinstein was opgericht. In 1996 wijdde hij de gerenoveerde Oude Zaal van de Tweede Kamer in met een compositie van Anton Rubinstein.

Marius van Paassen is hoofdvakdocent aan het ArtEZ Conservatorium in Enschede en geeft ook les aan zijn eigen ABC pianoschool in Amsterdam.

In 2014 verscheen de dubbel-cd Wonder, waarop Marius van Paassen eigen composities speelt.

Marius van Paassen componeerde

     4 orkestwerken

     3 kamermuziekwerken

     22 (series) pianowerken

- Laurel and Hardy in Chernobyl, 1988

- I wonder… ;nr. 1 tot 6, 2000

- Time spaces, 2000

- Sonata on freedom, 2006

- 6 preludes, 2008

- 4 dances, 2009

- 4 pieces of time, 2011

- Houellebecq, ;reading ;Lovecraft

- More peace

- Prelude

www.mariusvanpaassen.nl

 

Param Vir ;(*Delhi, India, 1952) komt uit een gezin waarin Indiase klassieke muziek de gewoonste zaak van de wereld was. Zijn moeder was dichter en zangeres. Vanaf zijn 9de jaar had Param Vir pianoles. Hij ging naar de Rooms Katholieke middelbare school en had vanaf zijn 14de ;privélessen van componist Hans-Joachim Koellreutter. Aan de Universiteit in Delhi studeerde Param Vir geschiedenis en filosofie, omdat er in India toch geen toekomst voor een componist was, maar in 1974 werd hij toch maar muziekdocent. In 1983 studeerde Param Vir compositie bij Peter Maxwell Davies in Dartington en in 1984 verhuisde hij naar Londen om bij Oliver Knussen aan de Guildhall School of Music and Drama ;te gaan studeren.

Param Vir componeerde

     4 opera’s 

- Snatched by the Gods, 1992

- Broken Strings, 1992

     6 orkestwerken

- Horse Tooth White Rock, 1994

     8 werken voor groot ensemble

     5 kamermuziekwerken

     4 (series) werken voor zangstem en instrumenten

- Ablaze voor sopraan en piano, op teksten van Rabindranath Tagore: “Gitanjali”, vertaald door William Radice, 2013

     1 koorwerk

     3 pianowerken

     5 werken voor een ander solo-instrument

 

Robert (Rob) Wiffin (1952?) begon zijn muzikale carričre als trombonist in de brassbands van het Leger des Heils en was later trombonist in het National Youth Orchestra of Great Britain. Hij studeerde aan het Royal College of Music te Londen. Toen hij afstudeerde werd hij als lid van de Royal Air Force Music Services 1e trombonist in de Central Band of H.M. Royal Air Force. In 1982 werd hij kapelmeester van de Band of the RAF Regiment. In 1985 werd hij dirigent van de Western Band of the Royal Air Force te RAF Locking, in de buurt van Weston-super-Mare. Later werd hij benoemd tot dirigent van de Central Band of H.M. Royal Air Force. In 1998 werd hij benoemd tot 1e directeur van de muziek van de Royal Air Force.

Nadat hij afscheid nam als chefdirigent van de Central Band of H.M. Royal Air Force werd hij in 2007 tot professor in HaFa-diriectie aan de Royal Military School of Music "Kneller Hall" in Twickenham benoemd.

In 2002 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van het Britse Rijk (OBE) voor zijn muzikale verdiensten in de Royal Air Force.

Rob Wiffin componeerde

     25 werken voor harmonie-orkest

- The White Russian, voor harmonieorkest

     1 kamermuziekwerk