5. Vragen en opmerkingen over de huidige stand van zaken op blokfluitonderwijsgebied.

·         Er is geen vaste voorraad belangrijke komposities, gevestigde komponistennamen.

·         Concerterende blokfluitisten hebben een beperkt repertoire en spelen in eén van de twee getto’s Oude Muziek of Avantgarde. Voor een beroepsmusicus die alleen blokfluit speelt is niet echt veel te doen.

·         Blokfluitisten zijn niet tevreden en begeven zich op ander gebied.

·         Het publiek is zeer gespecialiseerd.

·         Het leger blokfluitamateurs krimpt en vergrijst. Niettemin is het amateur-repertoire voor blokfluiten beter dan dat voor veel andere instrumenten

·         De standaard van het blokfluitonderricht op de muziekscholen is in het algemeen laag. Pedagogiek en didactiek zijn onderontwikkeld.

·         De toekomst voor de blokfluit ziet er minder bewogen uit dan de afgelopen decennia het geval was.

Het aantal blokfluitleerlingen loopt overal in Europa (en ook in de rest van de wereld, behalve in Azië) sterk terug. In Vlaanderen waren in 1999 1017 officieel aangemelde leerlingen blokfluit. In 2004 nog 835.
Redenen volgens Johannes Fischer:

·         Op de muziekscholen worden veel andere instrumenten ter lering aangeboden.

·         Groepsonderwijs voor alle instrumenten is mogelijk.

·         Er is veel meer te doen in de "vrije tijd".

De blokfluitleraar: een bedreigde soort. Wil niemand meer les geven?
Christine Lanz schrijft onder deze titel een artikeltje in TIBIA 4/2001. Hieruit blijkt dat er overal in Duitsland een tekort aan muziekschoolleraren blokfluit is. Terwijl het aantal leerlingen vrijwel gelijk is gebleven : 1995: 100.000, 2000: 90.000, is het aantal leraren zowat gehalveerd. Omdat het er zo op de muziekscholen ook niet leuker op wordt blijft er een interessant alternatief: Privélessen!

Beroepsblokfluitisten hebben nogal eens de neiging om veel modern werk in hun programma's te stoppen. Piers Adams, die daar wat minder last van heeft vertelt een mooie anekdote: Een VIP, uitgenodigd bij een concert wordt naar zijn menig gevraagd over een première van een orkeststuk. Na enig nadenken zegt hij: "Nu ja, het stuk is vast en zeker beter dan het klinkt." (Tibia 3/2003) 

Ontwikkeling van en problemen bij het blokfluitonderwijs
Bloeitijd van het muziekschoolonderwijs waren de jaren 60 en 70:

op de muziekscholen beginnen veel kinderen eerst met blokfluit, voordat ze aan een "echt" instrument gaan beginnen. Een vrij groot aantal kinderen blijft ook aan de blokfluit hangen: veel gezinnen zijn nog grote gezinnen met weinig geld, een blokfluit is relatief goedkoop.   Goede muziekscholen zoals die in Eindhoven, Delft en Leiden hebben gigantische blokfluitklassen en hoeveelheden leerlingen. In de hoogtijdagen van Piet Kunst in Leiden telt de muziekschool aldaar 700 (!!) blokfluitleerlingen. Overheden hebben gevoel voor de noodzaak van culturele verheffing van het volk. Zowel Rijk, provincie als gemeente dragen ruimhartig bij aan goed muziekschoolvoorzieningen. 

De interesse voor uitvoeringspraktijk van oude muziek leidt tot veranderingen in de manier van luisteren.

"Idols" zoals Hans-Martin Linde en Frans Brüggen geven de blokfluit een vooraanstaande plaats in het muziekleven. Avantgardekomponisten eisen een  overvloed   aan nieuwe nooitgehoorde klanken van blokfluit en blokfluitist. Ongekende mogelijkheden doen zich voor. De bomen groeien tot in de hemel. 

Probleem: er zijn volstrekt onvoldoende blokfluitdocenten om aan de vraag naar les te voldoen. Gevolg: schoolmuziekleraren, dwarsfluitisten, saxofonisten, basisschooljuffen etc. gaan blokfluitles geven, vaak in veel te grote groepen.

In de 80-er jaren kon je aan 12 conservatoria in Nederland hoofdvak blokfluit studeren. Studenten uit alle landen kwamen naar Nederland, om bij leerlingen van Brüggen (of leerlingen van zijn leerlingen)te studeren. (Sacha Mommertz: Windkanal 2005-1)

Vanaf de 90-er jaren is de situatie aardig veranderd. De gezinnen zijn kleiner, ouders hebben meer geld. Waarom zou hun kind niet meteen met een "echt" instrument beginnen: een viool of een saxofoon is wel het minste. Het Rijk trekt zijn handen van de muziekscholen af, provincie meestal ook. Gemeenten voeren vaak een slecht beleid waarbij de spelen: voetbal, sportzalen veel belangrijker zijn dan het brood: cultuureducatie.    

Bovendien kunnen de (vele) inmiddels bevoegde blokfluitelraren, groot geworden met Bach en Berio niet uit de voeten met Techno, hiphop, rap, reggae en R&B 

Op de muziekscholen wordt het onderricht in blokfluitsamenspel steeds beroerder, hoewel blokfluit na piano in Duitsland en Nederland het meest gespeelde instrument is, en de blokfluit geschapen is voor samenspel.
Oorzaken:
Er is te weinig geld voor (gratis) ensemble-uren.
De jeugd krijgt in haar "vrije tijd" tegenwoordig zoveel aangeboden dat vrije tijd schaars wordt; om dan ook nog een uur aan ensemblespel te wijden is te veel gevraagd.

Lesgeven door ongekwalificeerde of halfgekwalificeerde leraren aan groepen van 10 leerlingen of meer, zoals in meerderheid gebeurd  in Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Nederland draagt ook niet echt bij aan een goed blokfluitbegrip.
Het zou aan te bevelen zijn ook het beginonderwijs in blokfluit door een vakdocent te laten geven. Ook wanneer de blokfluit in de AMV-lessen alleen gebruikt wordt om via een instrument de AMV te leren beheersen.
De laatste jaren ontbreekt het bij het blokfluitonderwijs vaak aan een behoorlijke gehoorstraining.
Op het Sweelinck Conservatorium wordt er aan gewerkt om het hoofdvak blokfluit om te zetten in de specialisatie "barokblazer", dus dat je bijvoorbeeld barokhobo, traverso en blokfluit beheerst. Net zoals het vroeger was. En het hoofdvak blokfluit zal zich gaan richten op moderne muziek, met ondersteuning van barokke of traditionele technieken. daar ligt de enige kans om het vol te houden. (Walter van Hauwe, Volkskrant 1 juli 1998)

In 1995 kon met nog aan 11 verschillende conservatoria in Nederland blokfluit studeren bij 19 verschillende docenten. In 2005 is een blokfluitstudie  alleen nog mogelijk in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, bij totaal 8  docenten.

In 1995 waren er in Duitsland 100.000 blokfluitleerlingen. Vandaag de dag (2015) nog 50.000 (Windkanal 2015/1)

Tegenstemmen:

Als Dinie Goedhart denkt aan het succesvolle concert Telemann in Damwoude in 2004 met een orkest van 60 en 20 gastspelers en 20 AMV-ers dan vindt zij dat het wel meevalt met de toekomst van de blokfluit. (e-mail 01-01-2005).

Bart Spanhove (geboren Vlaamse optimist): (Windkanal 2013/1) In 2013 zijn in de wereld overal goede blokfluiten te koop; talloze componisten schrijven nieuwe muziek voor het instrument; ná piano (1) en viool (2) wordt er over de hele wereld het meest blokfluit (3) gespeeld. In Duitsland is zijn twee goede blokfluittijdschriften, in Nederland is de laatste jaren de "Blokfluitist" van de grond gekomen. Volgens hem lééft de blokfluit. 

Belang van het samenspelen in ensembles:
Sociale integratie: je moet samenwerken voor een goed resultaat in de groep; optreden is lang zo angstig niet als alleen, via een ensemble kun je je podiumangst gemakkelijker wegwerken, ook voor individueel optreden.
De activiteit van de muzikant in een groep betekent:
zelf op de achtergrond leren blijven, opletten op wat anderen doen, steeds goed concentreren, invoegen in een geheel,
verhoging van gevoel van zelfwaarde,
gevoel krijgen voor structuur, ondening en schoonheid.
In de groep is het gemakkelijker, bepaalde vastgeroeste gewoontes los te laten en eens iets heel nieuws te proberen.

Nu we toch met ensembles bezig zijn:

Stemmen in blokfluitensembles:

Zuiver spelen is in feite goed luisteren naar de boventonen. Stem in eeerste instantie alleen grote en kleine drieklanken. Stem van de drieklank eerst de grondtoon, dan het oktaaf, dan de kwint en schuif in de zuivere reinde kwint tenslotte de terts. In de praktijk zullen grote tertsen vaak te groot zijn: Bij onze gelijkzwevende stemming zij  fis, cis, gis enz., altijd iets te hoog gestemd.      

Als je dan toch wil samenspelen, doe het dan meteen goed: begin een blokfluitorkest:

Blokfluitorkesten komen voornamelijk in Amerika, Engeland en Duitsland voor. In Nederland rekent het Praetoriusensemble (onder leiding van Norbert Kunst; 30 ervaren bloklfuitisten) tot de blokfluitorkesten evenals The Royal Wind Music (onder leiding van Paul Leenhouts; 12 beroepsblokfluitisten), maar hét bloklfuitorkest van Nederland is It Frysk Recorder Orchestra blokfluitorkest van streekmuziekschool De Wâldsang in Buitenpost (of all places!) It Frysk Recorder Orchestra staat onder leiding van Dinie Goedhart en heeft  55 deelnemers van alle leeftijden en alle categorieën van gevorderdheid. (2015)

In Duitsland leidt Dietrich Schnabel leidt het Het Blockflötenconsort Dortmund met 50 medewerkers (2013) van 17 tot 75 jaar. Ondertussen (2013) leidt Dietrich Schnabel ook het Blockflötenorchester St. Augustin (70 spelers) en het Württembergische Blockflötenorchester (100 spelers). Dietrich Schnabel heeft er veel oog voor dat een sopraanblokfluit zo hard klinkt omdat hij een hogere geluidsintensiteit heeft dan een alt- of een tenorblokfluit. Het is met blokfluiten dus precies andersom dan bij strijkers. Ga je een strijkorkest bezet dan zet je een paar cellie egenover een grote hoeveelheid violen. Maar een ensemble van 26 blokfluiten kun je prima bezetten met 13 basblokfluiten, 7 tenoren, 5 alten en één sopraan.

In Berlijn repeteert het Berliner Blockflötenorchester onder leiding van Simon Borutzki.

In Kiel, aan het Noord-0ostzeekanaal, bestaat sinds september 2015 het blokfluitorkest WindkanalKiel onder leiding van Antje Susanne Kopp. Het telt 50 leden (2016).  

De Engelsen werken heel anders met hun blokfluitorkesten: die hebben vaak veel hoge fluiten in hun orkesten. Dat klinkt dan ook meestal nergens naar (Ja, naar Engelse blokfluitorkestmuziek).   

www.blokfluitensemblepraetorius.nl

www.flautonuovo.nl

www.royalwindmusic.org

www.blockfloetenconsort.de

www.blockfloetenorchester.de

www.berliner-blockfloeten-orchester.de

www.wuerttembergisches-blockfloetenorchester.de

 

Tenslotte

·         is een blokfluit een fantastisch instrument voor een amateur. Dat is een eigenschap van het     instrument waarom het wel eens verguisd wordt, maar het zou daarom juist hoog geëerd moeten  worden. (Naar aanleiding van Philip Tenta; Windkanal 1/2000 blz 20-21) 

·         Ondanks alle ware woorden hierboven; ondanks alle inspanningen van blokfluitprofessionals blijft het "gewone volk" in Europa vanaf 1930 tot op heden "blokfluit" als "sopraanblokfluit+kinderinstrument" zien. (Gabriële Puffer: Blockflötenunterricht inder der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts, Verlag Peter Lang, Frankfurt am Main, 2001)