Componisten

vanaf 1946

 

Colin Matthews (*Londen, 13 februari 1946) studeerde aan Nottingham Universiteit en daarna compositie bij Arnold Whitall en Nicolas Maw. In de jaren '70 doceerde hij aan de Sussex Universiteit, waar hij promoveerde op een studie over Gustav Mahler. Hij werkte samen met Deryck Cooke (completering van Symfonie nr. 10 van Mahler), Benjamin Britten en Imogen Holst in Aldeburgh. In 1998 kreeg Colin Matthews een een eredoctoraat aan de Nottinghan Universiteit.

Colins’ oudere broer, David Matthews, is eveneens componist.

Colin Matthews componeerde

     2 balletten

     45 orkestwerken

     25 kamermuziekwerken

     16 werken voorzangstem en instrumenten

     7 (series) pianowerken

 

Vladimir Ivanovich Martynov (Martďnov), (* Moskou, 20 februari 1946) studeerde als zoon van een musicoloog en schrijver als jong piano en kreeg vroeg interesse in compositie. Aan het Conservatorium van Moskou studeerde hij piano bij Mikhail Mezhlumov en compositie bij Nikolai Sidelnikov. In 1973 kreeg hij werk aan de studio voor elektronische muziek van het Alexander Scriabin Museum.

In de jaren ’70 ging hij ook lesgeven aan de Academie van Trinity Lavra van St. Sergius in Sergiyev Posad. Zijn levenspartner was (is?) Tatiana Grindenko

Vladimir Martynov schreef verschillende boeken en artikelen over muziektheorie, geschiedenis en de filosofie van muziek. Hij richtte een popgroep op, verdiepte ich in renaissancemuziek en doet onderzoek naar volksmuziek.

Vladimir Martynov componeerde

     3 opera’s

- Rockopera "Seraphic Visions from St. Francis of Assisi" (1978), geschreven voor zijn rockformatie Boomerang.

- Vita Nuova, 2009

     4 orkestwerken

- concerto voor hobo en fluit, 1968

- Come in! voor viool en ensemble, 1988

     6 werken voor koor en strijkers of ensemble.

- Lamentations of Jeremiah (1992), kruising tussen De Machault en Russisch-orthodoxe muziek.

- Stabat Mater, 1994

- Requiem, 1998.

- The Beatitudes, 1998

     6 werken voor zangstem(men) en orkest of instrumenten

- Magnificat, 1993

     15 kamermuziekwerken

- strijkkwartet, 1966

- vioolsonate, 1973

- "Der Abschied", 2006, memorial voor zijn vader, gebaseerd op Mahlers Das Lied Von der Erde.

- "Schubert–Quintet" (onvoltooid), 2009, gebaseerd op Schuberts strijkkwartet in g kleine terts

     pianomuziek

- Hexagramme, 1971.

     50 filmscores

 

Tolib-khon (Tolib) Shakhidi (* Dushanbe, Tadzjikistan, toen Sovjetrepubliek, 13 maart 1946) is een zoon van de oprichter van de Tadzjikistaanse Muziekacademie, Ziyodullo Shakhidi.

Tolib Shakhidi begon zijn muziekstudie op 14jarige leeftijd aan Muziek College in Dushanbe in de Compositieklas van  Uri Ter-Osipov. In 1965 studeerde hij daar af en ging toen verder aan het Tchaikovsky Staats Conservatorium in Moskou bij Aram Khachaturian.

Tolib Shakhidi componeerde

     1 theatermuziekwerk

     1 filmscore

- “Rubai of Khaiam", 1980

     4 opera’s

     3 balletten

- “Siavush”, 1992

     2 symphonieën

     12 andere orkestwerken

- “Sado”, symfonisch gedicht, 1984

- balletsuite “The dead of Usurer”, 1978

- klarinetconcert, 2010

- “Darius”, symfonisch gedicht, 2011

- De mars, 2012 (?), kolderiek werkje

     5 pianowerken

     8 kamermuziekwerken

     3 (series) liederen voor zangstem en orkest

     1 koorwerk a cappella

www.shakhidi.ru

 

Pál Rózsa (*Szombathely, 14 maart 1946) vertrok op 3-jarige leeftijd met zijn ouders naar Kaposvár, waar hij opgroeide en op school ging. Vanaf zijn 6e levensjaar kreeg hij vioolles. Hij studeerde natuurkunde in Moskou en kreeg zijn diploma chemie-ingenieur in 1970. Aansluitend werkte hij in de chemische industrie en later bij "Országos Tervhivatal". In deze tijd kreeg hij vijf en een half jaar privéles compositie van Sándor Szokolay en Zsolt Durkó. Vanaf 1986 werkt Pál Rózsa als componist.

Pál Rózsa componeerde

     4 opera's,

     5 toneelmuziekwerken

     6 symfonieën

     10 concerten

     20 andere orkestwerken

     32 werken voor harmonieorkest,

     3 requiems

     2 missen

     3 psalmen

     3 cantates

     1 Lamentatio Jeremiae Prophetae, voor gemengd koor en strijkorkest, opus 116

     8 andere religieuze werken

     50 kamermuziekwerken.

- In memoriam voor viool en altviool, gecomponeerd ter herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

     8 koorwerken (met instrumenten)

     17 werken voor zangstem en orkest of instrumenten

     4 pianowerken

     3 werken voor slagwerk

 

Michael Finnissy (*Tulse Hill, Londen, Engeland, 17 maart 1946) is de zoon Rita Isolene en George Norman Finnissy, betrokken bij de heropbouw van Londen na de tweede Wereldoorlog. Hij kreeg zijn eerste pianolessen van zijn oudtante  Rose Louise Hopwood en begon zodra hij op vier-en-een-halfjarige leeftijd kon pianospelen, ook al te componeren.

Aan de Royal College of Music studeerde Michael Finnissy bij Bernard Stevens en Humphrey Searle en daarna nog in Italië bij Roman Vlad. Michael Finnissy begon zijn muzikale carričre als begeleider van dansklassen en dansers en groeide uit tot concertpianist en componist. Michael Finnissy heeft lesgegeven aan de Royal Academy of Music, de Universiteit van Sussex, en is op het moment (2016) compositiedocent aan de Universiteit van Southampton.

Michael Finnissy componeerde

     5 theatermuziekwerken

     8 orkestwerken

     126 kamermuziekwerken (3 of meer spelers)

     13 koorwerken met begeleiding van piano, orgel, of andere instrumenten

     68 werken voor zangstem met begeleiding van piano, orkest, (koor) of instrumenten  

- Remembrance Day, 2014, voor bariton, koor en orkest. Geschreven voor het Wereldoorlog I-herdenkingsjaar. Op oorlogsgedichten van Henry Lamont Simpson, op 21-jarige leeftijd zes weken voor het einde van de oorlog gesneuveld.

     28 duo’s

     172 (series) pianowerken

     7 orgelwerken

     37 werken voor een ander instrument solo

     12 koorwerken a cappella

     3 werken voor zangstem solo

www.michaelfinnissy.info

 

Pēteris Vasks (*Aizpute, Letland, 16 april 1946) is de zoon van een baptistenpredikant. Zijn eerste compositie schreef hij toen hij 8 jaar oud was. Zijn muzikale opleiding begon aan de Muziekschool E. Darzins in Riga en de Litouwse Muziek Academie in Vilnius, waar hij contrabas studeerde bij Vitautas Sereika. Van 1963 tot 1978 was hij contrabassist bij het Litouwse Philharmonisch Orkest, het Lets Philharmonisch Orkest en het Orkest van de Letse Omroep.

Van 1973 tot 1978 studeerde Pēteris Vasks compositie aan de Letse Muziek Academie in Riga bij Valentin Utkin. Zijn carričre kwam moeizaam van de grond ten gevolge van de Sovjetdictatuur. Na 1991 werd dat anders en beter.

Sinds 1994 is Vasks erelid van de Letse Academie voor Wetenschap en sinds 2001 is hij lid van de Royal Swedish Academy of Music.

Pēteris Vasks componeerde

     20 orkestwerken

- Tala gaisma (ver licht), concert voor viool en strijkorkest, 1997, etherisch en dromerig, authentiek en elegant en vol spanning

- Concert voor fluit en orkest, 2008, gereviseerd in 2011, geschreven voor fluitvirtuoos Michael Faust

     10 werken voor koor en orkest of instrument(en)

- Līdzenuma ainavas (" landschapsvlakte", voor gemengd koor, viool en cello, 2002; avantgardistisch čn typisch Baltisch;

     5 strijkkwartetten

     22 andere kamermuziekwerken

- Aria e danza, voor fluit en piano, 1972, gereviseerd in 2010,

- Musik für wegziehende Vögel, voor fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot, 2010.

     26 koorwerken

- Klusās dziesmas (Zachte liederen), cyclus voor gemengd koor, tekst Knuts Skujenieks en Leons Briedis, 1979; prachtige pianissimo, lastige inzetten, veel dissonanten.

- Līdzenuma ainavas (vlaktes), 2002 voor viool, cello en gemengd koor, driedelige vocalise waarin alleen l;inkers worden gezongen

     2 (series) werken voor zangstem en instrumenten

     5 orgelwerken

     10 pianowerken

- Baltā ainava (Wit landschap – Winter), 1980

- Rudens mūzika, (Herfstmuziek), 1981

- Pavasara mūzika (Lentemuziek), 1995

- Zalā ainava (Groen Landschap – Zomer), 2008

- Vakara mūzika (Muziek voor een zomeravond), 2009

     1 klavecimbelwerk

     7 andere werken voor een solo-instrument

- Landscape with Birds, voor fluit solo, 1980, geschreven voor fluitist Imants Sneibis

- Sonata per contrabbasso solo, 1986      

- Sonata voor fluit/altfluit solo, 1992, geschreven voor Petri Alanko

 

Diderik Wagenaar (*Utrecht, 10 mei 1946) is een een achterneef van de componist Johan Wagenaar (1862–1941). Diderik Wagenaar speelt piano vanaf zijn 8ste jaar. Hij studeerde muziektheorie bij Jan van Dijk, Hein Kien en Rudolf Koumans en piano bij Simon Admiraal aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Sinds 1990 is Wagenaar docent muziektheorie, analyse van 20e eeuwse muziek, orkestratie en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Diderik Wagenaar componeerde

     15 werken voor orkest of groot ensemble

     2 werken voor (zang)stem(men) en instrumenten of  orkest

     2 (series) werken voor solozangstem

     10 (series) kamermuziekwerken

     5 pianowerken

- sonate voor de linkerhand, 2015 gecomponeerd voor het concours van de Young Pianists Festival Piano Competition

     2 werken voor een ander soloinstrument

 

Robert Fripp (Wimborne Minster (Dorset), Engeland, 16 mei 1946) werd geboren als zoon van een makelaar. Op 24 december 1957 begon hij gitaar te spelen. Op zijn twintigste besloot hij professioneel gitarist te worden in de band League of Gentlemen. Hierna vormde hij met Peter Giles en Michael Giles de band Giles, Giles & Fripp, waarvan in 1968 een album verscheen. Uit deze band kwam in 1969 King Crimson voort. Hij ontwikkelde de Frippertronics: een ingenieus systeem van de door de gitaar aangestuurde echo-, galm- en andere apparaten die enorme klanktapijten genereren.

Robert Fripp trouwde met de de zangeres en actrice Toyah Willcox,. Componist Andrew Keeling propageerde en arrangeerde de muziek van Robert Fripp en King Crimson.

Robert Fripp componeerde

     symfonische popmuziek

- In the Court of the Crimson King

- In the Wake of Poseidon 

- Lizard

- Larks' Tongues in Aspic,

- Starless and Bible Black

- Red

     computermuziek

45 muziekjes en geluiden voor Windows Vista, 2006

     soundscapes, die ook orkestraal (en met koor) kunnen worden uitgevoerd:

- Pie Jesu

- Midnight blue

- Black light

- Miserere mei

- Resquiat

 

Olav Anton Thommessen (*Oslo, Noorwegen, 16 mei 1946) is geboren in een diplomatenfamilie. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij in Noorwegen zelf, maar in 1964 vertrok hij naar de Verenigde Staten om te gaan studeren aan het Westminster Choir College in Princeton. Daarna studeerde Olav Anton Thommessen van 1965 tot 1969 aan de Indiana University bij Bernard Heider en Iannis Xenakis. Tenslotte studeerde hij in 1970 nog aan de Frédéric Chopin Muziekacademie in Warschau bij Piotr Perkowski en in 1971/1972 aan het Instituut voor Sonologie in Utrecht bij Werner Kaegi en Otto Laske.

Sinds 1972 doceert Olav Anton Thommessen compositie aan de Noorse Staats-Academie voor Muziek en sinds 1980 ook auditieve analyse. Hij doceert eveneens Operageschiedenis aan het Nationale College voor operakunsten.

Olav Anton Thommessen bekleedde en bekleedt diverse functies binnen de Noorse Kultuurraad;

Olav Anton Thommessen componeerde

     7 opera’s

     musical

     7 theatermuziekwerken

     8 oratoria, cantates en motetten

     andere werken voor solisten, koor en orkest

     10 werken voor zangstemmen en orkest of instrument(en)

     31 (series) orkestwerken

     9 werken voor harmonie–orkest

     koorwerken

     40 kamermuziekwerken

strijkkwartet nr.4, "Felix remix", 2014, moderne benadering van Felix Mendelssohns strijkkwartet opus 44 nr. 2. Vervreemdend, alsof Mendelssohn getroffen is door een atmosferische storing. Vuurpijlen gaan af en sirenes klinken.

     2 orgelwerken

     8 pianowerken

     6 werken voor een ander solo-instrument

 

Gérard Grisey (Belfort, Frankrijk, 16 juni 1946 - Parijs, 11 november 1998) doorliep van 1963-1965 de Staatliche Musikhochschule Trossingen in Duitsland en van 1965-1972 het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs. Van 1968-1972 studeerde hij bij Olivier Messiaen, en in 1968 ook nog bij een vijftal andere gerenommeerde componisten.

In 1972 richtte hij met geldelijke steun van de Villa Medici uit Rome de groep L’Itinéraire op, met Tristan Murail, Roger Tessier en Michael Levinas, later bijgestaan door Hugues Dufourt. Zij componeerden Musique spectrale (spectrale muziek).

In 1974 en 1975 studeerde hij aan de Université Pierre-et-MarIie-CuIrie bij Emile Leipp. In 1980 werd Gérard Grisey medewerker aan het IRCAM (Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique). Vanaf 1982 doceerde hij zelf, eerst aan de Universiy of Californië - Berkeley en vanaf 1987 aan het conservatorium in Parijs. Gérard Grisey overleed op de leeftijd van 52 in Parijs op 11 November 1998 aan de gevolgen van een aneurisma.

Gérard Grisey componeerde

     6 orkestwerken (met elektronica)

     18 kamermuziekwerken (met elektronica)

     4 werken voor zangstem(men), instrumenten (en elektronica)

- Quatre chants pour franchir le seuil, voor sopraan en vijftien instrumenten, 1998

 

Béla Korény (*Csepreg, Hongarije, 1 Juli 1946) had als kind les bij de Hongaarse pianist György Cziffra. Na de Sovjetonderdrukking van de Hongaarse opstand vluchtte Béla Korény in 1956 met zijn ouders naar Wenen. Hier studeerde hij van 1960 tot 1968 aan het Conservatorium van Wenen piano bij Hans Bohnenstingl en muziekleer bij Rüdiger Seitz. Aan de Hogeschool voor Muziek en Uitvoerende Kunsten studeerde hij compositie bij Alfred Uhl. Als concertpianist trok hij daarna door Europa en vormde in 1975 zijn eigen orkest.

Ook ging hij theaterprodukties en film– en Tv-scores componeren.

In 1984 opende hij met zijn vrouw Martha in Wenen de Broadway Piano Bar, waar hij zelf optrad en vele andere kunstenaars liet optreden. Het theateretablissement moest in 2007 wegens huurproblemen worden gesloten.

Béla Korény componeerde

     3 opera’s

     2 balletten

     kamermuziekwerken

- Cinema I voor 3 klarinetten, 2013, gecomponeerd voor “The Clarinotts

     liederen

www.belakoreny.at

 

Freddie Mercury, (geboren als Farrokh Bulsara, Sto/ne Town, Zanzibar, 5 september 1946 - Londen, 24 november 1991), maakte deel uit van de Parsi: naar India gevluchte etnische Perzen (ná de islamitische verovering van Perzië) die het Zoroastrisme aanhingen,

Farrokh Bulsara's vader werkte op Zanzibar voor de Britse koloniale overheid toen hij werd geboren

Zijn jeugd bracht hij in Panchgani in India door. In 1963 verhuisde het gezin naar Middlesex in Engeland. Farrokh studeerde op de kunstacademie af in design, leerde zichzelf piano spelen en trad in zijn vrije tijd op in gelegenheidsbandjes.

Zijn vocale bereik reikte van F2 tot F6: hij kon alles zuiver zingen van bas tot en met sopraan.

In 1971 sloot Farrokh Bulsara zich aan bij in 1968 opgerichte band Queen met Brian May, drummer Roger Taylor en bassist John Deacon. Farrokh Bulsara nam de artiestennaam Freddie Mercury aan.

De biseksuele geaardheid van Freddy Mercury was voor niemand een geheim.

In de vroege jaren zeventig had Freddy Mercury een lange relatie met Mary Austin. Hij leefde een paar jaar met haar samen in West Kensington. Tegen het midden van de jaren zeventig begon Freddy Mercury een affaire met een mannelijke Amerikaanse recordproducent van Elektra Records, wat resulteerde in het einde van zijn relatie met Mary Austin. In de vroege jaren tachtig had hij een korte relatie met Barbara Valentin, een Oostenrijkse actrice, die optrad in de video It's A Hard Life. In 1985 kreeg hij een relatie met een kapper, Jim Hutton.

In de 90-er jaren werd duidelijk dat hij aan aids leed. Jim Hutton, zelf hiv-positief getest in 1990, woonde met Mercury samen in de laatste zes jaar van zijn leven en verpleegde hem tijdens zijn ziekte. Freddy Mecury overleed 23 november 1991 aan longontsteking, tengevolge van aids.

In zijn testament gaf Mercury zijn huis, Garden Lodge, in Londen aan Mary Austin. Mary Austin woont tot op vandaag de dag (2016) nog steeds in Garden Lodge. Freddy Mercury was de peetoom van de oudste zoon van Mary, Richard. Freddie Mercury heeft zelf voor zover bekend geen eigen kinderen. Jim Hutton overleed aan kanker ten gevolge van aids op 1 januari 2010.

Op 25 november 1996, vijf jaar na zijn dood, werd een standbeeld van Freddie Mercury onthuld in Montreux, waar hij bijzonder graag kwam en ook enige tijd heeft gewoond.

Sinds 2003 wordt er in Montreux jaarlijks het Freddie Mercury's Montreux Memorial Day muziekfestival georganiseerd in het weekend dat het dichtste bij Freddies verjaardag valt.

Freddie Mercury maakte (mede met de andere leden van Queen)

     18 popalbums

- Queen,  1973

- Sheer Heart Attack, 1974

- A Night at the Opera, 1975, de naam is afgeleid van een klassieke film uit 1935 van The Marx Brothers, waar de leden van Queen tijdens de sudioopnamen van het album toevallig op een vrije avond naar zaten te kijken.

9. Love of my life, muziek Freddy Mercury, tekst Mary Austin, zijn toenmalige vriendin.

11. Bohemian Rhapsody,  wereldwijd al vele malen is verkozen tot "beste nummer ooit".

- A Day at the Races, 1976, vijfde elpee van de band, de naam is afgeleid van een film van de Marx Brothers.

6. "Somebody to Love", muziek Freddy Mercury, bekendste nummer van de LP.

- News of the World,  1977  zesde elpee van de band

1. “We will rock you”, muziek Brian May

2. "We Are The Champions", muziek Freddy Mercury, nog steeds populair bij sportevenementen.

- The Game,  30 juni 1980, op het album gebruikt Queen voor het eerst een synthesizer, een Oberheim OB-X.

10. Save Me, muziek Brian May, een half jaar eerder al als single uitgebracht.

- A Kind of Magic, 2 juni 1986.

6. Who Wants To Live Forever (compositie Brian May voor de soundtrack van de film Highlander),

 

Tristan Keuris (Amersfoort, 3 oktober 1946 – Amsterdam, 15 december 1996) studeerde van 1962 tot 1969 compositie bij Ton de Leeuw aan het Utrechts Conservatorium. Daarna was hij zelf ook actief als compositiedocent aan de conservatoria van Utrecht, Hilversum en Amsterdam.

In 1975 ontving hij de Matthijs Vermeulenprijs voor zijn werk Sinfonia. In november 2009 verscheen in een box van 12 cd's en een dvd zijn Complete Works.

Tristan Keuris componeerde vrijwel altijd in opdracht:

     5 concerten

- Concert voor viool en orkest nr. 1, 1984; Theo Olof speelde de premičre met het Gelders Orkest; midden in het werk brak met een harder klap de kam van zijn viool in twee stukken. Hij zette het concert voort met de viool van de concertmeester

     13 andere werken voor orkest

- Sinfonia, 1974

- Movements, overrompelend mooi, 1981

- Arcade - Six more Preludes, voor orkest, 1995

     4 werken voor koor en orkest of instrumenten

- To Brooklyn Bridge, voor gemengd koor (24 stemmen) en instrumentaal ensemble, 1988

- Laudi - A Symphony, zangcyclus voor mezzosopraan, bariton, twee gemengde koren en orkest, tekst: Gabriele d'Annunzio,  1993, zijn magnum opus

     10 kamermuziekwerken

- klarinetkwartet, 1983

- Trio, voor viool, cello en piano, 1984

- klarinetkwintet, voor klarinet en strijkkwartet, 1988, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het concertgebouw 

 

Howard Leslie Shore (*Toronto, 18 oktober 1946) studeerde aan het Berklee College of Music in Boston, Massachusetts. Hij componeerde de muziek van alle films (op één na) van producer David Cronenberg, maar werkte ook samen met Martin Scorcese, Jonathan Demme, David Fincher en vele andere filmproducenten. Hij is de oom van componist Ryan Shore.

Howard Shore componeerde ook de muziek voor de twee Hobbit-films, die in december 2012 en 2013 hun opwachting in de bioscoop maakten. The Hobbit was de voorloper van The Lord of the Rings.

Howard Shore componeerde

     1 opera

- The fly 

     concertwerken

- The Lord of the Rings Symphony, zes delen voor orkest en koor

- Ruin & Memory, 2010, pianoconcert, driedelig, geschreven voor pianist Lang Lang

- Mythic Gardens, 2014, voor celliste Sophie Shao

     80 filmscores

- The Silence of the Lambs, 1991

- The Lord of the Rings 2001, 2002, 2003, kreeg drie Academy Awards voor de muziek; Wagneriaanse muziek met "Leitmotivs" voor karakters, plaatsen en objecten; Bij het componeren van de Elvenzang in de eerste film heeft Howard Shore goed naar  Arvo Pärt geluisterd

-  the Aviator,2004

- The hobbit, 2012, 2013, 2014

www.howardshore.com

 

Dimitri Nicolau (Keratea, Griekenland, 21 oktober 1946 – Rome, Italië , 29 maart 2008) componeerde en publiceerde zijn composities vanaf 1959. Hij studeerde muziek in Griekenland en Frankrijk. In Italië studeerde hij aan het Centro Sperimentale di Cinematografia (C.S.C.) in Rome opnametechnieken. Omdat hij fel gekant was tegen het kolonelsregime in Griekenland vroeg Dimitri Nicolau in 1967 politiek asiel aan. Aan de Universiteit van Rome studeerde hij alsnog Moderne Literatuur. Hij was docent theaterzangtechniek en compositie aan het Instituut voor Klassiek Theater (INDA) in Syracuse, de Theateracademie van Calabria, de Theaterfaculateit van de Universiteit van Amsterdam en andere instellingen. Hij overleed na een lang ziekbed.

Dimitri Nicolau componeerde 300 werken, waaronder

     12 opera’s

     5 symfonieën

     27 concerten

     23 andere orkestwerken

- In diesen schwierige Tagen,  opus 265, voor blokfluiten en mandolineorkest

     24 werken voor groot ensemble

     10 strijkkwartetten

     145 andere kamermuziekwerken

- sonate voor mandoline en piano, opus 1, 1959, later gereviseerd als opus 100

     47 (series) werken voor zangstem en orkest of instrument(en)

     22 straatmuziekwerken

     46 werken voor een instrument solo

 www.dimitrinicolau.it

 

Michael Kugel (*Kharkov, Rusland, 5 december 1946) studeerde viool aan Beethoven Muziekschool in Kharkov en aan het conservatorium in Leningrad altviool, compositie en directie.

Van 1975-1990 was Michael Kugel solist van de Moskou Philharmonie, violist in het Beethovenkwartet en docent altviool aan het Conservatorium Moskou. Van 1990 tot 1996 was Michael Kugel docent altviool aan de Rubin Academie voor Muziek en Dans in Jerusalem.

In 1996 ging Michael Kugel in België wonen en op het moment (2016) is hij docent altviool aan de Conservatoria van Gent en Maastricht.

Michael Kugel is de oprichter van de Begische altviool Society.

Michael Kugel componeerde

     werken voor altviool solo

- Sonata "Poeme", 1987

- Prelude "Ysaye", 2013

     werken voor altviool en orkest

     werken voor altviool en piano

     pianowerken

     kamermuziekwerken

 

Somei Satoh (*Sendai, noord Hohshu, Japan, 19 januari 1947) studeerde aan de Nihon Kunstuniversiteit en is als componist een autodidact. Somei Satoh woont in Tokio.

Somei Satoh componeerde 30 werken:

     muziektheaterwerken

     9 orkestwerken

- vioolconcerto, 2002, gecomponeerd voor Anne Akiko Meyers.

     18 kamermuziekwerken

     koorwerken

     pianowerken

     werken voor een ander solo-instrument

- Music for the winds voor blokfluit

     9 werken voor traditionele Japanse instrumenten

     4 elektronische muziekwerken

http://someis.wix.com/home

 

Nikolai Sergeevich Korndorf (Moskou, Rusland, 23 januari 1947 – Vancouver, Canada, 30 mei 2001) studeerde van 1965 tot 1970 compositie bij Sergei Balasanyan aan het Conservatorium van Moskou. Van 1967 tot 1979 studeerde hij directie bij Leo Ginsburg.  Van 1972 tot 1991 doceerde hij zelf aan het conservatorium van Moskou compositie en orkestratie. Hij was mede–oprichter en voorzitter van de nieuwe Associatie voor eigentijdse Muziek (ACM).

In 1991 emigreerde Nicolai Korndorf naar Vancouver in Canada, waar hij ging experimenteren met electro acoustische mediatoestanden. Tot het einde van zijn  leven was hij compositiedocent aan de de Universiteit van Brits Columbia.

Nicolai Korndorf was getrouwd met Tatjana, de dochter van geologe Tatjana Iwanowna Ustinowa.

Nikolai Korndorf componeerde

     1 opera

     4 muziektheaterwerken

     17 orkestwerken

     2 werken voor koor en orkest of ensemble

     15 kamermuziekwerken

- In Honour of Alfred Schnittke (AGSCH), 1986, Strijktrio voor viool, altviool en cello. Het openingskoraal is een spel met boventonen. Boeiende dynamische effecten.

     10 werken voor en instrument solo

     1 werk voor mezzosopraan en tape 

http://nikolaikorndorf.com

 

Herman Rechberger (*Linz, Oostenrijk, 14 februari 1947) studeerde grafische kunst en klassieke gitaar in Linz, Zürich en Brussel. In 1970 ging hij naar Finland om daar nooit meer weg te gaan. In 1974 werd hij Fins staatsburger. Het is dus een Finse componist. In Finland studeerde hij aan de Sibelius academie in Helsinki tot 1976 compositie bij Salinen, elektronische muziek, blokfluit en hobo. Na een tijdje als muziekdocent te hebben gewerkt werd Herman Rechberger producent van eigentijdse muziek bij de Finse Radio-omroep. Hij was daar directeur van de Experimentele Studio van 1979 tot 1984. Daarnaast hield hij zich als muzikant zowel uitvoerig bezig met Oude Muziek als met de promotie van eigentijdse muziek. Hij verdiepte zich ook in de Arabische en Afrikaanse muziek, die hij in zijn  composities toepast.

Herman Rechberger componeerde meer dan 200 werken waaronder

     5 opera’s

     4 multimediawerken

     5 symfonieën

     10 andere werken voor orkest of groot ensemble

     22 vocale werken

     37 kamermuziekwerken

- Eyk time, voor blokfluit of fluit en gitaar, 1990

     4 radiofonische werken

     5 elektronische werken

     7 werken voor instrumenten en elektronica

 

John Coolidge Adams (*Worcester, Massachusetts, Verenigde Staten, 15 februari 1947) is een vertegenwoordiger van de stijl die Minimal music genoemd wordt. Zijn vader leerde hem klarinet spelen, hij studeerde het instrument later bij Felix Viscuglia, klarinettist bij het Boston Symphony Orchestra. John Adams begon te componeren toen hij tien jaar was, zijn eerste werk werd uitgevoerd op zijn dertiende. Nadat hij was afgestudeerd op de Harvard University in 1965 studeerde hij compositie bij Leon Kirchner, Roger Sessions, Earl Kim, and David Del Tredici. Terwijl hij nog op Harvard studeerde, leidde hij al het Bach Society Orchestra en was hij reserve klarinettist bij het Boston Symphony Orchestra en de Opera Company of Boston. Hij gaf les op de San Francisco Conservatory of Music van 1972 tot 1984.

De compositie van Adams' On the Transmigration of Souls, een koorwerk ter herdenking van de slachtoffers van de terreuraanvallen op 11 september 2001, won de Pulitzer-prijs voor muziek in 2003. Met name de Nederlandse dirigent Edo de Waart zette zich in om John Adams' composities uit te voeren.

John Adams componeerde

     5 opera’s

- Nixon in China, opera in drie bedrijven, 1987,  libretto Alice Goodman, geďnspireerd door het bezoek van president Nixon in 1972 aan China.

- The Death of Klinghoffer, libretto Alice Goodman, 1991, gebaseerd op de kidnapping van het passagiersschip Achille Lauro door het Palestijds Bevrijdingsfront in 1985 en de moord op de aan een rolstoel gebonden 69-jarige Joods-Amerikaanse passagier Leon Klinghoffer. De koren uit de opera zoals “chorus of Exiled Jews” en “chorus of Exiled Palestinians” worden vaak zelfstandig uitgevoerd

- Doctor Atomic, opera, libretto Peter Sellars, 1 oktober 2005. Het werk gaat over de stress en angstgevoelens op de Los Alamos eilanden bij de voorbereiding op de proeven met de eerste atoombom. In de eerste acte scene 2 zingt Alice Oppenheimer (sopraan), de vrouw van atoombomontwerper J. Robert Oppenheimer (bariton): “Am I in your light?”.

     2 oratoria

- El Nińo, opera-oratorium voor sopraan, mezzosopraan, bariton als solisten, 3 contratenoren, orkest, koor en kinderkoor, 15 december 2000, libretto Peter Sellars. Het “oratorium over de geboorte van Jezus" bevat teksten van de King James Bijbel, Wakefield Mystery Plays, gedichten van de Mexicaanse dichter Rosario Castellanos, John Adams en Peter Sellars.

- The gospel according to the other Mary, opera-oratorium voor 5 solisten, koor en orkest, 7 maart 2013, libretto Peter Sellars. Het werk richt zich op de laatste paar weken van het leven van Jezus, vanuit het gezichtspunt van “de andere Maria”, Maria Magdalena. Maria Magdalena en haar zuster Martha runnen een opvanghuis voor dak- en werkloze vrouwen. Hun jongere broer Lazarus en huisvriend Jezus completeren het geheel, waarin een veelheid aan menselijke emoties schuil gaat. IJzingwekkend pakkende muziek.

     22 orkestwerken

- harmonielehre (1985), suggereert voordurend het ontstaan van iets groots

- The Chairman Dances, 1985, foxtrot voor orkest

- Short Ride in a Fast Machine,1986, fanfare voor orkest, één van zijn bekendste werken, wervelend;

- Vioolconcerto, 1993 "de origineelste vormgeving van het genre sinds het vioolconcert van Alban Berg” (Christopher Lathem, 2007)

- City Noir, 2009, herzien in 2013, symfonie, maar had ook filmmuziek kunnen zijn; realistisch en hard, maar toch beklemmend mooi; zowel zeer beeldend, zeer swingend als uiterst gestileerd;

- Saxofoonconcerto voor altsaxofoon en orkest, 2013, geďnspireerd door Charlie Parker with Strings en New Bottle Old Wine van Cannonball Adderley. Het blijft klassiek.

     2 werken voor harmonieorkest

     9 kamermuziekwerken

- Shaker Loops, 1978, voor strijkseptet, met een versie voor strijkorkest in 1983. De laatste versie is uit te voeren door alle mogelijke strijkercombinaties. zinderende trillingen en melancholieke loops. Een absolute klassieker.

- Road Movies, 1995 voor viool en piano

- Strijkkwartet, 2008

     5 werken voor piano

- Hallelujah Junction, 1996, voor twee piano’s. In 2002 werd de compositie gebruikt voor een ballet van choreograaf Peter Martins.

     5 werken voor koor (en orkest)

- Harmonium, 1981, een koorsymfonie, voor koor en orkest, gebaseerd op gedichten van John Donne and Emily Dickinson.

- koren uit de operaThe Death of Klinghoffer, 1991,

“chorus of Exiled Jews”

“chorus of Exiled Palestinians”

     2 werken voor (zang)stem(men) en orkest

- The Wound-Dresser , 1989 voor bariton en orkest op teksten van het gelijknamige werk van Walt Whitman.

     5 elektronische muziekwerken

     2 filmscores

 

Tristan Murail (*Le Havre, Frankrijk, 11 maart 1947) is de zoon van dichter Gérard Murail en journaliste Marie-Thérčse Barrois. Zijn broer Lorris Murail en zijn jongere zussen Elvire Murail (ook bekend als 'Moka') en Marie-Aude Murail zijn auteur.

Tristan Murail studeerde economie en Noord-Afrikaans Arabisch. Daarna ging Murail compositie studeren bij Olivier Messiaen aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs van 1967 tot 1972.

Tristan Murail doceerde computermuziek aan het Parijse Conservatorium en compositie aan het IRCAM, waar hij meewerkte aan de ontwikkeling van de Patchwork-compositiesoftware. In 1973 was hij een van de oprichters van het Ensemble l'Itinéraire. Vanaf 1997 is hij docent compositie aan de Columbia University in New York City.

Tristan Murail componeerde

     15 orkestwerken en werken voor grote ensembles

- Gondwana, spectrale muziek (past uitgebreide analyse van geluidsspectra toe) voor groot orkest, 1980

- Time and again, 1985

     25 ensemblewerken

- Mémoire/Erosion voor hoorn en 9 instrumenten, 1976

- Ethers voor fluit en ensemble, 1978

- Désintégrations voor 17 instrumenten en tape, 1982

- Serendib, voor 22 musici, 1992

- L'esprit des dunes, 1995

     12 kamermuziekwerken

     13 werken voor een instrument solo

- Vampyr! voor elektrische gitaar, 1984.

- Cloches d'adieu, et un sourire..., 1992,  in memoriam Olivier Messiaen

     2 koorwerken met orkest of electronica

www.tristanmurail.com

 

Salvatore Sciarrino (*Palermo, Italië, 4 april 1947) begon als autodidact met componeren toen hij twaalf jaar oud was. Hij mocht van zijn vader van alles worden, behalve componist. Daardoor wilde hij absoluut componist worden. Zijn eerste werk werd in 1962 uitgevoerd. Sciarrino zelf verklaarde later dat zijn "echte" werk pas begint in 1966 en dat werken daarvoor afgeschilderd moesten worden als probeersels.

In 1969 verhuisde hij naar Rome, waar hij onder meer elektronische muziek ging studeren aan de Accademia Nazionale di Santa Cecilia bij Franco Evangelisti. Hij trok in 1977 naar Milaan, waar hij tot 1982 les gaf aan het conservatorium. De laatste jaren woonde hij in Cittŕ di Castello in Umbrië.

Salvatore Sciarrino componeerde

     15 opera's.

     47 orkestwerken ook met zangstem

- Studi per l'intonazione del mare (studies voor het stemmen van de zee) voor zangstem, 4 fluiten, 4 saxofoons, slagwerk, orkest met 100 fluiten, orkest met 100 saxofoons, opgedragen aan Beat Furrer, tekst Thomas Wolfe naar Francesco d’Assisi, 2000.

- La nuova Euridice secondo Rilke, cantata drammatica voor sopraan en orkest, een eerbetoon aan dichter Rainer Maria Rilke, waarvan de componist twee gedichten in het Italiaans gebruikt. Emotioneel werk, 2015

     9 koorwerken

     56 kamermuziekwerken (ook met zangstem)

- Quaderno di strada (straatschrift), 12 liederen en een spreekwoord voor bariton en ensemble, teksten verzameld en bewerkt door de componist, 2003.

     52 werken voor een soloinstrument (waaronder piano)

- Let me die before I wake, voor klarinet in Bes, 1982

www.salvatoresciarrino.eu

 

Ivan Jevtić (*Belgrado, Servië, 29 april 1947) studeerde in Belgrado compositie aan de Muziekacademie bij Stanojlo Rajičić. Vanaf 1973 studeerde hij verder aan het conservatorium van Parijs bij Olivier Messiaen en in Wenen bij Alfred Uhl.

Van 1997 ŕ 1999 doceerde Ivan Jevtić compositie en orkestratie aan de Federale Universiteit van Pelotas in Brazilië.

Vanaf 2003 is hij lid van de Servische Academie van Wetenschappen en Kunsten in Belgrado.

Ivan Jevtić componeerde

     2 opera’s

     20 concerten

- Concerto nr. 2 “Aus der Tiefe ruf ich, Herr, zu Dir” voor fluit en strijkorkest, 2003

     14 andere orkestwerken

     68 kamermuziekwerken

     1 orgelwerk 

http://ivan-jevtic.net

 

Franghiz Ali-Zadeh (*Bakoe, Azerbeidjan, Sovjetunie, 29 mei 1947) studeerde aan het conservatorium van Bakoe piano en compositie. Van 1973 tot 1976 was ze assistent van Kara Karajew. Van 1976 tot 1990 doceerde ze aan het conservatorium muziekgeschiedenis. In 1989 promoveerde ze op het proefschrift “Orkestratie in de werken van Azerbeidjaanse componisten.” Van 1993 tot 1996 was Franghiz Ali-Zadeh koordirigent aan het operahuis van Mersin in Turkije, ná 1996 was ze docent piano en muziektheorie aan het conservatorium van Mersin. Franghiz Ali-Zadeh woont vanaf 1999 in Duitsland. In 2000 kreeg Franghiz Ali-Zadeh de eretitel “Volkskunstenaar van de Republiek Azerbeidjan.” Zij is voorzitter van de componistenvereniging in Azerbeidjan.

Franghiz Ali-Zadeh componeerde

     1 rockopera

     2 balletten

     1 oratorium

     5 concerten

     10 andere werken voor orkest of groot ensemble

     1 lied voor zangstem en orkest

     5 werken voor koor, (solist) en orkest of instrumenten 

     10 (series) werken voor (zang)stem(men) en instrumenten

     22 kamermuziekwerken

     8 werken voor een instrument solo

- fantasie voor gitaar, 1995, opgedragen aan Christoph Jägging 

http://ali-sade.narod.ru

Paul Leslie Patterson (*Chesterfield, Engeland,15 juni 1947) was tijdens zijn schooltijd in Exeter trombonist in de Topsham Silver Band. Hij studeerde vanaf 1964 aan de Royal Academy of Music in Londen met de hoofdvakken trombone bij Sidney Langston en compositie bij  Richard Stoker, Elisabeth Lutyens, Richard Rodney Bennett, Harrison Birtwhistle en Hans Keller.

Vervolgens was hij als freelance-componist werkzaam en werd hij bekend. Vanaf 1970 is hij als docent voor compositie verbonden aan zijn Alma Mater, de Royal Academy of Music. In de jaren 1987 tot 1997 was hij hoofd van de afdeling hedendaagse muziek. Tot 1980 speelde hij bij de Londen Sinfonietta de elektronische muziek (geluidsband, synthesizer, etc.).

Als componist schreef hij werken voor vele genres, werken voor orkest, harmonieorkest, koor, vocale muziek en kamermuziek. Het bekendste werk is ongetwijfeld Timepiece, dat hij voor The King's Singers in 1972 componeerde en tot 1990 rond 1500 keer uitgevoerd werd.

 Paul Patterson  was huiscomponist voor de "South East Arts" in Canterbury aan het einde van de 1970er jaren, artistiek directeur van het "Exeter Festival" van 1991 tot 1997 en huiscomponist van het National Youth Orchestra of Great Britain.

Hij werd onderscheiden met de eremedaille van het Poolse ministerie voor cultuur (1987) voor zijn inzet van Poolse muziek in het Verenigd Koninkrijk en in 1996 won hij de Leslie Boosey Award.

Paul Patterson componeerde

     34 werken voor orkest

     11 werken voor harmonieorkest en brassband

     18 kerkmuziekwerken

     8 werken voor koor

     3 werken voor zangstermmen

- Time Piece, voor twee countertenoren, tenor, twee baritons en bas, opus 16, tekst: Tim Rose-Price, 1972, gecomponeerd voor The King’s Singers. De tekst gaat over Adam en Eva in het Paradijs, waarbij Adam op een gegeven moment een horloge draagt. Het geluid daarvan wordt zo hinderlijk, dat God besluit het horloge af te pakken. Toen was er weer vrede, en er was lange tijd geen tijd. Prachtig lied

     22 kamermuziekwerken

     10 werken voor orgel

     2 werk voor piano solo

     10 werken voor harp

- Bugs, opus 93, 2003

- Mosquitoes, opus 122, 2015, voor vier harpen, ook in een zetting voor één harp

 

Rainer Bischof (*Wenen, Oostenrijk, 20 juni 1947) studeerde van 1965 tot 1967 compositie en directie aan de Muziekhogeschool Wenen. Daarna studeerde hij nog vijf jaar bij Hans Erich Apostel. Daarnaast studeerde hij aan de Universiteit van Wenen rechten, filosofie, kunstgeschiedenis en pedagogiek. In 1973 promoveerde hij tot doctor in de filosofie. Van 1984 tot 1988 was Rainer Bischof bezig als autoriteit cultuur van de stad Wenen en voorzitter van de Oostenrijkse componistenvereniging. Vanaf 1986 is hij voorzitter van de Alban-Berg-Stichting. Vanaf 1988 is Rainer Bischof algemeen secreatris van de Wiener Symphoniker. Vanaf 1987 werkt Rainer Bischof ook als lector aan de Muziekuniversiteit Wenen. Vanaf 1996 doceert hij compositie aan de Musik und Kunst Privatuniversität in Wenen. Hij schreef een aantal werken en artikelen over filosofie en muziekesthetiek.

Rainer Bischof componeerde 70 werken, waaronder

    1 opera

    18 orkestwerken

    4 koorwerken

    26 kamermuziekwerken

- Una voce molto fa, voor fluit en piano, 2015

    7 (series) liederen

    1 arrangement

    2 orgelwerken

    1 pianowerk

    7 werk voor een ander instrument solo

 

Rokus de Groot (*Aalst, Gelderland, 27 juli 1947) ontving orgelles van 1958 tot 1960 van C.P. Visser (organist van de Grote Kerk te Dordrecht) en van 1965 tot 1968 van Willem Vogel (kerkmusicus te Amstelveen). Hij studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (Frank Harrison en Ton de Leeuw) waar hij in 1974 cum laude afstudeerde. In 1991 promoveerde hij aan de Universiteit van Utrecht (Paul Op de Coul en Jos Kunst).

Rokus de Groot componeerde

     werken voor orkest

     kamermuziekwerken

- ShivaShakti I en II voor althobo, 2009; gebaseerd op twee Indiase raga’s. De compositie kan goed met een tweede, improviserend instrument uitgevoerd worden. CD (ShivaShakti, met Dhruba Ghosh, improvisatie en instant compositie; sarangi en Ernest Rombout, althobo; label: Quintone)

     werken voor zangstem

     werken voor zangstem met begeleiding

     werken voor piano solo

 

Alan Bullard (*Norwood, Zuid-Londen, Engeland, 4 augustus 1947) is de zoon van de kunstenaars Paul Bullard and Jeanne Bullard. Alan ging naar de St. Olave's en de St Saviour's Grammar School, waar hij muziekles kreeg van Desmond Swinburn, terwijl hij ondertussen piano studeerde bij Geoffrey Flowers en John Allen aan het Blackheath Conservatorium. Daarna studeerde hij bij Herbert Howells, Ruth Gipps en Antony Hopkins aan de Royal College of Music.

Van 1975 tot 2005 doceerde Alan Bullard muziek aan het Colchester Institute in Essex.

In 2008 kreeg Alan Bullard een eredoctoraat van de Universiteit van Essex voor zijn composities en muziekpedagogisch werk.

Alan Bullard componeerde

     7 (series) koorwerken

- Wondrous Cross (2011), passie

     4 collecties anthems en Kerstliederen

- Glory to the Christ-Child,  2005, voor gemengd koor a cappella

     3 werken voor zangers en instrumenten

     4 concerten

     9 andere orkestwerken

     22 kamermuziekwerken

     5 (series) werken voor kinderen

     4 series lesmateriaal

     Pianoworks, 2007

www.alanbullard.co.uk

 

Kees Schoonenbeek (*Arnhem, 1 oktober 1947) studeerde van 1963 tot 1969 aan het 'Muzieklyceum' (nu: ArtEZ Conservatorium) te Arnhem piano bij Noor Relijk en van 1971 tot 1976 compositie en muziektheorie aan het Brabants conservatorium in Tilburg bij Jan van Dijk.

Van 1975 tot 1977 was Kees Schoonenbeek docent muziektheorie aan het Brabants conservatorium en van 1977 tot 1980 docent muziekwetenschap aan de Amsterdamse Universiteit.

In 1980 werd Kees Schoonenbeek docent compositie, muziektheorie en orkestratie aan het Brabants Conservatorium. In 2010 ging Kees Schoonenbeek met pensioen als docent en was nog actief als componist.

Kees Schoonenbeek componeerde de volgende (vaak elkaar overlappende) werken:

     15 (series) werken voor brassband

     50 (series) werken voor fanfare-orkest

     68 (series) werken voor harmonie-orkest

     25 orkestwerken

     2 werken voor accordeon

     3 werken voor carillon

     22 orgelwerken

- 'Sonata da Chiesa', 2002, voor orgel en harmonie-orkest

     17 pianowerken

     15 (series) pianotranscripties

     60 kamermuziekwerken

     3 gitaarwerken

     4 percussiewerken

     12 koorwerken a cappella

     21 werken voor koor en orgel of piano of ensemble of orkest of tape

     3 (series) liederen

     3 werken voor harp

www.schoonenbeek.net

 

Egberto Gismonti (*Carmo, Rio de Janeiro, Brazilië, 5 december 1947) had een Libanese vader en een Siciliaanse moeder, die hem vanaf zijn vijfde jaar stimuleerden om met muziek te beginnen. In Rio de Janeiro kreeg hij piano-, fluit en klarinetles. Vanaf zijn achtste jaar kreeg Egberto Gismonti pianoles van Jacques Klein en Aurélio Silveira en daarna studeerde Egberto Gismonti aan het Conservatório de Música em Nova Friburgo. Egberto Gismonti leerde zichzelf gitaar spelen.

Op zijn 20ste kreeg hij een beurs om in Wenen in Oostenrijk klassieke muziek te gaan studeren, maar daar zag Egberto Gismonti vanaf omdat hij zich meer in het populaire genre wilde verdiepen. In 1968 vertok hij naar Frankrijk, waar hij als dirigent en orkestrator aan het werk kon. Hij merkte dat een compositiestudie toch niet verkeerd ziou zijn en studeerde daarom compositie aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs bij Nadia Boulanger en Jean Barraqué.

Egberto Gismonti maakte

     54 eigen albums

Egberto Gismonti componeerde

     20 balletten

     10 theatermuziekwerken

     4 installaties

     10 orkestwerken

     10 strijkkwarteten

     2 andere kamermuziekwerken

     songs

- Água e Vinho, 1972

     10 pianostudies

     10 gitaarstudies

- Celebraçao De Núpcias

     21 filmscores

     7 televisiescores

 

Carlo Domeniconi (*Cesena, Italië, 1947) kreeg zijn eerste gitaarlessen van Carmen Lenzi toen hij 13 jaar was. Op zijn 17de ontving hij het diploma van het Rossini Conservatorium in Pesaro.

In 1966 vertrok Carlo Domeniconi naar West Berlijn, waar hij compositie studeerde aan de Berlijnse Kunstuniversiteit. Vanaf zijn 20ste werkte hij daar als docent.

Later begon Carlo Domeniconi de gitaaropleiding aan het conservatorium van Istanbul.

Carlo Domeniconi componeerde 156 werken:

     75 werken of series werken voor acoustisch gitaar

- Koyunbaba Suite, 1985, is zijn bekendste werk, episch, modern, raadselachtig, gitaarklassieker

     35 werken of series werken  voor twee of meer gitaren

     27 kamermuziekwerken  voor gitaar en andere instrumenten

     6 werken voor zangstem en gitaar

     20 gitaarconcerten

     20 werken voor andere instrumenten 1 orkestwerk