Componisten

uit 1954

 

Thomas Henri Maria (Tom) Löwenthal (*Amsterdam, 12 januari 1954) is de vijfde van zeven kinderen uit een muzikaal huisartsengezin te Amsterdam. Zijn grootvader was hoofdvakdocent muziektheorie aan het Amsterdamse conservatorium en kerkorganist. Zijn eerste muzieklessen kreeg Tom Löwenthal van Jezuďet, muziekleraar en koordirigent Bernard Huijbers. Na de HBS studeerde Tom Löwenthal muziek en compositie aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek (NIK), en aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Al tijdens zijn studietijd schreef Tom Löwenthal muziek bij kerkliederen van Huub Oosterhuis en muziek bij liederen en cd’s van andere dichters en dichteressen. Tom Löwenthal is dirigent van het koor van de Amsterdamse Studentenekklesia,

Tom Löwenthal heeft twee kinderen, een zoon uit 1998 en een dochter uit 2007; hij was getrouwd met dominee Petra Kerssies te Wadenoijen. Zij overleed op 17 oktober 2011 bij een verkeersongeval. Zijn jongste broer Luc Löwenthal dirigeert en componeert eveneens.

Tom Löwenthal componeerde

     opera’s

- 'Ben je thuis voor het donker', 2014, voor de herdenking van het vergissingsbombardement op Nijmegen in februari 1944-

- Het namenschip,  2015, libretto Henri Swinkels, gebaseerd op het gelijknamige schilderij van jeroen Bosch, voor koor, solisten, orkest en band (piano, keyboard, gitaar en slagwerk)

     theatermuziek

     kerkelijke werken, veelal op teksten van Huub Oosterhuis.

- 'Missa Solemnis',

- 'Die de aarde boetseerde'

- 'Die mij droeg', 2001

- “Dodenvesper”, 2009, 16-delig werk voor solisten, koor, piano, orgel en viool

     kerkliederen 

 

Jan Sandström (*Vilhelmina, Lapland, Zweden, 25 januari 1954) groeide op in in Stockholm. Hij studeerde aan de Luleĺ Technische Universiteit Piteĺ Muziekschool van 1974 tot1976 en daarna 1984 aan het Koninklijk Muziekcollege in Stockholm muziektheorie en en compositie bij Gunnar Bucht, Brian Ferneyhough en Pär Lindgren.

Hij werd in 1989 docent compositie aan de Piteĺ Muziekschool.

Jan Sandström componeerde

     42 orkestwerken

- Motorbike Concerto voor trombone en orkest, 1989, als Motobike Odyssey herzien in 2002

     6 opera’s

     4 balletten 

- En Herrgĺrdssägen (de sage van een landgoed), 1987

     8 werken voor zangstem(men), (koor) en orkest

- Frĺn Mörker till Ljus (van het duister naar het licht) voor vertellen bariton en orkest, 1991, op gedichten van Folke Isaksson.

- Ett svenskt Rekviem (Requiem), 2008 op een Zweedse tekst van Christine Falkenland.

     30 koorwerken

- Det är en ros utsprungen (Es ist ein Ros entsprungen) 8-stemmige koraalzetting.

     18 kamermuziekwerken

http://www.jansandstrom.com

 

Benedict Mason (*Engeland, 23 februari 1954), kreeg zijn opleiding aan het King’s College in  Cambridge van 1971-1975 en studeerde daarna filmregie aan het Royal College of Art van 1975 –1978). Pas in de loop van de 80‒er jaren ging Benedict Mason weer componeren.

Benedict Mason componeerde

     1 opera

     orkestwerken

     kamermuziekwerken

- strijkkwartet nr. 2

 

Michael Kevin Daugherty (Cedar Rapids, Iowa, Verenigde Staten, 28 april 1954) is de zoon van dansorkestslagwerker Willis Daugherty (1929 – 2012) en theaterzangeres en tapdanseres Evelyn Daugherty (1927-74). Michael Daugherty heeft vier broers, die allemaal actief zijn in de muziek.

Michael Daugherty leerde zichzelf op zijn achtste keyboard spelen, had vanaf zijn tiende pianoles en leerde ook drummen en tapdansen. Al gauw werd hij toetsenist in jazz-, rock- en funkbands in Iowa en werd leider, arrangeur en organist van muziekgroep The Soul Company. Van 1972 tot 1976 studeerde hij jazzpraktijk en compositie aan de Universiteit van Noord Texas in Dentonbij Martin Mailman and James Sellars. Vanaf 1976 studeerde in New York City compositie bij Charles Wuorinen aan de Manhattan School of Music. In zijn vrije tijd speelde hij piano in allerlei bands. In 1979 en 1980 studeerde Michael Daugherty compositie van computermuziek in Parijs bij Pierre Boulez aan het Institut de recherche et coordination acoustique/musique (IRCAM). In 1980 ging hij terug naar de Verenigde Staten en studeerde daar aan de Yale School of Music in New Haven, Connecticut bij Earle Brown, Jacob Druckman, Bernard Rands, Roger Reynolds en jazz-arrangeur Gill Evans. Van 1982 tot 1984 leefde Michael Daugherty in Amsterdam, waar hij in nachtclubs Ials pianist werkte. Ondertussen studeerde hij bij György Ligeti in Hamburg. Heen en weer reizen dus. In 1986 promoveerde Michael Daugherty tot Doctor in de filosofie aan de Yale School of Music in New Haven, Connecticut.

Van 1986 tot 1991 was Michael Daugherty assistent-professor voor compositie aan het Oberlin Conservatory of Music in Ohio. Van 1998–2009 werkte hij op de afdeling compositie bij de Universiteit van Michigan.

Michael Daugherty componeerde

     1 opera

     2 symfonieën

     23 concerten

     28 andere (series) werken voor orkest

     12 (series) werken voor harmonie-orkest

     5 werken voor zangstem(men) en orkest of kamerensemble

     18 kamermuziekwerken

     4 werken voor slagwerkgroep

     3 werken voor strijkkwartet en elektronica

     5 pianowerken

     3 werken voor een ander soloinstrument

www.michaeldaugherty.net

 

Judith Weir (*Cambridge, Engeland, 11 mei 1954), dochter van Schotse ouders, wat in haar composities nog wel te horen is, speelde al jong goed hobo en was lid van onder meer her het National Youth Orchestra of Great Britain. Zij kreeg privélessen compositie van John Tavener. Judith Weir studeerde tot 1976 aan het King's College van de Universiteit van Cambridge compositie bij Robin Holloway. Daarna werkte Judith Weir eerst als muziekdocente en muzikant in verschillende steden in Zuid-Engeland en al gauw als docente aan de Universiteit van Glasgow.

In 1990 verhuisde Judith Weir naar Londen en werd daar van 1995 tot 2000 artistiek directeur van het Spitalfields Festival. In 1995 kreeg Judith Weir een ridderorde: Commandeur (CBE). Tot 2004 was ze gastdocent aan de Harvard-universiteit in Cambridge (Massachusetts). Momenteel woont Judith Weir in Londen en doceert ze aan de Cardiff Universiteit in Cardiff.

In december 2007 kreeg zij de Queen’s Medal for Music uit de handen van Koningin Elizabeth, in 2014 volgde ze Sir Peter Maxwell Davies op als "Master of the Queen’s Music".

Judith Weir componeerde

     7 opera’s

     1 ballet

     2 theatermuziekwerken

     15 orkestwerken

     4 ensemblewerken

     18 werken voor (solisten), koor en orgel, orkest of andere instrumenten

     10 werken voor zangstem en orkest of instrument(en)

     21 (series) kamermuziekwerken

     9 pianowerken

     3 orgelwerken

 

Anders Hillborg (*Stockholm, 31 mei 1954) kreeg zijn eerste muzikale ervaringen als koorzangertje. Hij studeerde van 1976 tot 1982 contrapunt, compositie en elektronische muziek aan het Kungliga Musikhögskolan te Stockholm bij Gunnar Bucht, Lars-Erik Rosell, Arne Mellnäs en Pär Lindgren.

Vanaf 1992 is hij gastdocent aan het Musikhögskolan Malmö in Malmö, Zweden.

Anders Hillborg componeerde

     12 concerten

- concert voor viool, 1992

- Peacock Tales, Clarinet Concerto, 1998, opgedragen aan Martin Fröst. De klarinettist is gemaskerd en "speelt" een choreografie.

     17 orkestwerken

- Beast Sampler, 2014, hoog filmuziekgehalte, loopt uit op een muur van geluid

     12 koorwerken

- Mouyayoum voor gemengd koor, 1985

     31 kamermuziekwerken

- Himmelsmekanik - (Celestial mechanics) voor strijkorkest en slagwerk, 1985

     6 elektronische muziekwerken

     14 werken voor zangstem(men), (koor) en instrument(en)

- O Dessa Ögon, 2011, voor sopraan en strijkers, lyrisch

- Sirens, 2011, voor twee sopranen, gemengd koor (64 zangers) en groot orkest, dromerig en hypnotisch van atmosfeer

     1 werk voor harmonieorkest

     2 filmscores

     2 TVscores

 http://hillborg.com

 

Chiel Meijering (*Amsterdam, 15 juni 1954) ging de middelbare school naar het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en studeerde daar compositie, piano en slagwerk. Gitaar leerde hij zchzelf en compositieles had hij van Ton de Leeuw.

Chiel Meijering componeerde

     8 opera’s

- De laatste dagen van de mensheid, 1988,

- St. Louis Blues, 1994, libretto van Paul Binnerts

- Gershwin in Blue, libretto Lodewijk de Boer, 1998.

- Alzheimer, 2004, libretto verpleeghuisarts/filosoof Bert Keizer.

- Grenspost Zinnenwald, libretto Marjolein Bierens, 2009

- Blauwbaard, opera, voor 5 solostemmen, vrouwenkoor, hobo, strijkers, elektrische gitaar elektrische contrabas, slagwerk met vibrafoon; libretto Imme Dros, 2010; de machtige kasteelheer Blauwbaard geeft zijn jonge vrouw Judith de zeven sleutels van zijn sombere kasteel. Zij mag zes deuren openen, maar niet de zevende, want daarachter bevinden zich de vermoorde vrouwen van Blauwbaard. Wanneer Blauwbaard het kasteel verlaat, opent Judith toch de deur. Blauwbaards lakeien, Tochtlat en Stoppel, zorgen voor een lichte, ironische toets in het tragische verhaal; meeslepende , gevarieerde en swingende muziek.

     14 muziektheaterwerken

     1 ballet

- 'Ahnung des Endes', 1985,

     22 werken voor harmonie- en fanfare-orkest

     80 orkestwerken of werken voor groot ensemble

     11 werken voor strijkorkest

     12 werken voor zangstem en orkest of instrumenten

     7 koorwerken

     4 werken voor koor en orkest

     3 werken voor vocaal ensemble en piano of instrumenten

     1 werk voor gamelanensemble

     14 werken voor saxofoonorkest

     77 werken voor blazersensemble

     1 werk voor mandoline-ensemble

     honderden kamermuziekwerken of werken met klein ensemble (ook met elektronica)

- I hate Mozart , voor fluit, altsaxofoon, harp en viool, 1979

- I like rats but I don't like Haydn, voor saxofoonkwartet, 1981

- 88 werken voor blokfluiten, zie daarvoor, geschiedenis blokfluit 1, enkele componisten op alfabetische volgorde

+ 50 werken voor Eagle (moderne blokfluit, ontworpen door Adriana Breukink) en orkest

- Soprano's Lament voor Strijkorkest + Eagleblokfluit (alt), 2012

- Rock that flute voor Strijkorkest + Eagleblokfluit, 2012

- The Pied Piper voor Strijkorkest + Eagleblokfluit (alt), 2012

- Eagles commonly fly alone voor Strijkorkest + Eagleblokfluit, 2012

- Morning mist in Bergen voor Strijkorkest + Eagleblokfluit (alt), 2013

- The mask painted white voor Strijkorkest + Eagleblokfluit, 2013

- 100 strijkkwartetten

+ 'Bats from hell', 2002,

+ Girlsss-collection, 3 boeken, 1998 – 2007

- Storms and pains, 2014, voor cello-octet

     3 orgelwerken

     11 pianowerken

     140 werken voor 2 piano’s (4 boeken)

     2 klavecimbelwerken

     30 werken voor 1 of meer gitaren

     30 andere werken voor een  soloinstrument

     2 werken voor slagwerk 

www.hubiware.nl/chielmeijering.html

 

Stephan Adam, (*Freigericht-/Neuses, Duitsland, 4 juli 1954) studeerde in Frankfurt am Main aan de muziekhogeschool kerkmuziek. Daarna studeerde hij directie bij  Helmut Rilling en compositie bij Kurt Hessenberg en Hans Ulrich Engelmann. Sinds 1982 is Stephan Adam docent toonzetting, gehoorvorming, partituurspel en orgel aan de beroepsvakschool voor muziek in Bad Königshofen.

Stephan Adam componeerde

     4 orkestwerken

     12 werken voor harmonieorkest

     1 oratorium

     6 werken voor koor en instrumenten

     7 (series) koorwerken voor koor a cappella

     33 kamermuziekwerken

- "Incantation et Fugue burlesque", 2013, voor fluit en clavier, meesterwerk

     5 werken voor zangstem en orgel en/of andere instrumenten

     4 (series) pianowerken

     6 werken voor een ander solo-instrument

 

Elvis Costello (geboren als Declan Patrick Aloysius MacManus, *Londen, 25 augustus 1954), was de zoon van Lilian Alda en muzikant en bandleider Ross MacManus (geboren in Birkenhead, 1927–2011), .

In 1971 verhuisde Elvis Costello met zijn moeder naar Birkenhead, Cheshire. Daar vormde hij zijn eerste “band”, een folkduo Rusty, met Alan Mayes. Nadat hij zijn school had afgerond ging hij terug naar Londen, waar hij meteen een band vormde “Flip City” en trad daarmee op onder de naam D.P. Costello, een naam die hij van zijn vader overnam: die trad op onder de naam Day Costello.

In 1974 trouwde Elvis Costello met Mary Burgoyne. Ze hadden een zoon: Matthew.

In 1977 verscheen zijn eerste album, My Aim Is True, met muzikanten van de Amerikaanse band Clover. Zijn manager in die tijd: Jake Riviera, stelde voor dat hij de voornaam van Elvis Presley zou combineren met de artiestennaam van zijn vader. Vanaf dat moment is het Elvis Costello. In 1977 vormde Elvis Costello zijn eigen vaste begeleidingsband. The Attractions.

Elvis Costello werkte behalve met popmuzikanten ook met klassieke ensembles en muzikanten en met het Metropole Orkest. Zijn affiniteit met klassieke muziek komt ook tot uiting in het feit dat hij sinds kort albums uitbrengt op het klassieke platenlabel Deutsche Grammophon.

In 2005 schreef Costello een opera over het leven van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen in opdracht van de Royal Danish Opera in Kopenhagen.

Elvis Costello hertrouwde in 1986 met de bassiste van de band The Pogues, Caitlin O'Riordan. Dit huwelijk duurde 2002. In 2003 trouwde Elvis Costello voor de derde keer, met jazz-zangeres en pianiste Diana Krall. Zij kreeg in december 2006 een tweeling: Dexter Henry Lorcan en Frank Harlan James.

In 2007 werd Costello tijdens een benefietconcert met Clover herenigd om nummers van My Aim Is True te spelen.

In juli 2008 kreeg Elvis Costello een eredoctoraat in de Muziek aan de Universiteit van Liverpool.

Elvis Costello is vegetariër en voetbalfanaat.

Elvis Costello maakte

     1.136 songs

     32 studio-albums;

- The Juliet Letters is zijn 14de studio-album. Alle instrumentale muziek wordt gespeeld door het Brodsky Strijkkwartet. Alle teksten zijn van Elvis Costello: een aantal brieven aan Juliet Capulet, Shakespeares grootste liefdesheldin. Een cyclus van songs over liefde, leven en dood.

 

Pim Moorer (*Amsterdam, 22 november 1954) studeerde piano en gitaar en aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam theorie bij Theo van Essen, nieuwe muziek bij Harry Sparnaay, instrumentatie/Orkestratie bij Geert van Keulen en compositie bij Robert Heppener en Ton de Leeuw.

Pim Moorer woont afwisselend in Vlaanderen en Nederland en werkt daar als docent, arrangeur en producer.

Pim Moorer componeerde

     theatermuziekwerken

- Inner Music, 2002, op teksten van Peter Verhelst;

- A Wonderful Kind Of Liebestod, 2006, op teksten van Peter Verhelst;

     orkestwerken

- Nachspiel voor blokfluit, luit en barokorkest, 2014

     kamermuziek;

- Oh, my boy, voor strijkkwartet, blokfluit en sopraan, 2016

     koorwerken;

     liederen;

- Sellin Lieder, 1998, op teksten van de Berlijnse dichter Birger Sellin;

     filmscores.

 

Jan van Landeghem (*Temse, 28 november 1954) begon zijn muziekopleiding aan de Stedelijke Muziek-Academie van Sint-Niklaas bij Oscar van Daele (fluit) en Michel Peters (orgel). Daarna studeerde hij aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel orgel bij Paul Barras en Kamiel D'Hooghe, contrapunt bij Albert Delvaux, en koordirectie, muziekgeschiedenis en pedagogie. Bij Peter Cabus en André Laporte studeerde hij compositie. Aan het Conservatorium Maastricht studeerde hij katholieke kerkmuziek en orgel

Sinds 1976 doceert Jan van Landeghem compositie, orkestratie, instrumentatie en analyse aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel en sinds 1986 is hij directeur van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans te Bornem.

Jan van Landeghem leidde het kamerkoor Concinentes en richtte in 1983 het kamerkoor Cantores Vagantes op.

Jan van Landeghem is getrouwd met de violiste Jennifer Spanoghe.

Jan van Landeghem componeerde

     11 orkestwerken

- Epitaffio, 1993

     2 werken voor harmonieorkest

     1 requiem

     2 oratoria

     2 cantates

     7 (series) werken voor koor

     40 kamermuziekwerken

- Silent Scream, strijkkwartet,1991.

- Marcatissimo, pianokwartet, 2000

- Elgey for my mother,  voor altviool en orgel, 2011

- Tombeau for Utřya, 2012

     21 (series) liederen voor zangstem en piano of instrumenten

- Gezelle Triptiek, voor sopraan, basklarinet en piano, 1998

     9 orgelwerken

     3 pianowerken

     1 werk voor beiaard

     1 werk voor harp

     4 werken voor slagwerk

     1 filmscore

www.janvanlandeghem.be

 

Ernst Reijseger (*Bussum, 13 november 1954) begon met cellospelen toen hij zeven jaar oud was. Hij had les van Anner Bijlsma. Vanaf 1969 treedt Ernst Reijseger op als uitvoerend cellist en ook als improvisator samen met allerlei andere musici, dans- en theatergroepen. Hij speelt op een 4- en op een 5-snarige cello

In de jaren tachtig speelde Ernst Reijseger meer dan zes kamermuziek- en jazzige ensembles.

Eind jaren tachtig richtte Ernst Reijseger samen met saxofonist Michael Moore en drummer Han Bennink het Clusone Trio op. Ze namen 5 albums op, na tien jaar werd het trio opgeheven. Tegenwoordig (2014) treedt Reijseger vooral op met pianist Harmen Fraanje en de Senegalese vocalist Molla Sylla in het trio Reijseger, Fraanje, Sylla.

In 1985 kreeg Ernst Reijseger de Boy Edgar Prijs. In 1995 won hij de Bird Award op het North Sea Jazz Festival. In 2010 kreeg hij een Edison ‘Hedendaags Klassiek’ voor zijn tweede solo album ‘Tell Me Everything’. In 2014 maakte Ernst Reijseger het soloalbum "Chrystal Palace".

Ernst Reijseger componeerde

     concerten voor cello en orkest

     kamermuziekwerken

     vocale werken voor koor en instrumenten

     werken voor een soloinstrument

     5 filmscores

- My son, my son, what have ye done, regie David Lynch

- ‘C’est déjŕ l’Été’, regie Martijn Maria Smits het Gouden Kalf voor beste filmmuziek 2010

www.ernstreijseger.com

 

Richard Blackford (*Londen, Engeland, 1954) studeerde compositie bij Elisabeth Lutyens en aan de Royal College of Music. Richard Blackford was in de 1970-er jaren een tijdlang assistent van Hans Werner Henze in Italië, voordat hij aan zijn eigen produkties begon.

Richard Blackford componeerde

     1 multimediaspektakel

     2 opera’s

     8 werken voor koor, (solisten) en orkest of ensemble

Voices of Exile, 2001, voor koor, jeugdkoor, solisten en ensemble

     8 werken voor koor a cappella of met orgel- of pianobegleiding

     3 orkestwerken

- symfonie “The great Animal Orchestra” 2014, voor orkest en geluidsopnames

     1 concert

     2 werken voor groot ensemble

     3 kamermuziekwerken

     3 werken voor solozangers

     2 werken voor een instrument solo

     80  film- en TVscores

www.blackford.co.uk

 

Umberto Bombardelli (*Milaan, Italië, 1954) studeerde orgel, compositie, koordirectie een Gregoriaans aan het Ambrosiaans Pontificaal Instituut voor Religieuze Muziek in Milaan. Daarna studeerde hij aan het Giuseppe Verdi Conservatorium in Milaan orgel en orgelcompositie bij Luigi Benedetti en compositie bij Pippo Molino en Niccolň Castiglioni.

Umberto Bombardelli componeerde

     3 orkestwerken

     1 koorwerk

     1 werk voor sopraan, kamerkoor en strijkorkest

     60 kamermuziekwerken (ook met zangers)

- Zauberflöten, kleine studie nr 7 voor twee sopraanblokfluiten

     13 orgelwerken

     17 pianowerken

     10 werken voor een ander instrument solo

 

Ulli Götte (*Kassel, Duitsland, 1954) studeerde van 1975 tot 1983 muziekwetenschap en schoolmuziek en in 1980 en 1981 compositie bij Edward Cowie. Van 1984 tot 2000 werkte hij aan de Universiteiten van Kassel, Oldenburg en Hildesheim. In 1988 promoveerde op een proefschrift over muziektheoreticus en componist Josef Matthias Hauer. In 1997 organiseerde Ulli Götte het eerste Duittse Minimal Music Festival. In april 2014 had het ondertussen “Internationale” Minimal Music Festival voor de 9de keer plaats. Ulli Götte woont momenteel in Kassel en werkt daar als componist, muziekwetenschapper en muzikant. In 2002 kreeg hij de “Kulturpreis” van de stad Kassel.

Ulli Götte componeerde

     1 opera

     2 klankinstallaties

     12 orkestwerken

     3 werken voor orkest en (zang)stemmen en of koor

     7 werken voor gamelan–ensemble

     3 werken met betrekking tot Afrikaanse muziek

     1 werk glas–instrumentarium

     4 strijkkwartetten

     32 andere kamermuziekwerken

- "Mural", 2007, voor blokfluit en marimba

     4 koorwerken

     11 werken voor soloinstrumenten

 

Máté Hollós (*Boedapest, Hongarije, 1954) is de zoon van auteur Louis Hollós Corvinus en dichteres Esther Toth. Máté Hollós studeerde aan de Liszt Muziekacademie in Boedapest compositie bij Emil Petrovich. In 1989 vestigde hij Muziekuitgeverij Akkord, de eerste privé-uitgeverij in Hongarije.

Máté Hollós componeerde

     1 oratorium

     9 orkestwerken

- pianoconcert , ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Verenigde Naties. 

     40 (series) kamermuziekwerken

- Three Pieces for Trumpet and Piano

     6 koorwerken

     12 (series) liederen voor zangstem en piano of andere instrumenten

     25(series)  werken voor een solo-instrument

     4 electro-akoestische werken

 

Oliver John Kentish (*Londen, Engeland, 1954) studeerde van af zijn twaalfde cello en componeerde al zowat vanaf zijn geboorte. Hij speelde in verscheidene schoolorkesten en studeerde vanaf 1973 aan de Royal Academy of Music in Londen onder meer cello bij Vivian Joseph. In 1977 verhuisde Oliver Kentish naar Reykjavik, IJsland, waar hij 1ste cellist werd in het IJslands symfonie-orkest. In 1989 kreeg hij de IJslandse nationaliteit. Hij is getrouwd, heeft een dochter en een kleindochter, speelt cello, geeft les, en componeert.

Oliver Kentish componeerde

     orkestwerken

- Mitt Folk, 1993 ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van IJsland als republiek

     koorwerken

     werken voor zangstem en begeleidingende instrumenten

     kamermuziek

- Prelude and Fugue voor tien altviolen, 2008

- Leyndir Dansar (Verborgen Dansen), 2012, voor harp en percussie

http://oliverkentish.is

 

Joseph Makholm (*Californië, Verenigde Staten, 1954) verhuist in 1972 naar Milwaukee. Vanaf 1977 studeerde hij aan het New England Conservatorium in Boston. Na zijn afstuderen in 1982 vertrok hij naar Parijs, waar hij nog steeds leeft als jazzpianist en trombonist. Joseph Makholm doceert jazzcompositie, arrangeren en jazzgeschiedenis aan de Bill Evans Piano Academy en jazz piano an de Schola Cantorum. Joseph Makholm treed nog regelmatig op, solo, in duo en trioverband en met het Paris Jazz Repertory Quintet.

Joseph Makholm componeerde

     6 werken voor groot ensemble of orkest

     3 suites voor jazzseptet

     26 kamermuziekwerken (ook jazzig)

- sonata voor fluit en piano, 2005

     15 series werken voor piano

     1 serie werken voor een basklarinet solo 

www.josephmakholm.com

 

John Musto (*Brooklyn, New York, Verenigde Staten, 1954) studeerde aan de Manhattan School of Music. Hij werkte daarna op allerlei manieren als pianist en componist in relatie met muziekgezelschappen en muziekorganisaties.

In 1984 trouwde John Musto met sopraan Amy Burton. In 1994 kregen ze een zoon: Joshua

John Musto componeerde

     4 opera’s

     4 orkestwerken

     3 werken voor zangstem en orkest

     3 kamermuziekwerken

     3 vocale kamermuziekwerken

     2 koorwerken

     25 (series) liederen voor zangstem en piano

     4 (series) pianowerken

www.johnmusto.com

 

Pieter Smithuijsen (*1954) werkt vanaf  1985 als contrabassist in het Asko/Schönberg Ensemble. Hij speelde in verschillende orkesten en bij de Nederlandse Opera.

Sinds 4 jaar componeert Pieter Smithuijsen. Vanaf 2013 studeert hij daarvoor bij David Dramm. Pieter Smithuijsen woont Amsterdam en in Etang sur Arroux (Bourgondië).

Pieter Smithuijsen componeerde

     1 orkestwerk

     6 kamermuziekwerken

- Inblazen, uitblazen, 2013, voor saxofoonkwartet.

http://pietersmithuijsen.nl