Componisten

geboren in 1960

 

George Benjamin (*Londen, 31 januari 1960) doorliep de Westminster School in Londen.  Daarna studeerde hij aan het Parijse conservatorium in de jaren 70 bij Olivier Messiaen. George Benjamin sloot zijn studie af aan het Royal College of Music bij Alexander Goehr.

George Benjamin gaf 16 jaar lang compositie aan het Royal College of Music, London. Sinds 2001 is hij leraar compositie aan het King's College te Londen. Hij treedt ook vaak op als dirigent van het "London Sinfonietta" - orkest.

George Benjamin componeerde

     2 opera’s

- Into The Little Hill, libretto Martin Crimp, 2006

- Written on Skin, libretto Martin Crimp, 2012, naar aanleiding van een Middeleeuwse legende; een driehoeksverhouding (twee mannen,één vrouw) leidt tot moord, waarna de moordenaar het hart van zijn slachtoffer voor zijn vrouw als hoofdgerecht op tafel zet. De dappere vrouw zegt dat zij het wel lekker vindt. Buitengewoon verfijnde klanken van hoog kunstzinnig gehalte.

     11 orkestwerken

- Ringed by the Flat Horizon, 1980, terwijl hij nog student was, uitgevoerd op de Proms

- Sudden Time, 1993

- Three Inventions voor kamerorkest, 1995

- Dance figures, 2004, 9 choreografische schetsen voor orkest

III. In the mirror, polyfoon werkje

- Duet voor piano en orkest, 2008

- Antara voor ensemble en electronica, 1987

     kamermuziekwerken

     5 werken voor zangstemmen en koor en/of instrumenten

- Dream of the Song, liedcyclus van zes liederen voor countertenor, vrouwenkoor en orkest op teksen van Solomon Ibn Gabirol, Samuel HaNagid en Federico García Lorca,  2015

     6 pianowerken

 

Kōji Ueno (*provincie Chiba, Japan, 1 februari 1960) studeerde aan de muziekafdeling van de kunstfaculteit van de Universiteit in Nihon en werkte na zijn afstuderen met verschillende avant-garde muziekgroepen. Recent (2007) vormde hij de musicalgroep Netszo & Gansaku.

Kōji Ueno componeerde

     theatermuziekwerken

     kamermuziekwerken

- Quartetto Pastorale voor blokfluitkwartet

     filmscores

- The Last Emperor samen met componist Ryuichi Sakamoto

     TVscores

- The Pale Cast of Thought, 1995.

- Fantastic Children, 2004.

 

Jonathan Larson (White Plains, New York, Verenigde Staten, 4 februari 1960 - New York City, 25 januari 1996) was de zoon van Joodse ouders: Allan en Nanette Larson. Jonathan Larson was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in muziek, zong in het schoolkoor en speelde trompet, tuba en piano. Jonathan Larson volgde de Adelphi Universiteit in Garden City, New York, terwijl hij ook al in allerlei theaterstukken meespeelde. Als student componeerde hij voor studentencabaretproducties. Na zijn studie werkte Jonathan Larson tien jaar lang in het weekend als kelner in een restaurant en door de week als schrijver van musicals. In zijn musical One tick, tick... BOOM! is het lied "Sunday" een eerbetoon aan Stephen Sondheim, die hem daarvoor en daarna altijd gesteund en ondersteund heeft. Jonathan Larson kon het succes van zijn laatste musical RENT niet meemaken: hij stierf op 25 januari 1996 aan een bloeding in zijn aorta.

Jonathan Larson componeerde

     4 musicals,

- Sacraimmorality, 1981, Jonathan Larsons’ eerste musical, werd in de jaren '80 opgevoerd onder de titel Saved! - An Immoral Musical on the Moral Majority

- Superbia, 1990, futuristische rockmusical, gebaseerd op George Orwells 1984, maar de erven Orwell gaven hem geen toestemming om het in produktie te brengen. Hij moest het eerst behoorlijk aanpassen.

-Tick, Tick... BOOM!, begonnen als rock-monoloog: Boho Days. Later werd de titel 30/90 en nu staat het bekend onder de titel Tick, Tick... BOOM. Het werk was een reactie op het weigeren van de produktie van zijn musical Superbia.

- RENT, een moderne versie van La Bohème, libretto Billy Aronson 1988. In 1991 vroeg Jonathan Larson Billy Aronson of hij het project helemaal voor zichzelf mocht maken, omdat hij ook ervaring uit zijn leven er in wilde stoppen. De musical werd een enorm succes.

     muziek voor theaterprodukties

     TVscores

     muziek voor Sesam Straat,

     kinderboekcassettes

     songs

 

Kamran N. Ince (*Glendive, Montana, Verenigde Staten, 6 mei 1960) verhuisde met zijn familie op zesjarige leeftijd naar Turkije. Vanaf zijn tiende, in 1971, studeerde Kamran Ince cello en piano aan het Ankara staatsconservatorium. Hij studeerde er ook compositie bij İlhan Baran. Vanaf 1977 studeerde hij compositie bij Muammer Sun aan de Universiteit van Izmir. In 1978 ging hij terug naar de Verenigde Staten en studeerde daar verder aan het Oberlin College in Ohio in 1980. Hij rondde zijn studies af aan de Eastman School of Music, piano bij David Burge en compositie bij Joseph Schwantner, Christopher Rouse, Samuel Adler en Barbara Kolb.

In 1990 werd Kamran Ince docent aan de Universiteit van Michigan. Vanaf 1992 doceert hij compositie aan de Universiteit van Memphis. Daarnaast stichtte Kamran Ince het Centrum voor Voortgezet Onderzoek in Muziek aan de Technische Universiteit in Istanbul. Vanaf 1999 geeft hij daar leiding.

Kamran Ince componeerde

     20 orkestwerken

     11 kamermuziekwerken

- Songs in other Words, 2014, voor blokfluitist (sopranino, alt, bas), melodica, piano, viool/altviool en cello, hertaling van 7 van Mendelssohns Lieder Ohne Worte

3. Obsession  ( Mendelssohn opus 38/5)

6. Lost happiness

7. Dance of rebels (eigen werk)

     9 pianowerken 

www.kamranince.com

 

Mark-Anthony Turnage (*Corringham, Groot Brittannië: 10 juni 1960) studeerde bij Oliver Knussen en John Lambert aan het Royal College of Music in Londen. Tijdens het Tanglewood Music Festival studeerde hij bij Gunther Schuller en Hans Werner Henze. Een belangrijk mentor voor hem was Hans Werner Henze, die hem als leider van de "Münchener Biennale" in 1988 de compositieopdracht voor zijn eerste opera Greek gaf. De première van dit werk was een triomf en de daarop volgende uitvoeringen van de opera in de hele wereld maakte Mark-Anthony Turnage spoedig als kunstenaar en componist bekend.

Van 1989 tot 1993 was Mark-Anthony Turnage als componist verbonden aan het City of Birmingham Symphony Orchestra onder leiding van Sir Simon Rattle.

Sinds 2000 is hij als componist verbonden aan het BBC Symphony Orchestra.

Tegenwoordig (2015) is Turnage docent compositie aan het Royal College of Music.

Mark-Anthony Turnage componeerde

     5 opera’s

- Greek,1988, in opdracht van Hans Werner Henze voor de “Münchener Biennale”, libretto de componist en Jonathan Moore, naar een toneelstuk van Steven Berkhoff, een doorslaand succes, waardoor Turnage al snel een wereldberoemde componist werd.

- The Silver Tassie, 1999, libretto Amanda Holden, naar een toneelstuk van Seán O’Casey, tweemaal bekroond

- Anna Nicole, 2010, opera in twee bedrijven, 16 scènes, libretto Richard Thomas “Jerry Springer”,  over het tragische leven van playgirl Anna Nicole. Mooie toegankelijke muziek.

     3 balletten

     1 toneelmuziekwerk

     24 orkestwerken

- Three Screaming Popes, 1989, naar een tekst van Francis Bacon

- Momentum, 1991

- Drowned Out, 1993

- Blood on the Floor, 1996 voor jazzkwartet en orkest

- Scherzoid, 2004

- Passchendaele, 2013, geschreven als herdenking aan de Eerste Wereldoorlog  premiere 14 oktober 2014 in Brugge, België.

     17 concerten voor instrumenten en orkest

- Bass Inventions, voor contrabass en groot ensemble, 2000

- On opened Ground, 2001, voor altviool en orkest

- Scorched, voor jazztrio en orkest, 2002

     1 werk voor harmonieorkest

     30 kamermuziekwerken

     6 werken voor koor en orkest of piano of instrumenten

     1 werk voor koor a cappella

     9 werken voor zangstem(en) en orkest of ensemble of instrument

     1 werk voor piano

 

Georg Hajdu (*Göttingen, Duitsland, 21 juni 1960) is geboren uit Hongaarse ouders die in 1956 hun land hadden moeten ontvluchten. Hij studeerde in Keulen moleculaire biologie aan de Universiteit en compositie aan de Keulse Muziekhogeschool en daarna aan de Universiteit van Californië, Berkeley, waar hij nauw samenwerkte met het Centrum voor Nieuwe Muziek en Audio Technologie (CNMAT). Georg Hajdu had les van Georg Kröll, Johannes Fritsch, Krzysztof Meyer, Clarence Barlow, Andrew Imbrie, Jorge Liderman, David Wessel en György Ligeti.

In 1996 richtte Georg Hajdu met zijn vrouw, pianiste Jennifer Hymer, het ensemble WireWorks op, gespecialiseerd in uitvoeringen van muziek gemengd met media.

Georg Hajdu componeerde

     1 opera

- Der Sprung - Beschreibung einer Oper, 1999, libretto auteur en filregisseur Thomas Brasch.

     2 installaties

     1 orkestwerk

     6  kamermuziekwerken

     1 kamermuziekwerk met electronische instrumenten

     1 werk voor elektronisch ensemble

     1 werk voor netwerkensemble

     2 werken voor (zang)stem, ensemble en electronica

     1 kamermuziekwerk met multimedia

     5 kamermuziekwerken met elektronica (en video)

     5 pianowerken (ook voor disklavier, piano die zonder pianist op electronica kan spelen)

     5 werken voor soloinstrument en elektronica

- Tsunami, voor blokfluit en live electronica, 2006

- A Fifth Circle, 1994 voor altfluit met delay

     1 werk voor elektronisch solo-instrument

http://georghajdu.de

 

Frank Crijns (*Sint Pieters-Woluwe, België, 12 juni 1960) studeerde compositie aan het Rotterdams Conservatorium bij Peter-Jan Wagemans en Klaas de Vries. Frank Crijns speelt en componeert eigentijdse en geïmproviseerde muziek.

Frank Crijns componeerde

     2 muziek en soundscape installaties

     3 werken voor orkest of groot ensemble

     2 werken voor bigband

     26 (series) kamermuziekwerken, ook met elektronica

- Tri,  voor piano, fluit en basklarinet, 1995

     1 werk voor koor en instrumenten

     5 (series) werken voor (zang)stem(men) en instrumenten

     1 werk voor carillon

     3 gitaarwerken

     4 werken voor een ander  instrument solo, ook met elektronica

- Slug, voor klassiek gitaar en volumepedaal, 2004, gereviseerd in 2012

- Merge,  voor bassaxofoon en tape, ook in een versie voor basklarinet en tape, 2006

     3 werken voor slagwerkers

     7 werken voor live elektronica

     1 filmscore 

www.frankcrijns.nl

 

Detlev Glanert (*Hamburg, Duitsland, 6 september 1960) leerde op zijn 11de trompet spelen en studeerde vanaf zijn twintigste compositie bij Diether de la Motte, Günter Friedrichs, Frank Michael Beyer en 4 jaar bij Hans Werner Henze in Keulen.

Detlev Glanert componeerde

     10 opera’s

- Der Spiegel des großen Kaisers, 1995,

- Caligula, 2006, libretto Hans-Ulrich Treichel naar het gelijknamige drama van Albert Camus.

- Das Holzschiff, 9 oktober 2010, libretto naar de gelijknamige roman van Hans Henny Jahnn

     3 andere theaterwerken

     3 symfonieën

     5 concerten

     17 andere orkestwerken

- Insomnium, 2010, Adagio voor groot orkest

- Frenesia, afgezwakte nazaat van het expressionisme

- Concertgeblaas, 2014, voor koperblazers en slagwerk

     12 (series) werken voor zangstem(men) en orkest

     3 werken voor koor en orkest of ensemble

     2 koorwerken a cappella

     2 werken voor sopraan en ensemble

     27 kamermuziekwerken

     6 werken voor zangstem(men) en piano

     6 pianowerken

     2 werken voor een ander soloinstrument

 

Annie Gosfield (Philadelphia, Verenigde Staten, 11 september 1960) werkt veel met combinaties van gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. Bij haar composities werkt ze graag met de opdrachtgevende musici samen. Annie Gosfield doceerde compositie aan het Mills College in 2003 en 2005. Ze heeft een aantal essays over muziek gepubliceerd. Annie Gosfield woont in New York

Annie Gosfield componeerde

     1 multimedia-installatie

     2 muziektheaterwerk

     2 concerten

     3 andere orkestwerken

     28 kamermuziekwerken

- The Blue Horse Walks  on the Horizon, voor strijkkwartet, 2010,  geïnspireerd door gecodeerde radio boodschappen uit de Tweede Wereldoorlog

     13 werken voor piano of keyboard

     11 werken voor een ander instrument solo

     17 werken met sampler

     15 werken met elektronica

www.anniegosfield.com

 

Edwin Schimscheimer (*Amsterdam, 15 september 1960) werd geboren in de Watergraafsmeer, Linneaushof 57, in Amsterdam Oost. Hij was de oudste zoon van Greet Bieringa en Loek Schimscheimer en kreeg nog twee broers.

Met zijn broer Marcel speelde  hij vanaf zijn zestiende hij in de groep Martin Dairy, waarmee hij prijzen won en een platencontract kreeg.

In 1980 ging Edwin Schimscheimer piano studeren aan het conservatorium in Tilburg, maar na een jaar hield hij dat voor gezien. Zijn band Martin Dairy viel in 1981 uit elkaar, en hij begon een studie piano en arrangeren aan het conservatorium in Hilversum.

In 1984 stopte hij met zijn studie en verliet het conservatorium zonder diploma. Hij werd piano- en keyboardbegeleider van verschillende sterren zoals Berdien Stenberg en  René Froger. In 1992 schreef Edwin Schimscheimer twee liedjes voor het Nationaal Songfestival. Humphrey Campbell werd met Wijs Me De Weg negende op het Eurovisie Songfestival.

in 1994 werd hij pianist en orkestleider van de band van Willeke Alberti.

In 2000 en 2001 was hij orkestleider van Herman Brood, wanneer die toerde met een Big Band. 

Edwin Schimscheimer componeerde/arrangeerde

     4 musicals

- Franciscus, Troubadour Van God, 2009, ook in het Duits vertaald en uitgevoerd.

     7 theatermuziekwerken

     17 (series) liedjes en songs

     11 TVscores

     4 musicalarrangementen

- Nijntje, tekst  Ivo de Wijs.

- Nijntje Gaat Op Vakantie

www.edwinschimscheimer.nl

 

Arne Werkman (*Den Haag, 3 oktober 1960) is een kleinzoon van de kunstenaar Hendrik Werkman. Hij is in Den Haag geboren, maar groeide op in Genève en in Frankrijk. Hij studeerde muziek aan het Conservatoire de Genève, en  Musicologie en Letteren aan de Université de Genève. Vanaf 1994 studeerde hij bij Tristan Keuris aan het Utrechts Conservatorium, en ging toen maar niet meer weg uit Nederland.

Van 2003 tot 2005 doceerde hij muziekgeschiedenis en -theorie aan het Hellendaal Vioolinstituut in Rotterdam.

Arne Werkman componeerde

     orkestwerken

     werken voor grote ensembles

     opera’s

- 7 pocketopera’s

     kindermusicals

     kamermuziekwerken

- Quatre mouvements, opus 59, voor vier altviolen

- Suite voor altviool en piano, 2011, deel 3: Pavane, ook bewerkt voor altviool en strijkorkest.

     werken voor soloinstrument

     werken voor zangstem en instrumenten

 

Piet Swerts (*Tongeren, België, 14 november 1960) studeerde van 1974-1985 aan het Lemmensinstituut te Leuven piano bij Robert Groslot en Alan Weiss en compositie.

In 2011 promoveerde Piet Swerts magna cum laude aan de Faculteit voor Architectuur en Kunsten van de Katholieke Universiteit van Leuven op het proefschrift "Imitatie en emulatie: het L'homme armé-corpus in heden en verleden als inspiratiebron voor een vernieuwde toonspraak".

Hij doceert sinds 1982 piano, muziekanalyse en compositie aan het Lemmensinstituut (2015).

Piet Swerts componeerde

     2 opera’s

     3 oratoria

     9 andere werken voor koor, (solisten) en piano of orkest

     37 orkestwerken

     22 werken voor harmonie- en fanfare-orkest

     6 koorwerken cappella

     37 kamermuziekwerken

- Three Gadgets, voor blokfluitkwartet, 1998 

- Motion voor 4 sopraanblokfluiten en klavecimbel, 2003

     14 (series) liederen voor zangstem en piano of klein orkest

     2 orgelwerken

     35 (series) pianowerken

www.pietswerts.be

 

Osvaldo Noé Golijov (*La Plata, Argentinië, 5 december 1960) is afkomstig uit families die in de jaren twintig van de twintigste eeuw uit Roemenië en de Oekraïne naar Argentinië waren geëmigreerd.

Osvaldo Golijovs Roemeense moeder was pianolerares, zijn Oekraïense vader arts. Osvaldo Golijov studeerde piano op het conservatorium in La Plata en compositieleer bij Gerardo Gandini.

In 1983 verhuisde Osvaldo Golijov naar Israël en studeerde bij Mark Kopytman aan de Jerusalem Rubin Academy. In 1985 trouwde Osvaldo Golijov. In 1986 ging hij naar de Verenigde Staten, waar hij bij de Amerikaanse componist George Crumb aan de Universiteit van Pennsylvania studeerde.

Osvaldo Golijov doceert sinds 1991 aan het College of the Holy Cross in Worcester, Massachusetts.

Osvaldo Golijov componeerde

     1 opera

- Ainadamar, 2003

     2 werken voor solisten, koor en orkest

- La Pasión según San Marcos, (Marcuspassie) 2000, voor solisten, koor en orkest, onconventionele en swingende passie

     17  kamermuziekwerken

- Last Round, 1996, nonet voor dubbel strijkkwartet en contrabas. Tangomuziek als eerbetoon aan Astor Piazolla.

- The Dreams and Prayers of Isaac the Blind, 1994, voor klezmerklarinet en strijkkwartet, geïnspireerd door een Joodse rabbi die leefde omsreeks 1200 en die alle kon voorspellen uit de letters van het Hebreeuwe alfabeth. Muziek uit een andere wereld.

     9 (series) werken voor zangstem en instrument(en)

- Ayre, 2004, zangcyclus voor sopraan en muziekensemble, diverse Sefardische en Arabische teksten

     3 werken voor een instrument solo

- Omaramor, 1991 , tango voor cello solo

     4 filmscores

- Youth Without Youth, regie Francis Ford Coppola, 2007

- Tetro, regie Francis Ford Coppola, 2009.

www.osvaldogolijov.com

 

Martin Butler (*Romsey, Hampshire, Engeland, 1960) studeerde aan de Universiteit van Manchester, het Koninklijk Noordelijk Muziekcollege en tot 1987 aan de Princeton Universiteit in de Verenigde Staten. Martin Butler studeerde ook enkele weken compositie in Tempo Reale, de studio van Luciano Berio in Florence.

Martin Butler is de broer van auteur Charles Butler en een neef van de voormalige koninklijke butler Paul Burrell.

Martin Butler componeerde

     3 theatermuziekwerken

     6 orkestwerken

     22 kamermuziekwerken

- Chanterelle, 2010, voor blokfluitkwintet

     5 vocale werken

     7 electro-akoestische werken

 

Gerald Cohen (*New York, Verenigde Staten, 1960) volgde een muziekopleiding aan de Yale University, die hij in 1982 afrondde. Daarna studeerde hij verder tot 1993 compositie aan de Colombia Universiteit bij Jack Beeson, Mario Davidovsky, George Edwards, en Andrew Thomasy. Ondertussen werkte hij als cantor, waarvoor hij ook nog studeerde bij Jacob Mendelson.

Op het moment (2015) woont Geralds Cohen in Yonkers, New York en is hij cantor aan de Shaarei Tikvah in Scarsdale, New York. Daarnaast doceert Gerald Cohen aan het Jewish Theological Seminary en het Hebrew Union College.

Gerald Cohen componeerde

     3 opera’s

- Sarah and Hagar, 2008, gebaseerd op de geschiedenis in het Bijbelboek Genesis.

- Seed, (2011, opera in één bedrijf.

- Steal a Pencil for Me,  2013, gebaseerd op een waargebeurde liefdesgeschiedenis in een concentratiekamp in de Tweede wereldoorlog.   

     5 (series) orkestwerken

     14 kamermuziekwerken

- Variously Blue: Trio voor klarinet, violin en piano, 2009 

- Sea of Reeds: Vijf Hebreeuwse liederen voor twee klarinetten en piano, 2009 

- Preludes en Debka, voor klarinet en strijkkwartet,  2009

- Grneta Variations, voor twee klarinetten en piano, 2010

     22 (series) koorwerken

     8 (series) werken voor zangstem en piano

     20 werken voor gebruik in de synagoge. 

http://geraldcohenmusic.com

 

Philippe Goudour (*Frankrijk, 1960) studeerde blokfluit bij Bernard Huneau, Jean Pierre Nicolas, Sebastian Marcq, Robin Troman en Pierre Hamon. Na zijn studie legde hij zich toe op onderwijs geven en componeren. Philippe Goudour schreef ook enkele literaire nouvelles en een filosofisch essay. Hij is ook beeldhouwer.

Philippe Goudour componeerde

     8 opera’s voor kinderen

     9 kwartetten voor fluiten of blokfluiten

     4 (series) werken voor fluit(en) of blokfluit(en) en piano

     3 series etudes voor fluit en/of blokfluit

- 21 études chantantes et rythmées, voor fluit of altblokfluit, 2012

 

Brant Karrick (*1960) studeerde muziekpedagogiek aan de  Universiteit van Louisville en compositie aan de Western Kentucky Universiteit bij David Livingston, Steve Beck en Cecil Karrick. Brant Karrick is directeur van de Bands aan het Northern Kentucky University. Hij stelt het hele bandprogramma vast van de Symphonic Winds, de Concert Band en de Basketball Pep Band. Hij doceert ook orkestdirectie en muziekpedagogiek. Brant Karrick en zijn vrouw Amy hebben vier kinderen: Connor, Molly, Ross en Natalie.

Brant Karrick componeerde

     25 werken voor harmonieorkest 

- Bayou Breakdown

 

Guillermo Lago (*1960) is Willem van Merwijk, als hij componeert. Willem van Merwijk  studeerde klassiek saxofoon aan het Utrechts Conservatorium bij Ed Bogaard, André Hemmers en Iwan Roth en behaalde daar zijn diploma's Docerend en Uitvoerend Musicus en de aantekening Lichte Muziek. Willem van Merwijk is (bariton)saxofonist. In 1982 was hij medeoprichter van het Aurelia Saxophone Quartet. Sinds 1990 is hij medewerker van het Nederlands Blazers Ensemble. Willem van Merwijk was in 2007 ook medeoprichter van Winds Of Change, een Blazers Ensemble in Bosnië Herzegowina; hij is artistiek directeur van het ensemble.

Momenteel doceert Willem van Merwijk in Amsterdam en Utrecht aan de Conservatoria en geeft hij les aan Pier-K, het Cultureel Instituut in Haarlemmermeer.

Guillermo Lago componeerde

     35 kamermuziekwerken

- Pequeñito, tango voor saxofoonkwartet, piano en bandoneon, 2006

- El Tonto del Pueblo, tango voor saxofoonkwartet, piano en bandoneon, 2006

- Sign O New Times, 2010 voor altsaxofoon en strijkkwartet, opgdragen aan Ties Mellema en het EnAcord String Quartet.

http://home.kpn.nl/guillermolago

 

Norbert Laufer (*Düsseldorf, Duitsland, 1960) studeerde schoolmuziek, Engels en pedagogiek in Keulen. Daarna studeerde Norbert Laufer compositie aan de muziekhogeschool Keulen bij Jürg Baur. Norbert Laufer is docent viool en muziektheorie aan de Stedelijke Clara-Schumann Muziekschool in Düsseldorf. Hij is ook muziekrecensent voor de Rheinische Post in Düsseldorf. Norbert Laufer woont in Meerbusch, is getrouwd met Dr. Daniela Laufer en heeft drie kinderen.

Norbert Laufer componeerde

     1 oratorium

     1 symfonische cantate voor 4 solisten en orkest

     2 koorwerken

     33 kamermuziekwerken

- Zehn Anfänge und (k)ein Ende, 2004, 10 schetsen en fragmenten voor fluittrio (Piccolo, dwarsfluit, altfluit)

     17 (series) werken voor zangstem(men) en piano of andere instrumenten

     6 (series) pianowerken

     3 orgelwerken

     1 klavecimbelwerk

     3 werken voor slagwerk solo

     5 werken voor een ander instrument solo

     1 arrangement

 

Peter Pieters (*België, 1960) kreeg zijn muzikale opleiding aan het Lemmensinstituut te Leuven. In 1981 studeerde hij daar af in orgel en muziekpedagogie.
Hij studeerde in Leuven verder orgel bij Chris Dubois, compositie en fuga bij Jan Hadermann, Frans Geysen en Jos Van Looy.
Momenteel is hij docent orgel, improvisatie, liedbegeleiding en compositie aan het Lemmensinstituut te Leuven en sedert 1986 organist-titularis van de Sint-Romboutskathedraal te Mechelen, als opvolger van Flor Peeters.

Peter Pieters componeerde

     vocale muziek,

     kamermuziek,

- Kol Dodi, voor blokfluitkwintet en trom, facultatief, 2012

     orkestwerken

     werken voor koor en orkest,

- Mariacantate 'Mater et advocata nostra'

- 'Le chemin de la Croix' op tekst van Paul Claudel, 1993

     oratoria

- 'Het Gekkendorp', 1995

Benedictus-oratorium, 1999, ter gelegenheid van 100 jaar Abdij Keizersberg te Leuven.

 

Mike Svoboda (*Guam, Oceanisch eiland, 1960) groeide op in Chicago en studeerde compositie en directie aam de Universiteit van Illinois. In 1981 kreeg hij een compositieprijs in Duitsland en bleef daar toen maar hangen. Hij studeerde trombone aan de Muziekhogeschool Stuttgart. Von 1984 tot 1995 werkte hij als uitvoerend musicus met Karlheinz Stockhausen samen.

Momenteel woont Mike Svoboda in Zwitserland. Mike Svoboda bracht als trombonist de premiere van meer dan 400 werken voor zijn instrument. Sinds 2007 doceert hij eigentijdse kamermuziek en trombone aan de Muziekhogeschool Basel.

Mike Svoboda componeerde

     2 opera’s

- Erwin, das Naturtalent, kinderopera, libretto Manfred Weiss, 2005, gereviseerd 2007

- Der unglaubliche Spotz, 2007, libretto Manfred Weiss.

     6 orkestwerken

- Music for Open Spaces voor groot blaasorkest, 8 trombones en zangstem, 2010

- Music for Trombone and Orchestra, tromboneconcert, 2010

     5 vocale werken

- Die Bücher der Zeiten voor drie vrouwenstemmen, trombone en slagwerk, naar de gelijknamige tekst van Friedrich Hölderlin, 2010

     8 kamermuziekwerken

- 14 attempts to love Richard Wagner, 2002 voor vier musici